Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Roemer wijst de SP alsnog de weg naar bestuursverantwoordelijkheid

Opinie

Hans Goslinga

© Trouw
Column

Een kleine, maar veelbetekenende doorbraak: de benoeming van oud-SP-voorman Emile Roemer tot waarnemend burgemeester van Heerlen. 

Het lijkt op een pacificatie tussen de bestuurlijke macht in ons land en de SP en maakt wellicht de weg vrij voor deelname van de socialisten aan de regering.

Lees verder na de advertentie

De huiver was lange tijd wederzijds en vergelijkbaar met de argwanende verhouding tussen notabel Nederland en de SDAP voor de Tweede Wereldoorlog. Zelfs bij zijn aantreden als minister-president in 1994 vond de sociaal-democraat Wim Kok het nog nodig te verklaren dat hij ‘premier van alle Nederlanders’ wilde zijn. Dat was uitzonderlijk, maar wel begrijpelijk.

Bij het christelijke en liberale volksdeel heeft de argwaan tegenover de socialisten er lang in gezeten, ook toen zij de parlementaire weg kozen: stond het revolutionaire vuur niet altijd nog op een waakvlam? Op hun beurt waren de socialisten huiverig zich aan de heersende macht te committeren. Zo heeft de PSP, een socialistische partij met sterke dogmatische trekken, nooit burgemeesters willen leveren. Dat stond gelijk aan heulen met het kapitalisme en, op één lijn daarmee, met de Kroon, die immers de burgemeesters benoemt.

Tekenend voor deze krampachtige verhouding was een gebeurtenis begin jaren tachtig op een markt in Peking, waar Nederlandse parlementsleden na een bezoek nog wat cadeautjes voor thuis zochten. De enige die niets leek te vinden, was PSP-voorman Fred van der Spek, die maar in een bak met hoofdzakelijk rode waaiers bleef grabbelen. Op de vraag van de meegereisde Trouw-redacteur wat hij toch zocht, antwoordde hij: Een oranje waaier. Oránje?! ‘Ja’, antwoordde Van der Spek, zichtbaar in verlegenheid gebracht, ‘dat is mijn...eh... lievelingskleur.’

Uit dezelfde beduchtheid zich te compromitteren weigerde de SDAP in 1913 deelname aan een ‘burgerlijke regering’. De volgende kans deed zich pas een kwarteeuw later voor, toen de schrik van Troelstra’s revolutiepoging in 1918, hoe halfslachtig ook, enigszins was geweken en de socialisten hun verblijf in de oppositie meer dan beu werden. SDAP-voorman Albarda schreef in 1939 aan zijn partijgenoten: ‘Onze tegenwoordige positie is afmattend en ontmoedigend.’ Albarda voorzag ‘rampzalige gevolgen voor het aanzien en de werfkracht van de partij’ als zij nog lang buiten het landsbestuur zou blijven.

Tijd voor een Cuba Libre-coalitie van liberalen en socialisten?

Regeringsverantwoordelijkheid

De SP kan er een waarschuwing in lezen. De lange mars die zij in 1972 is begonnen heeft gunstige kanten, maar moet toch een keer uitmonden in bestuursinvloed op nationaal niveau. In de afgelopen kabinetsformatie heeft zowel D66 als het CDA binnenskamers gesondeerd of de SP die stap wilde maken. De indruk van die exercities was dat Roemer wel leek te willen, maar niet op kon tegen het’ ‘njet’ van partijvoorzitter Ron Meyer.

Willen de oude vormen en gedachten in de SP maar niet sterven? De partij wilde niet regeren met de VVD en wierp al vooraf een blokkade op voor samenwerking met de liberalen. De inzet was een centrum-links kabinet (CDA, D66, ChristenUnie en links). Niet een reële optie. De SP zag over het hoofd dat in het veranderende krachtenveld de VVD de spilpositie van het CDA heeft overgenomen en omwille van de regeerbaarheid van het land de nodige soepelheid aan de dag legt. Kans verkeken.

Bij linkse partijen heeft het dogmatisme een scherpe blik op de reële verhoudingen dikwijls in de weg gezeten. Mogelijk krijgt de SP daarvoor meer oog, nu zij met nogal wat wethouders en gedeputeerden ervaring opdoet in gemeente- en provinciebesturen. Hoe je het ook wendt of keert, in ons coalitieland waarin de macht moet worden gedeeld, blijven de marges smal.

Populisme

De ervaringen die de SP in het bestuur van de lagere overheden opdoet, hebben nog een voordeel: zij voorkomen dat de partij bezwijkt voor de populistische verleiding van veel geschreeuw en weinig wol. De confrontatie met de smalle marge van democratische politiek dwingt tot realisme. In hun boek ‘Populisten in de polder’ constateerden de politicologen Lucardie en Voerman al in 2012 een gestaag proces dat de partij minder radicaal maakte en wegvoerde van het populistische pad.

Zet de partij onder Lilian Marijnissen die lijn door of volgt er, in de concurrentie met GroenLinks en PvdA, een terugval in radicaliteit? De toetreding van Roemer tot de zo lang gesmade bestuurlijke ‘elite’ wijst, hoe tijdelijk ook, op het eerste. Voor de democratie zou dat welkom zijn om het evenwicht tussen vrijheid en gelijkheid te herstellen. Het salarisbeleid van de ING-top laat, andermaal, zien hoezeer de balans tussen deze steunberen van de democratie verstoord is geraakt.

Die onbalans gaat ten koste van de derde essentiële voorwaarde voor een democratische samenleving, de boodschap aan elkaar. Toch tijd voor een Cuba Libre-coalitie van liberalen en socialisten?

Lees hier alle columns van Hans Goslinga 

Deel dit artikel

Tijd voor een Cuba Libre-coalitie van liberalen en socialisten?