Beeld Trouw

Column Jamal Ouariachi

Religieus onderwijs staat de ontwikkeling van kinderen in de weg

Door de perikelen rond het Cornelius Haga Lyceum is de discussie opgelaaid over het bijzonder onderwijs, dat gewaarborgd wordt door artikel 23 van de Grondwet. Je moet er natuurlijk voor waken dat zo’n discussie niet het zoveelste symptoom wordt van de nationale obsessie met de islam, maar in principe is het goed om in het jaar onzes Heeren 2019 zo’n grondwetsartikel eens te evalueren.

Lastig is meteen al dat het artikel zowel religieus onderwijs mogelijk maakt, en in die zin grof gezegd betrekking heeft op de inhoud, als specifieke pedagogische methodes, zoals montessori- en daltononderwijs, waarbij het dus meer gaat om de vorm waarin die inhoud wordt aangeboden.

Maar als we ons beperken tot de religieuze varianten, dan kun je je afvragen wat nu precies de meerwaarde is van religieus ten opzichte van openbaar onderwijs. Lid 3 van artikel 23 stelt nochtans: ‘Het openbaar onderwijs wordt, met eerbiediging van ieders godsdienst of levensovertuiging, bij de wet geregeld.’

Succesvol burger

Zoals het mogelijk is een succesvol burger te worden zonder montessoridiploma, zo is het ook mogelijk een goede moslim te zijn zonder dat je in je jeugd een islamitische school hebt bezocht. Dus wat is nu eigenlijk het bezwaar tegen louter openbaar onderwijs?

Hier een theorie: de meeste religieuze mensen twijfelen diep van binnen aan hun overtuiging. En ik denk dat veel religieuze ouders die onzekerheid projecteren op hun kinderen. Hoe houd je als orthodox-christelijke ouder vast aan het scheppingsverhaal wanneer je kind op school les krijgt over de oerknal en de evolutietheorie? Hoe moet je als moslimouder verdragen dat je kind op school iets leert over de seksuele revolutie, terwijl jij thuis met het woordje ‘haram’ staat te wapperen?

Het is de angst dat de fictie die jij thuis aan je kind probeert te verkopen, op school doorgeprikt wordt, en dat je kind daardoor naar de verdoemenis gaat. Daaruit spreekt weinig vertrouwen in de overtuigingskracht van je eigen denkbeelden, én weinig vertrouwen in je kind. Sterker nog: de vrijheid van onderwijs is op deze manier juist een inperking van de vrijheid van kinderen om kennis te maken met andere waarheden dan ze van huis uit meekrijgen. In wezen is het een onvrijheid.

Moraal

Daarachter schuilt tevens de hardnekkige opvatting dat een leven zonder religie noodzakelijkerwijs een leven zonder moraal is. De talloze gruwelijkheden die in de loop der geschiedenis uit naam van religie gepleegd zijn? De talloze atheïstische en agnostische burgers die een deugdzaam leven leiden? Het zijn argumenten gericht aan dovemansoren.

In een complexe samenleving als de onze is het belangrijk dat kinderen al vroeg leren omgaan met de andersheid van de ander. Dat ze geen dovemansoren, maar luisterende oren krijgen aangekweekt. Religieus onderwijs staat die ontwikkeling in de weg.

Schrijver Jamal Ouariachi vervangt deze zomer samen met Marianne Zwagerman columnisten Sylvain Ephimenco en Stevo Akkerman. Lees hier eerdere columns van Ouariachi terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden