Opinie

Reageer vanuit ‘Den Haag’ niet zo benauwd op de groene plannen van Amsterdam

Een bord geeft de milieuzone in Amsterdam voor vrachtwagens, bestelvoertuigen, taxis en touringcars aan. Beeld ANP

Gemeenten lopen vaak voorop met nieuwe ontwikkelingen. In plaats van benauwd te reageren op nieuwe plannen kan het Rijk beter met gemeenten om tafel zitten, vindt Berend Vis, voormalig universitair docent bestuursrecht aan de RUG.

Het streven van enkele grote steden om benzine- en dieselauto’s binnen hun grenzen te weren heeft in Amsterdam tot een expliciet besluit in het college geleid: alle verkeer moet uitstootvrij worden. En daarmee is het aloude twistpunt over de grenzen van de gemeentelijke bevoegdheid weer springlevend.

Hoe zit dat? De gemeente heeft sinds Thorbecke de bevoegdheid gekregen haar eigen huishouding te regelen. Dat wordt de autonome bevoegdheid genoemd. In de protestantse terminologie hebben we hier een voorbeeld van ‘autonomie in eigen kring’. Daarnaast kan de gemeente bij wet worden opgedragen om de toepassing van landelijke wetgeving voor haar rekening te nemen. Dat staat bekend als medebewind. Dat is de verhouding van de ondergeschikte gemeenten ten opzichte van het hiërarchisch hoger geplaatste Rijk.

Het autonome besluit van Amsterdam over stekkerauto’s en dergelijke heeft onmiddellijk gewerkt als een rode lap op een stier; de staatssecretaris van verkeer vroeg zich per kerend persbericht af of dit wel mocht. Er zijn immers al landelijke regels voor het verkeer en voor de eisen waaraan auto’s moeten voldoen. Dat de staatssecretaris zich zo uitgedaagd voelde is een mooi resultaat van een lange ontwikkeling van de verhouding tussen gemeenten, provincies en de rijksoverheid. Het is de moeite waard daar bij stil te staan.

Met het op gang komen van de industrialisatie van Nederland werden al snel de maatschappelijke gevolgen duidelijk en begon de bijbehorende wetgeving er te komen. Een inspirerend voorbeeld is de wet waarbij de hogere burgerschool (hbs) in het leven werd geroepen. Naast het gymnasium, dat opleidde voor de universiteit, moest de hbs opleiden voor de opkomende moderne handel en industrie.

Om de tafel

Burgers lieten ook van zich horen. In 1872 publiceerden enkele artsen hun Handboek der openbare gezondheidsregeling en der geneeskundige politie (politie = bestuur) met allerlei aanbevelingen voor gemeentelijke regelingen.

Vooral de gemeenten die het meest met het lot van hun inwoners waren begaan, maakten vanaf 1880 verordeningen op allerlei gebied: gezondheid, hygiëne, wonen, keuring van voedingsmiddelen, drankmisbruik, arbeidstijd, de veiligheid en arbeidsloon. In 1896 verscheen in Groningen voor het eerst een verkiezingsprogramma voor de gemeenteraad, het was geheel gewijd aan de onhygiënische toestanden van de tonnetjeswagen.

De geschiedenis laat zien dat gemeenten als voortrekkers optraden. Pas rond de eeuwwisseling liet de Haagse wetgever onder druk van de vele gemeentelijke initiatieven zijn terughoudendheid varen. De Woningwet van 1901 is het beroemde voorbeeld. De daarin opgenomen kwaliteitseisen voor de (arbeiders)woningbouw gelden dan voor alle gemeenten. Een hele reeks wetten volgde zoals Pensioenwetten, Brandveiligheidswetten, de Warenwet, Bioscoopwet, Winkelsluitingswet, Girowet, Nijverheidsonderwijswet, en de Motor- en rijwielwet.

Vanaf de Tweede Wereldoorlog nam de centrale overheid de leidende rol over: de wetgeving met medebewind van de gemeenten groeide in hoog tempo. Maar het lijkt er inmiddels op, dat die wetgeving ook aan een formele, procedurele verstarring is gaan lijden. Met de traagheid van handelen die daar zomaar uit kan voortkomen.

We leven in een tijd van zeker zulke snelle veranderingen als de tijd van ruim een eeuw geleden: met nieuwe problemen op vele gebieden. De complexiteit van de ontwikkeling vraagt om samenwerking. De vraag is dan hoe goede ideeën uit de samenleving worden ingebracht, hoe Rijk en gemeenten aan elkaars beleid kunnen bijdragen. In plaats van benauwde reacties met de vraag ‘of het wel mag’ lijkt het mij meer bij deze tijd passen om met elkaar om tafel te gaan zitten.

Lees ook:

Rijdt u in een benzine- of dieselauto? In Amsterdam is uw wagen in 2030 waarschijnlijk niet meer welkom

Amsterdam gaat stapsgewijs over op elektrisch vervoer. Vanaf 2030 is in de hele stad schoon vervoer verplicht.

Zo maakt Nederland zich klaar voor het einde van de benzine-auto

Vanaf 2030 mogen er in Nederland geen nieuwe auto’s meer worden verkocht die broeikasgas uitstoten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden