null Beeld

ColumnHans Goslinga

Rutte IV mag geen benauwde veste zijn

Als er één reflex is die ons politieke bestel in de afgelopen honderd jaar heeft getypeerd, is het de neiging tot dempen. Deze reflex heeft een politieke cultuur geschapen van gematigdheid en beheersing; niet spectaculair, eerder saai. De binnenkamer regeert, extremen worden ingepolderd.

Niet zomaar dichtte Marsman: ‘De lucht hangt er laag en de zon wordt er langzaam in grijze veelkleurige dampen gesmoord’. Waarschijnlijk komt de neiging tot dempen en smoren voort uit de wetenschap dat onze samenleving, in een beeld van de socioloog Van Doorn, ‘een kruitvat’ is ‘dat bij voortduring nat moet worden gehouden’.

De vraag is of ons bestel met deze half verborgen paradox kan blijven omgaan, nu het krachtenveld fragmenteert en het steeds lastiger wordt een werkzaam midden te scheppen. De uitdaging die de volgende kabinetsformatie oproept, snelt de verkiezingen nu al vooruit. Wordt het volgende kabinet een benauwde veste met een dichtgespijkerd regeerakkoord of ligt het juist voor de hand naar een wat lossere verhouding tussen kabinet en coalitie te zoeken?

Wet van dempen en smoren

In het naoorlogse Nederland was er één kabinet dat zich niet aan de wet van het dempen en smoren hield. Dat was het kabinet-Den Uyl (1973-1977) dat al snel bekend stond als een ‘vechtkabinet’. Oorzaken: geen regeerakkoord en niet aflatende polarisatie tussen de coalitiepartners. Nadeel: het kabinet speelde weinig klaar. Voordeel: het werkte politiek mobiliserend. De opkomst van 88 procent bij de verkiezingen van 1977 is nooit meer overtroffen.

Het kabinet-Den Uyl is in het politieke geheugen opgeslagen als voorbeeld van hoe het niet moet. De bepalende reactie kwam bij de formatie van 1982, toen CDA en VVD achter potdichte deuren voor het eerst een uitgebreid regeerakkoord in elkaar timmerden. De zware economische crisis leverde een rechtvaardiging, maar de ‘incestueuze verhouding’ tussen kabinet en coalitie, zoals D66-voorman Van Mierlo het monisme omschreef, is sindsdien praktijk geworden.

Dat monisme is nu bijna geïnstitutionaliseerd, niet alleen in een regeerakkoord, maar ook in het wekelijkse Torentjesoverleg. Had dat onder het premierschap van Lubbers (1982-1994) nog een consulterend karakter, onder Rutte is het uitgegroeid tot het centrum van de regeermacht. Iets meer dan een halve eeuw terug kon een PvdA-fractieleider het bevriende kabinet-Drees nog toeroepen: ‘Regering regeer!’ In deze tijd maken de leiders van de coalitiefracties zelf, met de premier en vicepremiers, deel uit van het exclusieve gezelschap dat de lijnen van het regeringsbeleid uitzet.

Thorbecke kijkt elke maandag hoofdschuddend toe

Het is monisme ten top, omdat daardoor de grenzen tussen regering en Tweede Kamer nagenoeg zijn vervaagd. Het kan niet anders of de liberale aartsvader en dualist Thorbecke kijkt over de schouders van zijn verre kleinzoon elke maandag hoofdschuddend toe. De VVD, eens de apostel van het dualisme, gedraagt zich als grootste partij aan de macht niet anders dan het CDA onder Lubbers en Balkenende en de PvdA onder Kok.

Zuiver dualisme heeft in het bestel overigens nooit bestaan. De jaren 50 zijn vaak voorgesteld als het Walhalla van het dualisme, maar dat beeld berust op een mythe. De partijen aan de macht zoeken altijd vastigheid en een zekere voorspelbaarheid. Dat gebeurde in het verzuilde Nederland hooguit minder verkrampt dan nu.

Een gematigd dualisme, dat meer lucht brengt tussen kabinet en coalitie en van het Kamerdebat geen voorspelbaar ritueel maakt, is urgent. In deze ontzuilde tijden is de Tweede Kamer, meer nog dan voorheen, de plaats waar de integratie van publiek en individueel belang inhoud en vorm moet krijgen. Met die opgave is de Kamer zowel een arena van strijd als van beslechting van die strijd. Als dat schouwtoneel telkens schijnvertoningen laat zien, groeien onbehagen en frustratie. Hier werkt de wet van dempen en smoren uiteindelijk averechts.

De moeilijkheidsgraad van deze opgave mag niet worden onderschat. De democratie heeft zich bewezen, maar staat voor uitdagingen (klimaat, stikstof, migratie) die op zichzelf al complex zijn, maar ook de verleiding oproepen van autocratische methoden. De Amerikaanse democratie is ternauwernood ontsnapt aan de gevolgen van deze verleiding, de Oude Wereld is dus gewaarschuwd. Hier heeft de verleiding het draagvlak onder onze democratie versmald. Dat stelt extra eisen aan het midden, voorop de moed de oude reflex te onderdrukken.

VVD-oprichter Oud drukte scherp uit hoe de verhouding tussen kabinet en Kamer hoort te zijn: ‘Volksvertegenwoordigers moeten zich slechts gebonden weten aan hun verantwoordelijkheid voor het landsbelang. Iedere andere gebondenheid is immoreel, want zij zou hen kunnen verplichten anders te handelen dan hun overtuiging ingeeft’.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden