null Beeld

ColumnSylvain Ephimenco

Razende Hollandse slangen tussen Hongaarse reuzen

Sylvain Ephimenco

Hoewel ik nog steeds niet de Boos-uitzending heb gekeken over grensoverschrijdend gedrag van mannen, moet ik wel iets bekennen: naar mannen met ingetogen gedrag, die zijn er nog, heb ik de laatste dagen wel gekeken. Nog beter: van alle wedstrijden van de Nederlandse handbalploeg op het EK heb ik nog geen minuut gemist. Nu hoor ik al de zuchten van de gemiddelde lezer die vindt dat een stuk over sport niet op pagina 2 hoort. Met permissie, vanaf mijn dertiende werd handbal mijn nieuwe religie. Ik smeet toen onachtzaam mijn (te korte) albe van misdienaar over de haag om die voor het seculiere geel-zwarte shirt van de plaatselijke handbalvereniging te ruilen.

Eenmaal in Nederland snelde ik me naar de Rotterdamse club Ancora uit IJsselmonde. Op de tribunes wemelde het in die tijd van jonge vrouwen die minder in de wedstrijd geïnteresseerd waren dan in onze krappe sportbroekjes, waarover ze pikante opmerkingen maakten. Van scheidrechters kreeg ik snel de bijnaam ‘Lange ellende’. Dit had zowel te maken met mijn lengte als door mijn neiging om bij iedere arbitrale beslissing te protesteren.

Ik keek mijn ogen uit

Over lengte gesproken: toen ik vorige week Oranje in de MVM Dome van Boedapest zag aantreden, viel ik van de bank. Daar kroop een stelletje Kleinduimpjes over de grond, die uit hun ziltige polders kennelijk niet voldoende gevitamineerd water hadden geslurpt. Gemiddelde lengte 180 centimeters, daar waar een zichzelf respecterend nationaal handbalelftal gemakkelijk tussen de 190 en 195 moet zitten. En dan met Luc Steins (173 cm) als centrale motor.

Maar al na enkele minuten zag ik razende slangen vliegensvlug kronkelen tussen de Hongaarse reuzen. Stupéfait! En die paling van een Steins, die door al die Magyaarse kolenschoppen gleed om de mooiste doelpunten aaneen te rijgen. Alsof die kleine Bataven een nieuw soort handbal hadden uitgevonden, gebaseerd op snelheid en durf. Ik keek mijn ogen uit.

Helaas, na twee gewonnen wedstrijden op vier, lag de helft van de ploeg in covid-quarantaine in het hotel, waaronder de gehele keepersgilde. Toen werd Thijs, de Leeuw(en) van de Lage Landen, uit wanhoop als keeper ingevlogen. De man die zijn eerste en laatste interland twaalf jaar geleden had gespeeld. Die van zijn werkgever schoorvoetend toestemming kreeg, mits hij op zijn laptop zijn werk in Boedapest tussen twee schoten zou afkrijgen. Van Leeuwen in De Telegraaf: ‘Misschien kost het mij vrije dagen, maar dat kan me niet schelen’.

Thijs van Leeuwen nam zijn zichtbaar niet afgetrainde lijf mee naar Hongarije en werd tegen Montenegro de held van de dag. Alsof zijn handen en voeten met lijm waren ingesmeerd, stopte hij bijna de helft van de op hem afgevuurde schoten. Hij werd gekozen tot beste speler van de wedstrijd. Of hij zijn werk heeft kunnen afmaken en van zijn baas straks een klap op zijn schouder en een bonus krijgt, weet ik niet. Maar gisteren moest de ontwerper van schedelimplantaten tegen de Deen Mikkel Hansen optreden: de beste speler ter wereld met een geschatte jaarlijks inkomen van 2,5 miljoen euro.

Drie keer per week werpt columnist Sylvain Ephimenco zijn blik op de actualiteit. Lees zijn columns hier terug.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden