ColumnHans Goslinga

‘Polariseer tegen de polarisatie’

De sociaal-democraat Thijs Wöltgens wilde na zijn Kamerlidmaatschap niet het ‘Orakel van Kerkrade’ worden, maar af en toe deelde hij wel zijn politieke wijsheid met de wereld. In 2004 schreef hij dat democraten tot het uiterste moeten vermijden tegenstanders tot vijanden te bestempelen. Vandaag opnieuw urgent door de vraag hoe om te gaan met een partij als Forum voor Democratie.

Aanleiding voor Wöltgens, die tussen 1977 tot 1994 voor de PvdA in de Kamer zat, de laatste vijf jaar als fractieleider, was de aanwakkerende polarisatie over immigratie, integratie en de positie van de islam. De toenmalige VVD-Kamerleden Hirsi Ali en Wilders hadden zojuist een ‘liberale jihad’ tegen de islam aangekondigd vanuit de gedachte dat deze religie onverenigbaar is met de democratie.

Wöltgens vond die gedachte net zo fundamentalistisch als datgene wat de twee liberalen wilden bestrijden. Principieel in strijd ook met de democratie, die uitgaat van verscheidenheid aan opvattingen en een scheiding van kerk en staat. Met het voeren van een liberale jihad tegen een religie, maakte je de kerk in feite ondergeschikt aan de staat en dwong je mensen in een en hetzelfde keurslijf van een soort staatsreligie, die bepaalt wanneer je ‘een goede vaderlander’ bent.

‘Vijandschap is het einde van de basisconsensus waarop de democratie berust’

De polarisatie waarvoor Wöltgens waarschuwde gaat nog onverminderd door, ook elders. Hierbij is steeds meer de democratie zelf in het geding gekomen, omdat het kernpunt van deze staats- en beschavingsvorm wordt betwist. Dat kernpunt is geestelijke vrijheid en de gelijkheid voor de wet van iedereen. Migranten zijn, anders dan Forum-leider Baudet in het najaar in de Tweede Kamer beweerde, geen ‘subgroepen met subrechten’, maar volwaardige burgers.

Het is niet voor het eerst dat de democratie het te verduren krijgt van partijen en bewegingen die stelselvijandig zijn; we hebben er ervaring mee. Wöltgens beriep zich daarop, toen hij in het ‘Parlementair Jaarboek 2004’ schreef dat je moet oppassen van je tegenstanders vijanden te maken. “Vijandschap is het einde van de basisconsensus waarop de democratie berust. Vijandschap zoekt een slagveld in plaats van een debat.” Daarom, stelde hij vast, heeft onze parlementaire democratie zelfs het fundamentalisme van CPN, SGP en NSB verdragen.

De democratie is dus naar haar wezen, vastgelegd in de grondrechten, gehouden verdraagzaam te zijn tegenover groepen die op haar ondergang uit zijn of die de democratie voorstellen als ‘een strijd van wie dit land en van wie de cultuur is’ (Baudet). Maar de geschiedenis leert ook dat het verstandig is deze verdraagzaamheid te begrenzen, anders kan het gaan zoals in Duitsland na de ondergang van de democratische Weimar-republiek in 1932. De dragers van de republiek stelden zich te lankmoedig en te naïef op tegenover de antidemocratische nazi’s van Hitler, die hiervan voor het eerst profiteerden in 1930 in Thüringen, thans het brandpunt van een leiderschapscrisis in de CDU.

De grondwet noopt de democratie dus tot een zekere kwetsbaarheid, maar is naar een gevleugeld woord uit de Amerikaanse geschiedenis ‘geen zelfmoordpact’. De uitweg die Wöltgens suggereerde, was niet een partijverbod of een cordon sanitaire rondom twijfelachtige partijen. Als rechtgeaard sociaal-democraat zocht hij de oplossing in de eerste plaats in het bestrijden van economische ongelijkheid als voedingsbodem voor antidemocratische machtsvorming.

Polariseren tegen polarisatie

Dat is een aangelegen punt voor de democratie, die berust op vrijheid én gelijkheid. De broederschap, de basisconsensus, gaat verloren als het evenwicht zoekt raakt en de materiële ongelijkheid te groot wordt. De onvrede hierover krijgt giftige trekken als zij wordt gekoppeld aan vrees voor culturele Überfremdung of zelfs ‘omvolking’. Deze dynamiek is thans volop werkzaam in de westerse wereld.

Wöltgens vatte deze conjunctie destijds kernachtig samen: het aangeblazen geloof in de maakbaarheid van de cultuur en de onmaakbaarheid van de economie als het exclusieve domein van de markt voeden beide de polarisatie. Hierin werkte volgens hem als vliegwiel dat het gemeenschappelijk belang van goede publieke voorzieningen (onderwijs, zorg, welzijn, pensioenen) uit beeld is geraakt, terwijl in liberalenland de baten en kosten individueel worden vertaald. Daardoor komen gezonde mensen tegenover zieken te staan, jongeren tegenover ouderen en autochtone Nederlanders tegenover immigranten.

De conclusie die je kunt trekken is dat de democratie, van een van haar ankers gelicht, een gemakkelijke prooi kan worden van valse profeten. Die kun je wel verdragen, maar je moet ze vooral bestrijden en er niet mee samenwerken. Wöltgens schreef: “De kunst is om te polariseren tegen de polarisatie die burgers uit elkaar speelt”.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden