Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Romans bewijzen dat kosmopolitisme en diepgang geen tegenstelling zijn

Opinie

Leonie Breebaart

Leonie Breebaart © Maartje Geels
Column

Leonie Breebaart onderzoekt in haar column de actualiteit op filosofische wijze.

In 'Wat alleen de roman kan zeggen' (2013) beantwoordt de Nederlandse romancier Oek de Jong de ook tijdens deze Boekenweek weer prangende vraag waarom je eigenlijk romans zou lezen in plaats van films kijken - een bezigheid die ook bij mij steeds meer potentiële leestijd opsnoept, vooral door Netflix. "Het is al half 12 hoor!" "Nog maar één aflevering."

Lees verder na de advertentie

Wat biedt de roman, wat de film niet biedt? Het antwoord van Oek de Jong klinkt misschien niet verrassend, maar is tegelijk nog even waar als het vijf jaar geleden was. Anders dan de film, betoogt de auteur, duikt de roman onder de oppervlakte, ze legt ons geheime, intieme leven bloot. Omgezet in mijn eigen ervaringen zou ik zeggen, inderdaad: een Jane-Eyre-verfilming kan heel bevredigend zijn, maar op de gedachten en gevoelens van de heldin biedt ze maar beperkt zicht. En omdat je Jane op het doek ziet, van buitenaf, als het negentiende-eeuwse meisje dat je zelf als 21ste-eeuwse niet bent, leer je haar niet zo intiem kennen als de lezer. Je leeft wel mee, maar je bént haar niet. Je stapt haar hoofd niet binnen.

Want dat is het eigenlijke wonder van de roman, dat die lezers onmiddellijk naar andermans gedachtewereld en gevoelens verplaatst, nog voordat die lezers weten of de heldin of held van hun leeftijd, tijdperk, nationaliteit, geloof of geslacht is, en of ze haar of hem zouden willen leren kennen. Soms ben je een half hoofdstuk onderweg voordat je beseft dat je hebt meegeleefd met iemand die je in het echt een vreemd, raar of eng mens zou vinden, zoals me laatst overkwam in de roman 'Winter', waarin Ali Smith een moderne Scrooge opvoert, verwijzend naar de gierigaard in Dickens' 'A Christmas Carol'.

Een Ja­ne-Ey­re-ver­fil­ming kan heel bevredigend zijn, maar op de gedachten en gevoelens van de heldin biedt ze maar beperkt zicht

Volkomen vreemd

Dat grensvervagende is zo'n overbekend effect van de roman, dat me trof hoe weinig aandacht Oek de Jong er in zijn boek aan geeft. Het zal wel komen omdat zijn opstel in feite bedoeld is voor schrijvers, die hij aanraadt zich te beperken tot wat ze werkelijk kennen. Met een citaat van Jonathan Franzen: "Echt kosmopolitisme is onverenigbaar met de roman, want romanschrijvers moeten concreet zijn."

Met dat schrijversadvies heeft hij vast gelijk. Maar het sprekende lokale detail biedt romanlezers juist de kans onbekende streken van binnenuit te bekijken. Weinig schrijvers weten het moeizame overleven in de wildernis bijvoorbeeld zo concreet te beschrijven als David Vann, maar al dat hakken, zagen, vissen en sneeuw ruimen brengt de lezer van 'Legende van een zelfmoord' juist dichterbij de angst en verwarring van een jongen die zijn depressieve vader is gevolgd in een fataal Alaska-avontuur. "Er is niet veel droog hout meer, zei zijn vader. Bepaald niet veel. We hadden wat naar binnen moeten halen om langzaam te drogen. Als het blijft regenen, zal het niet leuk worden."

Juist doordat de schrijver concreet blijft, weet de lezer zich verplaatst naar zielen die haar of hem volkomen vreemd zijn. Naar een jongen in Alaska of naar een kind in het snikhete Libië (Hisham Matars 'Niemandsland'), naar een Pakistaanse emigrant ('Vreemd land' van Jhumpa Lahiri) of naar een scholier in Zeeland (Oek de Jongs 'Pier en Oceaan'). Kosmopolitisme en diepgang zijn geen tegenstelling, dat bewijst het lezen van romans.

Lees hier alle columns van Leonie Breebaart terug.

Deel dit artikel

Een Ja­ne-Ey­re-ver­fil­ming kan heel bevredigend zijn, maar op de gedachten en gevoelens van de heldin biedt ze maar beperkt zicht