COLUMN

Reduceer mannen niet tot aangeklede Bokito's

Ger Groot Beeld Trouw

Mensen zijn sociale wezens – maar kun je dat ook overdrijven? 

Iedereen kent wel de onverbeterlijke knuffelaar die altijd klaar staat met troost, raad en daad – maar wiens zorgen na enige tijd beginnen te irriteren. Of goede vrienden die zich té vaak op de smartphone of – erger nog – aan de deur om je welzijn willen bekommeren. Soms wordt het woordgebruik van al die aardige mensen net iets te klef en voel je de dankbaarheid in je gestel plaatsmaken voor kattige gemeenheid.

'Koester je vrienden, maar met mate', kopte daarom zaterdag de altijd interessante rubriek 'Hoofdzaak' van Mark van Vugt. Het bewijs voor die levensles is door Amerikaanse biologen gevonden bij marmotten in de Rocky Mountains. 'De (vrouwtjes)marmotten die veel contact zochten en aardig waren voor elkaar, leefden gemiddeld twee jaar korter dan hun meer individualistische soortgenoten', schrijft hij. Bovendien hadden ze minder nageslacht: een onfeilbaar peilmiddel voor succes in de biologische werkelijkheid.

Zie je wel, zou de overtuigde mensenhater zeggen: al dat geflikflooi tussen mensen leidt alleen maar tot ellende. De natuur zelf bewijst het; kijk naar de marmotten. De gender-sektariërs onder hen zouden misschien tegenwerpen dat dat alleen voor marmottinnen geldt; over hun mannelijke soortgenoten zegt het onderzoek kennelijk niks. Maar het mannelijke staat van oudsher niet bepaald in de knuffelhoek, dus veel gewicht legt die bedenking niet in de schaal.

Het is Van Vugt zelf die de misantroop van repliek dient. Bij mensen is het nu juist andersom dan bij die (vrouwtjes)marmotten. Lagere levensverwachting hebben bij ons juist individuen met mínder sociale relaties. Eenzaamheid is voor mensen net zo dodelijk als sigaretten-roken, voegt hij er als bijsluiter nog aan toe. Hoe het  met hun nageslacht zit, vertelt hij er niet bij, maar veel fiducie heb ik er niet in.

Moraal

Vertrouwen heb ik wel in de moraal van dit verhaal – die een andere is dan Mark van Vugt er zelf aan verbindt. Trek nooit zomaar feiten uit de biologische wereld door naar de menselijke werkelijkheid. Die is altijd anders. Niet alleen omdat wij primaten zijn en de marmotten uit zijn voorbeeld niet, en de evolutiegeschiedenis ons daardoor een heel andere dispositie heeft gegeven. Maar vooral omdat wij als enigen in het dierenrijk beschikken over een scherp zelfbewustzijn en daarom dus nooit zomaar samenvallen met de biologische werkelijkheid waarop wij rusten.

Een dag na het marmottenstuk leverde de onvolprezen Duitse radiozender 'Deutschlandfunk' daar de nodige argumenten bij.  Aanleiding was de #MeToo-discussie die daar minstens zo verwoestend heerst als hier, en de vraag in hoeverre mannen genetisch of op andere natuurlijke wijze waren aangelegd op ploerterij en euveldaden, al dan niet van seksuele aard. Testosteron, evolutionaire voorbeschikking: zaten hun het geweld en de meedogenloosheid niet gewoon in het bloed?

De neurobioloog Gerald Hüther maakte er korte metten mee. Spuit iemand vol met testosteron en je ziet zijn spieren groeien en zijn testikels krimpen – want waar zijn die met een overvloed aan dat hormoon nog voor nodig? Maar verder gebeurt er niet zoveel bijzonders. Dat komt doordat er tussen biologie en gedrag bij de mens een filter is ontstaan, dat fysieke aandriften van een soort ontluchtingsventiel voorziet. Dat noemen we 'reflectie', zo legde Hüther uit. Daardoor vallen we niet samen met onze natuur, maar sturen we die laatste – en in dat sturen huist juist ons echte zelf.

Vermoeiend debat

Heel ingewikkeld en zelfs heel opzienbarend is die vaststelling niet. En toch wordt ze steeds weer vergeten wanneer de mens zichzelf beschouwt naar zijn biologische categorieën. Het vermoeiende debat over het verschil tussen mannen en vrouwen zit er vol mee – inclusief de stilzwijgende veronderstelling dat mannen en vrouwen wel móeten handelen naar hun biologische gesteldheid en we over vrijheid niet eens hoeven te beginnen. Al wordt die vrijheid dan weer wél verondersteld wanneer in de #MeToo-kwestie mannen geacht worden zich helemaal te kunnen losmaken van hun biologische geaardheid.

Dat laatste is terecht – maar zouden we die les ook eens kunnen onthouden wanneer het over andere zaken gaat? Misschien zijn vrouwtjesmarmotten willoos aangelegd op hun sociale of asociale inslag. Maar bij vrouwelijke mensen reduceert zo'n algemene regel ('vrouwen kunnen beter luisteren') hen tot een soort supermarmotten, en mannen tot aangeklede Bokito's. Om over andere reducties van mensen tot hun lijf maar te zwijgen. Het racisme wist er wel raad mee. Misschien had het existentialisme van Jean-Paul Sartre ook daarin wel gelijk: mensen doen er alles aan om hun vrijheid te ontlopen, zo schreef hij, en daarmee te loochenen dat zij mensen zijn.

Ger Groot doceert filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Voor Trouw bekijkt hij de actualiteit door een filosofische bril. Lees hier meer bijdragen van Ger Groot.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden