Commentaar Militaire missies

Regering en Kamer moeten op zijn minst leren van de fouten die in oorlogsgebied zijn gemaakt

Nederlandse militairen in Uruzgan. Beeld AFP

Na tien jaar was het bijna niet meer te reconstrueren. Slechts enkele van de 230 Afghaanse gevangenen die in Uruzgan door Nederlandse militairen tussen 2006 en 2010 zijn overgedragen aan de lokale veiligheidsdienst NDS konden in het kader van een journalistiek onderzoek worden teruggevonden.

Hun verhalen zaterdag in deze krant maakten duidelijk dat de zorgen die toen leefden terecht waren: in de barre praktijk van een strijdgebied waren hun rechten bepaald niet gewaarborgd. Ze waren na de overdracht gemarteld en afgeperst. En Nederlandse militairen maakten zich ook toen al weinig illusies, bleek uit het onderzoek.

In dit geval wringt dat extra. Vanwege de waarschuwingen vooraf door mensenrechtenorganisaties, de VN en politici. En vanwege toezeggingen die toenmalig minister Bot van buitenlandse zaken deed. Hij beloofde nauwkeurige monitoring van de gevangenen na de overdracht, onder meer door geregelde bezoeken. Uit opgevraagde documenten blijkt dat niet: slecht 69 gespreksverslagen van dergelijke bezoeken zijn opgedoken. 

Klacht indienden

Desondanks claimde de regering na afloop van de missie – en nu opnieuw – dat gevangenen na de overdracht niet gemarteld of onmenselijk behandeld waren. Onder meer met als argument dat de Afghaanse mensenrechtencommissie geen misstanden heeft vastgesteld – alsof het indienen van klachten voor een gedupeerde van de geheime dienst in Uruzgan echt een optie is.

Zo gaat dat in een oorlogsgebied, zou je kunnen denken. Wie zich mengt in een complex strijdtoneel, moet ook niet doen alsof er geen complicaties kunnen optreden. Maar, noteerde advocaat Liesbeth Zegveld terecht, je kunt die complicaties ook voorzien en er naar handelen. In dit geval door zelf een gevangenis te bouwen. Dat levert weer nieuwe complicaties op, maar creëert niet de schijn van een vlekkeloze, risicoloze overdracht.

Ook bij de Nederlandse hulp aan strijdgroepen in Syrië tussen 2015 en 2018 bleek de praktijk weerbarstig. Trouw en ‘Nieuwsuur’ onthulden onder meer dat een strijdgroep is geholpen die door het Openbaar Ministerie als terroristisch is aangemerkt. Bovendien bleken ‘niet-dodelijke’ hulpgoederen als pick-uptrucks en communicatieapparatuur toch te zijn gebruikt bij de strijd.

Syrië-missie

Uitgerekend vrijdag kondigde het kabinet aan dat het wil onderzoeken of het een bijdrage kan leveren aan een missie in het noordoosten van Syrië. Minister Bijleveld van defensie staat daar welwillend tegenover. 

Het zou goed zijn als regering en Kamer leren van de eerder gemaakte fouten, geen schijnwerkelijkheid creëren en expliciet benoemen wat er mis kan gaan. Waarna de echte afweging kan volgen: willen we als regering en parlement dat risico nemen, of doen we dat niet?

Het commentaar is de mening van Trouw, verwoord door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren. Meer commentaren leest u op trouw.nl/commentaar.

Lees ook:

Kamer wil onderzoek naar marteling Afghaanse gevangenen

Vanuit de Kamer klinkt de wens om nogmaals te kijken naar de Nederlandse omgang met gevangenen in Uruzgan. Sommigen van hen verklaren na hun overdracht aan de lokale veiligheidsdienst te zijn gemarteld, terwijl de vanuit Den Haag beloofde controle uitbleef.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden