null

OpinieBestuurscultuur

Politieke versplintering verlamt de Tweede Kamer

Het gewriemel in de Tweede Kamer neemt zulke zorgelijke vormen aan dat het niks wordt met de noodzakelijke tegenmacht, vreest Jan Schinkelshoek, oud-Kamerlid voor het CDA. Kamerleden moeten zich weten te beperken, vindt hij.

Wie wordt de negentiende? Rond het Binnenhof worden al weddenschappen gesloten: wie gaat na al die voorgaande afsplitsingen als volgende op eigen kracht verder in de Tweede Kamer? Scheidt Pieter Omtzigt zich af van het CDA? Splitst het populistische blok zichzelf nog verder op? Of is een van de andere partijen aan de beurt?

Nederland betaalt een hoge prijs voor de evenredige vertegenwoordiging. Omdat er geen kiesdrempel is, is het betrekkelijk gemakkelijk om een Kamerzetel te veroveren. De Tweede Kamerverkiezingen van maart leverden een bont palet op. Maar liefst zeventien fracties, waarvan zeven met minder dan vijf zetels, vormden zich.

Na maart hield die versplinteringsdrang niet op. Op Hemelvaartsdag viel Baudets Forum voor Democratie – inmiddels een wijdvertakte boom – in twee stukken uiteen: Wybren van Haga, ooit afgesplitst van de VVD, ging met twee collega’s z’n eigen gang. Eigenlijk is er al een negentiende fractie. 50Plus maakt de faam waar, verbrokkelde opnieuw. Maar omdat er na alle gedoe nog slechts een eenmansfractie was overgebleven, stuitte de splitsingsdrang op de eigen grenzen. Liane den Haan scheidde zich af en ging op eigen kracht door.

Iedereen moet z’n plasje kunnen doen

Die versplintering komt de Tweede Kamer niet ten goede. Debatten worden er zo veel langer door. Wat het hele land de afgelopen weken heeft kunnen zien, stemt niet vrolijk. Het gehengel aan de interruptie­microfoon – iedereen moet z’n plasje kunnen doen – illustreert parlementaire onstuimigheid. Veel herhalingen, tot op het eindeloze af. Omdat iedereen gelijke rechten heeft, staat ook de nieuwe Kamervoorzitter machteloos. Op z’n best kan ze het in ordelijke banen proberen te leiden.

Dat is nog maar de buitenkant. Het dieperliggende probleem raakt aan de slagkracht van de Tweede Kamer. Hoe gaat een zo verbrokkeld en versplinterd parlement een vuist maken? Hoe kan het op tegen de toch al immense voorsprong van de regering? Hoe denkt het goede wetten af te leveren en, minstens zo belangrijk, systematische controle op te zetten? Hoe overstijgt die veelheid aan losse Kamerleden de onderlinge concurrentie? Hoe voorkomt het dat de detailzucht het gaat winnen? Hoe zullen straks de al aangekondigde onderzoekscommissies worden bezet? Hoe voorkomt het, opgejaagd door onderlinge wedijver, te worden meegesleept door de waan van de dag? Hoe pareert het de onbedwingbare scoringsdrift?

Te waardevol om bij het grofvuil te zetten

Nee, dit wordt geen pleidooi voor kiesdrempels. De evenredige vertegenwoordiging – de volksvertegenwoordiging als min of meer getrouwe afspiegeling van wat onder het volk leeft – is te waardevol om na enkele afsplitsingen of interrupties bij het grofvuil te zetten. Het heeft nog steeds meer voor- dan nadelen om alle kleuren en geuren opgediend te krijgen. Ook al bevalt een of andere smaak of bijsmaak minder. Je hoort, ziet, voelt wat er leeft.

Er komt iets bij. Versplintering is niet de schuld van kleine partijen. De oorzaak ligt minstens zozeer bij de grote partijen, beter: de grote partijen van weleer. Ooit goed voor twee derde van het aantal zetels van de Tweede Kamer, heeft het middenblok sinds, pak ’m beet, 1994 zo veel goodwill verloren dat links, rechts, overal voedingsbodem voor nieuwe partijen ontstond, vaak politieke avonturiers. Anders gezegd: CDA, PvdA en VVD hebben het er lelijk bij laten zitten. Alleen al daarom moeten ze niet klagen over al die politieke nieuwelingen.

Maar er is nog wel een probleem, een probleem dat raakt aan de geloofwaardigheid van de Tweede Kamer. Dat hele gewriemel – excusez le mot – doet de reputatie van het parlement geen goed. Na alle affaires, waar de Kamer als gebrekkige medewetgever of als falend controleur medeverantwoordelijk voor is, staat de volksvertegenwoordiging er toch al gekleurd op. Zo wordt het niks met die noodzakelijke parlementaire tegenmacht. Nog even, en het geklaag over ‘het praathuis aan het Binnenhof’ steekt de kop weer op.

Geen gemakkelijke oplos­sing

Helaas is er geen gemakkelijke oplos­sing, laat staan een voor de hand liggende. Maar het zou al veel helpen als Kamerfracties en Kamerleden zich beperkten. Zich beperkten als ze aan het woord zijn. Zich beperkten in toon en toonhoogte. Zich beperkten bij het stellen van vragen en het indienen van moties. Zich beperkten tot hoofdzaken: uitvoerbare regelgeving en stevige controle.

Dat begint met parlementaire zelfreflectie. Maar ja, dat is ruim tien jaar geleden ook al eens geprobeerd. Zonder veel succes.

Lees ook:

Veel partijen, dat is juist weldaad voor democratie

Een Tweede Kamer met heel veel partijen leidt wellicht tot een moeizame formatie, het betekent ook dat heel veel groepen burgers politiek vertegenwoordigd zullen zijn, stelt Joop van Holsteyn, hoogleraar Politiek gedrag en methoden van onderzoek aan de Universiteit Leiden.

Zetelrovers zijn niet het echte probleem van het parlement

De Tweede Kamer heeft ­enkele jaren geleden de huisregels aangepast om afsplitsingen van fracties te ontmoedigen en op die manier fragmentatie tegen te gaan. Het heeft niet geholpen en de vraag is zelfs of de beperkingen in spreektijd en faciliteiten niet indruisen tegen de Grondwet, aldus Hans Goslinga.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden