null Beeld
Beeld

ColumnStevo Akkerman

Politieke leiders maken misbruik van de angst om geen plek te hebben

Op school leerden we de bijbelse psalmen uit ons hoofd, en we zongen ze natuurlijk in de kerk. Alle 150 psalmen deden we, en we namen ze allemaal voor lief, wat de tekst ook zeggen wilde. Het archaïsche Nederlands hielp mee, de woorden zweefden in een wereld die weinig met de onze te maken had.

’t Godd’loze volk wordt haast tot as,
’t zal voor Uw oog vergaan als was,
dat smelt voor gloênde kolen.

Verderop in deze psalm, het is nummer 68, wordt ook nog een ‘haar’gen schedel’ geklieft en mogen we ‘onze voet in ‘t bloed van elke vijand steken’. Toen ik wat ouder was begon ik me wel af te vragen waarom we met uitgestreken gezichten zulke teksten zongen. En waarom ze überhaupt in ons heilige boek stonden. Nu zou ik zeggen: natuurlijk staan ze daarin, het is de wraakpoëzie van een strijdende dichter die zich keert tot zijn God – zijn vijand deed ongetwijfeld hetzelfde.

‘Moge hun naam uitgewist worden’

Gewapend met deze herinneringen verbaasde het me niet te zien hoe jonge Joodse mannen zich bij de Klaagmuur tot de Bijbel wendden om hun afkeer van de Palestijnen religieus te funderen. Terwijl er vuur brandde bij de Al Aksa-moskee – waar deze Joden de herrijzenis van hun tempel verwachten – riepen ze ‘Yimach shemam’: ‘moge hun naam uitgewist worden’. Een verwijzing naar de Bijbelse vervloeking van de vijandige Amalekieten. Ook zongen de mannen frases van een Joods-extremistische song, die bekendheid kreeg na beelden van een bruiloft; de aanwezigen daar draaiden dat nummer om de dood te vieren van de Palestijnse baby Ali Dawabsheh. Ali kwam in 2015 om het leven bij brandstichting door Joodse militanten, een geruchtmakende zaak.

Ik ontleen dit alles aan tweets van Elizabeth Tsurkov, die verbonden is aan een Israëlische denktank. “Als Joodse doet deze walgelijke show van haat mij pijn”, schreef ze.

Van hier is het geen grote stap naar de anti-Joodse haatkoren die nu klinken vanwege Gaza, en die ook religieus getoonzet zijn. ‘Khaybar, Khaybar’, roepen moslim-demonstranten, ‘het leger van Mohammed zal terugkeren’. Een verwijzing naar de slag bij Khaybar, waar Mohammed in 628 de Joodse stammen versloeg.

Bloeddorst wijten aan religie

Waar gevochten wordt om land, grond en bezit, bestaat bij alle partijen de neiging de bloeddorst van de ander aan diens religie te wijten, aan de haat die daarin besloten ligt. De Serviërs en Bosniërs deden dat, net als de protestanten en de katholieken in Ierland, en alle landen in de grote Europese godsdienstoorlogen van voorbije eeuwen. Het bevestigt het idee dat religie de wortel van alle kwaad is – tot je de nazi’s en de communisten te binnen schieten.

Maar wat in religieuze of ideologische termen wordt uitgedrukt (en waar politieke leiders misbruik van maken), is niet zelden iets anders: de angst om geen plek te hebben, niet te mogen bestaan. De Israëlische schrijver David Grossmann, wiens zoon Uri in 2006 sneuvelde als militair, zei het zo, in een speech voor Israëlische en Palestijnse nabestaanden: “Als de Palestijnen geen thuis hebben, zullen de Israëliërs ook geen thuis hebben”.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden