Column

Poëzie verbindt wel degelijk

Leonie BreebaartBeeld Maartje Geels

Zo’n tweet is eruit voor je er erg in hebt, en toen het bericht rondging dat onze enige grote poëzieprijs, de VSB, opgedoekt werd omdat poëzie niet zou ‘verbinden’, twitterde ik dat zo’n eis ‘modieuze onzin’ was. Dat klopt niet helemaal: poëzie verbindt wel degelijk.

 Alleen al het feit dat onze Dichter des Vaderlands, Ester Naomi Perquin zich voor haar bundel ‘Celinspecties’ (bekroond met de VSB-prijs) liet inspireren door haar werk in de gevangenis, maakt het volgende stukje ambtenarenproza nog idioter: “Soms ontstaan er zelfs muren tussen groepen mensen in de samenleving,” schrijft het VSB, alsof dat inzicht onze vaderlandse dichters volstrekt ontgaan is. “Dat leidt tot achterstand of achterstelling. Daarom richt VSBfonds zich op initiatieven en projecten van mensen en organisaties waar actieve burgers een rol spelen …” Enfin, de rest zal ik u besparen.

De redelijke kern onder dit dorre betoog zou kúnnen zijn dat poëzie nog altijd geen massa’s moderne Nederlanders bereikt. Dat klopt. Het is geen hiphop.

Maar betekent dat ook dat poëzie niet verbindt?

Alleen als je uitsluitend denkt in horizontalen, als de verticale verbindingen tussen verschillende generaties Nederlanders, die verbindingen die we meestal canon noemen, of erfgoed, of cultuur, je hoegenaamd ontgaan.

Met de in mijn ogen nog piepjonge dichteres Hannah van Binsbergen (1993) zat ik eens aan de koffie, toen het gesprek onverwacht kwam op de Duitse dichter Rilke - ook alweer dood sinds 1926. Voor we het wisten declameerden we unisono die regels waarin Rilke twee geliefden, twee zielen die maar niet van elkaar loskomen, vergelijkt met snaren op een viool. “Doch alles, was uns anrührt, dich und mich,/ nimmt uns zusammen wie ein Bogenstrich,/ der aus zwei Saiten eine Stimme zieht.” En dan het slot: “Auf welches Instrument sind wir gespannt?/ Und welcher Geiger hat uns in der Hand? O, süszes Lied.”

Ik vond dat zeer ontroerend. Mijn opa hield al van die regels, deze dichteres dus ook.

We zijn er ook om de canon door te geven, waarbij je, toegegeven, in Nederland misschien niet meteen denkt aan Rilke, maar aan ‘Domweg gelukkig in de Dapperstaat’, ‘Voor wie ik liefheb wil ik heten’ en niet te vergeten: ‘Alles van waarde is weerloos’.

We zijn er om die erfenis te koesteren. Én om erop voort te bouwen, zodat er nieuwe regels bijkomen die uitdrukken wat wij zouden willen kúnnen zeggen. Dat is de taak van dichters. Maar als dezelfde Hannah van Binsbergen vorig jaar niet de VSB-prijs gewonnen had, nog net op het nippertje dus, zou haar verpletterende bundel ‘Kwaad gesternte’ in nóg meer boekhandels en bibliotheken ontbreken.

En hoeveel Nederlanders zouden dan gehoord hebben van deze regels over onze eigen verwarrende tijd: “Mijn geweten is iets lichts / geworden nu ik mijzelf altijd moet zien en zien hoe ik door / iedereen gezien word.” Hiphop is het niet, maar het zijn regels die gelezen en bewaard zouden moeten worden. Zet ze op een muur!

Maar wie wijst ons op zulke poëzie als de belangrijkste prijs van het land straks is afgeschaft?

Leonie Breebaart is filosoof en redacteur van Trouw

Lees ook de ingezonden brief van kunstenaar Ralph Rosset: 'Tegendraads, eigenzinnig, origineel? Jammer, maar aan dat soort geneuzel hebben de kunstfondsen helaas geen boodschap'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden