Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Rutte ruimt van de ene op de andere dag de euroscepsis op

Opinie

Hans Goslinga

© Trouw
Column

Het lijkt erop dat de hoofdstroom van de Nederlandse politiek zich losmaakt uit de geest van verschansing die het publieke debat al een kwarteeuw beheerst. De leiders van de coalitiepartijen CDA, VVD en ChristenUnie bekeerden zich de afgelopen weken, de een na de ander, weer tot Europeanen.

Er moet meteen worden bij gezegd: niet zozeer uit liefde als wel uit noodzaak, bepaald door de instabiliteit in de internationale verhoudingen. Maar toch. Segers twee weken terug in deze krant: ‘Op sommige terreinen is Europa echt een zegen’. Buma tegelijkertijd op het CDA-congres: ‘Nederland kan niet zonder Europa’. Premier Rutte gebruikte deze week in het Europese parlement een beeld uit de cowboyfilms waar hij als jongetje naar keek: in een cirkel opgestelde huifkarren. ‘Die eendracht is de toekomst van Europa. Onze toekomst’.

Lees verder na de advertentie

Deze taal is lang niet gehoord in Den Haag, althans niet uit de mond van Rutte en Buma, die acht jaar geleden nog een politieke samenwerking aangingen met de PVV, bij uitstek de partij van de verschansing. Kennelijk durven zij het nu aan achter de Hollandse waterlinie vandaan te komen en de blik weer over de grens te richten. Alsof de dagen van de liberaal Cees Berkhouwer herleven: ‘Europa moet, omdat het moet’.

Onverschillig

‘Boerenkees’, zoals hij bekend stond, had bij de eerste rechtstreekse verkiezingen voor het Europese Parlement in 1979 niet meer dan deze vijf woorden nodig om de noodzaak van multilaterale samenwerking op dit continent aan te geven. Misschien had hij er ook niet meer, want hij was een man van bombarie, meer dan van diepgang, de enige die de Kamervoorzitter aansprak als ‘Presidént’. Maar zijn motto volstond in een land dat tegenover de samenwerking in Europa tamelijk onverschillig stond.

Daarin schuilt wel het verschil tussen wat Berkhouwer als vanzelfsprekende noodzaak presenteerde en de beklemtoonde urgentie die Rutte nu aan de eendracht verbindt. De burgers zijn zich, door wat er de afgelopen decennia is gebeurd (de financiële crisis, de exodus van vluchtelingen uit het Midden-Oosten, de terroristische aanslagen en de brexit), hoe dan ook van Europa bewust geworden. Wat nog niet wil zeggen dat zij zich Europeaan voelen of een vanzelfsprekend deel van de Unie - Brussel en Straatsburg zijn nog altijd buitenland.

De retoriek van verschansing die sinds het begin van de jaren negentig opgang maakte, is niet in een handomdraai ongedaan te maken, net zo min als de hopeloze regressie in het identiteitsdebat. De christen-democratische denker Jos van Gennip herinnerde er in de jaren negentig aan dat de voornaamste impuls voor de Europese eenwording nu juist was ‘behoud van het eigene, zeggenschap en vrijheid’. Maar hij kon niet voorkomen dat dit belang door opgepookte euroscepsis en xenofobie een eng-nationalistisch karakter kreeg.

Bolkestein blies destijds in de VVD in een oogwenk de geest weg van een federaal Europa

Populistische gesnater

Er is meer dan een enkele toespraak voor nodig om tot een omslag in het publieke debat te komen - misschien ook wel andere leiders dan Rutte en Buma, die lang een angstvallige houding tegenover Europa hebben aangenomen en in hun retoriek dikwijls aanschurkten tegen het populistische gesnater.

Rutte veegde nu, zonder hen uitdrukkelijk te noemen, de nationaal-populistische regeringen van Hongarije en Polen de mantel uit, die het op de onafhankelijke rechtspraak en vrije pers hebben voorzien. ‘Democratische legitimiteit kan niet bestaan zonder de rechtsstaat. Laat me op dat punt kristalhelder zijn: de Europese Unie is een gemeenschap van waarden en recht’.

Dat moet als grote winst worden geïncasseerd, zeker uit de mond van een premier die ook de politieke leider van de VVD is. Het was immers deze partij die in de jaren negentig bij monde van Frits Bolkestein de euroscepsis aanwakkerde: we gooien onze goeie gulden niet in de Hofvijver. Misschien verbeeldt de VVD in Nederland wat de schrijver Philip Roth als de kern van het Amerikaanse nationale verhaal beschouwde: een radicale tijdelijkheid.

Radicale ommezwaai

Bolkestein blies destijds in de VVD in een oogwenk de geest weg van een federaal Europa, uitgedragen door Berkhouwer en Weisglas, nu ruimt Rutte van de ene op de andere dag de euroscepsis op. Omstandigheden kunnen snel veranderen, de kunst van politiek is daarop in te spelen, zeker nu Europa naar het woord van Buma ‘meer dan ooit is aangewezen op zichzelf’. 

Maar een radicale ommezwaai van een politicus trekt wel altijd een wissel op diens geloofwaardigheid. Al houden we bij deze krant de mogelijkheid van een Saulus-Paulusbekering open, het kost enige moeite Rutte en Buma nu opeens in een blauwe jas te zien.

Van meer betekenis is niettemin dat zij een kentering in het politieke debat lijken in te zetten. De verstikkende geest van verschansing en regressie speelt de natie al te lang parten.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees hier al zijn columns. 

Deel dit artikel

Bolkestein blies destijds in de VVD in een oogwenk de geest weg van een federaal Europa