null

EssayMoralisme

Podiummoralisme: opkomen voor je medemens, om zelf in de spotlights te kunnen staan

Beeld Colourbox

Ze werpen zich op als emancipator, als beschermer van mensen wier belangen in het geding zijn. Maar podiummoralisten zijn vooral uit op een plekje in de schijnwerpers voor zichzelf, schrijft Christiaan Hoekstra.

Een nieuwe moraal wordt vaak gevormd op de puinhopen van een tragische gebeurtenis. Veelal heeft een gemeenschap leed ondergaan en dient een herhaling te worden voorkomen. Daarop wordt een preventiestrategie bedacht, om een potentiële veroorzaker van eenzelfde tragedie vroegtijdig te ontmaskeren en te bestrijden.

Een historisch voorbeeld van zo’n tactiek werd ingevoerd in de 5de eeuw voor Christus, na het tirannieke bewind van Peisistratos en zijn zonen in de Atheense stadstaat. Een ontpopping van eenzelfde tiran moest in een vroeg stadium worden stopgezet. Daarop besloten de Atheners het schervengericht in te stellen, een vorm van publieke terechtstelling die vandaag de dag hoogtij viert – zie de recente ophef rond de 4 mei-lezing van Abdelkader­­ Benali.

In het oude Athene werd het schervengericht al snel misbruikt als politiek strijdmiddel. Het ging dienst doen om de belangen van de aristocratische families veilig te stellen. Opponenten kregen dan de bedreigende tirannieke kenmerken toegedicht. Rivalen werden als een tiran gebrandmerkt en vervolgens verstoten.

Eenzelfde vorm van misbruik kenmerkt het hedendaagse, opkomende podiummoralisme. Ook de podiummoralist bedient zich van een heersend ethisch kader om mogelijke tegenstanders te bestrijden. Hij werpt zich op als emancipator, als beschermer van de mensen wier belangen in het geding zijn – vooral met het doel om zelf een plekje op het podium te bemachtigen.

Een gefrustreerde groep mensen

Podiummoralisten maken daarbij handig gebruik van de manier waarop een nieuwe moraal wordt gevormd. Daarvoor zijn nodig: een gefrustreerde groep mensen, een verwoorder van hun ongerief en een communicatiemiddel. In een samenspel van deze factoren kan een nieuw idee van moraliteit ontstaan dat, bij genoeg aanhang, een nieuw ideaal van goed samenleven inluidt.

Een historisch voorbeeld van zo’n wisselwerking is de opkomst van het protestantisme in Europa. Begin 16de eeuw zag de Duitse Augustijner monnik Maarten Luther het ongenoegen over de praktijken in de rooms-katholieke kerk. Hij verwoordde dit in 95 stellingen. In 1517 werden die al snel in de Duitse volkstaal gepubliceerd en vervolgens door de intrede van de boekdrukkunst in groten getale verspreid. Luther kreeg daardoor steeds meer aanhang. Een nieuwe moraal werd zo geconstrueerd en de kerkscheuring was daarmee een feit.

Een recenter voorbeeld van die wisselwerking waren de radiotoespraken van de Indiase onafhankelijkheidsstrijder Mahatma Gandhi. Het grote onbehagen over het Britse kolonialisme werd door hem via een radiostation verspreid. Die radiogolven bereikten de uithoeken van de gigantische landmassa en zo kon Gandhi een Indiaas collectief op de been brengen. De aanhang versmolt en verdreef in 1947 de Britten uit hun kroon­kolonie.

De mechanismen die kunnen worden gebruikt om onderdrukkers van hun troon te stoten, zoals Gandhi deed, zijn ook toepasbaar voor minder verheven doelen. Sinds de geschiedenis wordt uitgelegd als een emancipatiestrijd, is er niets mooier dan als ‘individu-emancipator’ in datzelfde pantheon te worden opgenomen. En met de komst van internet, sociale media en camera­telefoon heeft iedereen toegang tot communicatie­middelen om een groot publiek te bereiken. Dat is de ideale voedingsbodem voor het podiummoralisme: iedereen kan proberen een moraal aan de man te brengen en een deel van het podium voor zichzelf op te eisen. 

De snelste manier om dat te doen is om je als emancipator op te werpen, door een overtreder publiekelijk te beschuldigen. Dan jaagt de podiummoralist de bestrijdingsreflex aan waaraan hij zelf de leiding kan geven. De media kunnen dat oppikken, met als gevolg aandacht en beloning.

Dat dit juist in deze tijd zo aanslaat, is een reactie op het ‘einde der grote verhalen’ na de Koude Oorlog. In dat vacuüm biedt het podiummoralisme, als individuele betekenisgever, uitkomst. In een sterk geïndividualiseerde samenleving, zonder verbindend en betekenisvol verhaal, hunkeren individuen naar bevestiging. Het credo van de podiummoralist luidt dan ook: ‘Ik ben moreel verontwaardigd, dus ik besta.’

Verontwaardiging opwekken

Om die verontwaardigde rol te kunnen spelen moeten er wel overtreders zijn. Daarom bedient de podiummoralist zich van allerlei instrumenten die de verontwaardiging kunnen opwekken. Een daarvan is de taboeïsering van bepaald taalgebruik en de vorming van nieuwe woordconstructies. Dit heeft tot doel om een nieuwe overtreder direct als zodanig te kunnen classificeren.

Een historisch voorbeeld hiervan is de radicalisering tijdens de anti-monarchale fase van de Franse Revolutie. Vanaf 1792 werd alles wat enig verband hield met het Franse koningshuis verboden. Niet alleen kwam de Franse vorst zelf onder de guillotine terecht, er kwamen vele gedrags-en taalcorrecties. Zo mocht een kaartspel geen koningspaar meer bevatten. Een insectennaam als de koningsbij werd eveneens verboden. ‘Overtreders’ werden onverbiddelijk weggezet als koningsgezind.

Zo zijn er ook in onze tijd vele verboden en woordconstructies bedacht die verband houden met morele kaders. Die werken als morele mijnen. Zodra er iemand op staat, wekt dat directe verontwaardiging. Ongeacht of een kwetsbare groep zich er druk over maakt, en ongeacht de precieze bedoelingen van de ‘overtreder’, ook al is die misschien wel per ongeluk op die mijn gaan staan. Hoe groter de dreiging, hoe groter de deugdzame beschermtaak.

Morele afwijking

Tevergeefs houdt de vermeende delinquent dan vol dat hij geen verkeerde intentie heeft gehad. Zijn onvermogen om ‘in te zien’ wat hij heeft misdaan wordt door de podiummoralist juist uitgelegd als een van de voornaamste kenmerken van zijn immoralisme. Zijn weigering om zich te onderwerpen aan het ‘nieuwe’ morele gezag wordt beschouwd als alweer een teken van zijn morele afwijking. Des te meer reden om de podium­moralist op het podium te vragen, zodat hij uitleg kan geven over zijn verontwaardiging. Hij kent immers wel de codes van de nieuwe moraal.

Uit angst voor verstoting onderwerpen mensen zich voortdurend aan de eisen van de nieuwe moraal. Want de will to fit in is sterker dan de waarheid. En de druk van het totalitaire web kan leiden tot ware volksgerichten: een extatisch tegen elkaar opbieden in de ‘kijk-mij-nou’-cultuur leidt tot radicalisering. Gerechtvaardigd door hun publiekelijke morele gelijk, durven podiummoralisten heel ver te gaan. Daarmee zijn ze soms een grotere bedreiging dan de mensen die ze zelf menen te moeten bestrijden.

Zo heeft Nederland na de Tweede Wereldoorlog een nieuw moreel kader gecreëerd om een dwaling als onder de nazibarbarij voor altijd te voorkomen. Er werd een extra-sensorisch systeem van alarmbellen gecreëerd die bij de eerste mogelijke fascistische signalen direct gingen rinkelen. Politici kunnen immers nog steeds op nationalistische reflexen inspelen, net als in de jaren dertig. Maar een opgeroepen bestrijdingsreflex kan ook te ver gaan. Zo verloor Wil Schuurman, de vrouw van de extreemrechtse politicus Hans Janmaat, in 1986 haar rechterbeen als gevolg van een antifacistische demonstratie. Pim Fortuyn werd openlijk met naar stront ruikende taarten besmeurd (waarbij niemand ingreep) en in 2002 doodgeschoten.

Een recenter voorbeeld is de ophef rondom schrijver Abdelkader Benali. Benali was gevraagd om dit jaar de 4-mei lezing te houden in de Nieuwe Kerk te Amsterdam, voorafgaand aan de Nationale Herdenking op de Dam. Afgelopen januari dook een HP/De Tijd-column uit 2010 van journalist Harald Doornbos op met uitlatingen van Benali over Nederlandse Joden. De column was gebaseerd op een gesprek tussen Doornbos en Benali in 2006 in Libanon, waar ze allebei waren als oorlogsverslaggever; Benali zegt de gewraakte uitspraken in een dronken bui te hebben gedaan, om stoom af te blazen, en zeker geen antisemiet te zijn.

Oordeel al geveld

Maar de podiummoralisten hadden hun oordeel al geveld. Anderhalf decennium nadien onderzochten ze niet eerst Benali’s overtuigingen. In plaats daarvan werd direct de bestrijdingsreflex in werking gezet en het podium opgeëist. Lees bijvoorbeeld de columns van journalist/publicist Jan Dijkgraaf op briefjevanjan.nl. Op 21 januari plaatste Dijkgraaf zijn column op Twitter met de kop ‘post voor de antisemiet’. Daarin gaf hij Benali het volgende advies: “Blijkbaar doe je alleen antisemitische uitspraken als je dronken bent. Zuip dus op 4 mei een keer een dagje niet.” Op 22 januari ging Dijkgraaf verder. Rapper Appa zou wel een goede opvolger voor Benali zijn. “Appa is bekend van de uitspraak ‘Israël doet hetzelfde als nazi-Duitsland’ en is dus uitermate gekwalificeerd om op het graf van alle Joodse oorlogsslachtoffers te pissen. Net als Benali.”

Tegen dergelijke vormen van verkettering kun je je eigenlijk niet meer verweren. Elke verdediging leidt tot verdere verstrikking, omdat de podiummoralisten daar zelf baat bij hebben. Ook het neerleggen van Benali’s functie als spreker is dan niet meer een blijk van respect, maar een schuldbekentenis.

Dat mensen zich publiekelijk van een moreel issue bedienen ter promotie van zichzelf is niet geheel nieuw. De Britse premier Lloyd George verwoordde dit al eens aan het begin van 20ste eeuw: ‘The promotion of the Self by benefitting others’ (zelfpromotie door anderen te bevoordelen). Het verschil is echter dat Lloyd George’s observatie tegenwoordig is omgevormd in: The promotion of the Self by accusing others (zelfpromotie door anderen te beschuldigen). Gepaard gaande met het bereik van de grote massa door die nieuwe communicatiemiddelen is dit een veel sterkere en gevaarlijkere tendens dan toen het zich begin 20ste eeuw voordeed.

De grote vraag is: hoe dienen we hiermee om te gaan. Net als met een echt mijnenveld zijn morele mijnen gemakkelijker gelegd dan weer opgeruimd. Wie zich er kritisch over uitlaat, wordt al snel in het antibeeld van het morele kader geplaatst. Vanwege de kans op sociale uitsluiting zullen velen dat het risico niet waard vinden. Daarmee krijgen de podiummoralisten vrij spel, of in dit geval, een open podium.

Om tegenwicht te bieden moet er een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen de echte moralist en de podiummoralist. Eén definitie die kan helpen om de morele integriteit van iemand te bepalen is ‘what is someone doing, when nobody is looking’. Oftewel: is de moralist daadwerkelijk zo begaan met de hulpbehoevende groep, ook als de cameralens niet op hem gericht is?

Net als de 20ste-eeuwse salonsocialist niet echt begaan was met de arbeidersklasse, is de 21ste-eeuwse podiummoralist dat ook niet altijd met ‘zijn’ kwetsbare groep. Als de media-aandacht afneemt, verslapt ook de aandacht van de podiummoralist. Op basis van dat criterium zou het mediacomplex zijn kritische afweging moeten maken over wie daadwerkelijk aan een tv-tafel zou mogen aanschuiven. Ook moet het besef doordringen dat een beschuldiging iemand niet direct moreel hoogstaand maakt. Daarmee zou het gevaar van een pretentieuze morele publieke stellingname geneutraliseerd kunnen worden. Zo zou het opdringerige podiummoralisme op zijn minst ontzenuwd kunnen worden.

Christiaan Hoekstra Beeld
Christiaan HoekstraBeeld

Bio

Christiaan Hoekstra (1989) studeerde af in moderne geschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Zijn interesses zijn politiek, geschiedenis en internationale betrekkingen. Hij werkt als geschiedenisdocent havo/vwo bovenbouw. 

Bent u het eens met Christiaan Hoekstra? Reacties (max. 150 woorden) zijn welkom via tijdgeestreacties@trouw.nl. Graag naam en woonplaats vermelden.

Lees ook:

Abdelkader Benali: ‘Ik ben geen antisemiet, ik heb niets uit te leggen’

De affaire van vorige week rond hem en de 4-mei-lezing gaat over veel meer, zegt schrijver en Trouw-columnist Abdelkader Benali.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden