Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Polderboeddhisme bruist van leven

opinie

Henk W. A. Blezer en hoofdonderzoeker specialisaties boeddhisme en Tibet aan de Universiteit Leiden

Boeddisme in Nederland ziet er anders uit dan in Bhutan; het lijkt op veel nieuwe religies hier.

De kerken lopen leeg maar de Boeddhabeeldjes zijn niet aan te slepen. Boeddhisme is nieuws en er wordt veel over geschreven. Maar over welk boeddhisme heeft men het eigenlijk: boeddhisme in Nederland, het ’Westen’, ’Oosten’, of allemaal tegelijk? Heeft men het over boeddhisme zoals het nu is of zoals het vroeger mogelijk ooit was, of men het graag zou willen zien?

Wat opvalt is dat er steeds meer scepsis en ook zorg doorklinkt in de publieke discussie over polderboeddhisme. Het is inmiddels zelfs bon ton geworden om polderboeddhisten niet al te serieus te nemen, zeker hun aantallen niet – volgens sommige rekenmeesters is boeddhisme inmiddels immers de tweede religie in Nederland? – maar ook hun praktijk niet. Er zijn ook wel kritische geluiden over vercommercialisering. De subtekst in artikelen als ’Boeddha is groot’ van Leonie van Nierop in NRC Handelsblad van 13 juni 2009 spreekt boekdelen. Kees Waaijman, scheidend hoogleraar spiritualiteit aan de Radboud Universiteit Nijmegen, wond er in Trouw van 12 februari nog minder doekjes om.

In ’Waardeer eigen spiritualiteit’ vergelijkt Waaijman de nieuwste verbredingen van spiritualiteit en met name de vlucht naar ’de oostersche tradities’, zoals Nederlands boeddhisme, met slechte seks of seksuele aberraties. Het wijkt volgens hem af van wat gangbaar is. Nu gun ik een bejaarde karmeliet in de traditie van Theresa graag het voordeel van de twijfel als het erom gaat te oordelen wat mieterse seks is. Ik neem verder aan dat we bij seksuele aberraties vooral moeten denken aan buitengewoon kwalijke zaken, zoals seksueel misbruik door priesters. Maar die stelling roept toch ook andere vragen op, zoals over de onderliggende definities van spiritualiteit en boeddhisme.

Het probleem van de discussie zit ’m, zoals zo vaak, grotendeels in de gebezigde termen. ’Nieuwe spiritualiteit’ is een brede en slecht omschreven grootheid en dat geldt zeker ook voor boeddhisme in Nederland. Bovendien, wie de termen van de discussie bepaalt, legt daarmee ook al grotendeels het verdere gesprek vast. Dat is de macht van het discours (c.q., geseculariseerd joods-christelijk). Zulke wijde zakken kunnen soms goed uitkomen, bijvoorbeeld om wervende christelijke public relations mee te verpakken, of te verhullen. Maar uiteindelijk leurt men toch gewoon met vage schetsen en karikaturen; het blijft boerenbedrog.

Hoezo is nieuwe spiritualiteit eigenlijk vaag? Waarom is een goed gevoel bij meditatie of een Boeddhabeeld slechte spiritualiteit en hetzelfde bij een rozenhoedje of een Mariabeeld weer niet? De vermeende vaagheid van nieuwe spiritualiteit – meestal van anderen – lijkt deels een gevolg te zijn van de vaagheid van de termen waarbinnen het gesprek gevoerd wordt en deels van een schetsmatige en selectief onvoordelige voorstelling van andermans positie. Door het vaag te houden, valt ook niet op dat soms wel zeer verschillende zaken met elkaar vergeleken worden: bijvoorbeeld, het fijne gevoel bij een Boeddhabeeldje met de diepte van middeleeuwse christelijke mystiek – zoals wij die thans tenminste menen te mogen begrijpen. Dat is een beproefde strategie. Het levert soms aardige polemiek op, maar uiteindelijk toch weinig interessants.

Boeddhisme in Nederland mag dan wel vaag heten, feit is toch dat het bruist van leven en volop in beweging is. Het ziet er hier uiteraard anders uit dan, bijvoorbeeld, in Bhutan, en lijkt eigenlijk nog het meest op andere nieuwe Nederlandse religies. Maar wat verwacht je van uit de klei getrokken boeddhisten in een laatmoderne, geseculariseerde, en geïndividualiseerde samenleving? Dat lijkt me alleen maar gezond: boeddhisme is niet noodzakelijk exotisme; liever niet eigenlijk.

Waaijman beveelt hier achter een rookgordijn van vage termen en onzuivere argumentatie zijn karmelitaanse spiritualiteit aan. Hij preekt vooral voor eigen volk. Feit is ook dat die kerk leegloopt, ondanks de fantastische seks, terwijl de belangstelling voor boeddhisme snel groeit.

Diepte van spiritualiteit kan afhangen van het soort beeldje en niet van de religieuze beleving. Ze kan bij voorkeur worden gestaafd door verwijzing naar mystici uit de verre Middeleeuwen en voorbijgaan aan wat werkelijk bij mensen leeft. Ze kan het geleidelijke afsterven betekenen van de eigen aanhang. Maar dan zijn er misschien toch ook andere factoren in het spel dan alleen maar ’diepte’. En dan moeten we zaken wellicht ook eens anders gaan benoemen, hier in ons vlakke land, met zijn torenhoge minaretten en kleurrijke boeddhistische kloosterforten.

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie