Column

Parallellen trekken tussen twee kalifaten is niet verstandig

Stevo Akkerman. Beeld Trouw

Toen de anti-islamstrijders van Pegida zondag bij de Haagse As Soennah-moskee een groot offensief openden met spandoek en etalagepop, bevond ik mij in Córdoba om de Mezquita te bezoeken, de basiliek die moskee werd en vervolgens kathedraal. 

Hier in Andalusië heerste van 929 tot 1031 een kalifaat – wat een lading hebben die woorden nu. En wat geven ze aanleiding tot anachronistische overpeinzingen over de (on)mogelijkheid van een gemengde samenleving.

Een dag eerder had ik in Granada het Alhambra gezien, of liever gezegd: ondergaan. Geconfronteerd met zoveel schoonheid van islamitische komaf kon ik het niet laten op ironische wijze iets te mompelen over een ‘achterlijke cultuur’, alsof deze architectonische grootsheid uit de dertiende eeuw een antwoord kon zijn op de moslimhaat van Geert Wilders en anderen. 

Zo gemakkelijk laten die dingen zich niet tegenover elkaar zetten. De middeleeuwse islam van Andalusië is niet dezelfde als die van het huidige Noord-Afrika of Midden-Oosten, en het Europa van nu is ook niet het Europa van toen; het is niet verstandig al te snel parallellen te trekken.

Ik was niet de enige die de neiging had te grote stappen te zetten. In de betoverende Mezquita (Spaans voor moskee) hoorde ik in het voorbijgaan een gids zeggen dat de tijd van het Spaanse kalifaat bewijst dat het kán, interreligieus samenleven. “Wat wij moeten doen, is met elkaar communiceren!” Nu is het waar dat er onder de moslimheerschappij in Andalusië relatief veel ruimte was voor joden en christenen, en dat er een sprankelend intellectueel milieu heerste, maar dat wil niet zeggen dat er zoiets bestond als gelijkheid of godsdienstvrijheid. 

En het zou dwaasheid zijn om het samenvallen van moskee en kathedraal te zien als een vorm van oecumene avant la lettre. Integendeel, dat de zegevierende katholieken in 1523 een kathedraal lieten bouwen middenin in de Mezquita, bekrachtigde het einde van het moslimgebed op deze plek. Net zo goed als er, neem ik aan, ook geen christelijke gebeden klonken toen de moskee nog werkelijk moskee was.

In elk geval staat de Mezquita nu, ondanks alle toeristische nadruk op de gedeelde joods-christelijk-islamitische geschiedenis, nog steeds symbool voor de Reconquista, de christelijke herovering van Andalusië. Als het stadsbestuur van Córdoba er in 2016 geen stokje voor had gestoken, was de aanduiding ‘moskee’ zelfs geheel verdwenen; het bisdom wilde volstaan met ‘kathedraal’ en meende dat te kunnen doen, omdat het voor 30 euro de eigendomsrechten had geregistreerd. Het stadsbestuur noemt het complex echter eigendom van ‘elke burger, waar ook ter wereld’ en de officiële benaming is derhalve nog altijd mezquita-catedral.

Maar waag het als wereldburger niet op deze plek een kleedje uit te rollen en het gebed te richten tot Allah; moslimstudenten die dat in 2010 probeerden, werden door beveiligers hard aangepakt. Toch zou het best een idee zijn, de Mezquita als echte moskee-kathedraal. Een historisch idee.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden