OpinieOpenbaar bestuur

Overheidsjuristen kunnen niet assertief genoeg zijn

null Beeld

Het zijn economen, sociologen, bestuurskundigen en politicologen die nu de dienst uitmaken bij de overheid. Juristen zijn verdrongen naar de periferie van de macht. En dat is zonde, want juist zij kunnen bijdragen aan de bestuurbaarheid van het land, stelt Arnt Mein, lector legal management aan de hogeschool van Amsterdam.

Arnt Mein

Bert de Vries schrijft de onuitvoerbaarheid van regelgeving en andere problemen in de uitvoering toe aan de prominente positie van juristen bij de overheid. “Het primaat van juristen moet ­nodig doorbroken worden”, aldus de Vries (Opinie, 19 oktober).

Was het maar zo dat juristen een prominente positie innemen in het openbaar bestuur. Dan was de toeslagenaffaire misschien wel minder uit de hand gelopen. Overheidsjuristen zouden juist veel meer kritisch tegenwicht moeten bieden, met het oog op een rechtmatige uitvoeringspraktijk. Zoals juridisch adviseur bij de Belastingdienst Sandra Palmen-Schlangen deed, toen zij wees op onregelmatigheden bij het stopzetten en terugeisen van de kinderopvangtoeslag van een groot aantal ouders (Trouw, 17 november 2020).

Bij de overheid ligt het primaat allang niet meer bij juristen. Zo beschrijft Mark Bovens in zijn pre­advies aan de Nederlandse Juristen-Vereniging (2020) dat deze beroepsgroep de afgelopen decennia van het centrum van de macht is verdrongen naar de periferie. Het zijn economen, sociologen, bestuurskundigen en politicologen die nu de dienst uitmaken. Dat heeft voor- en nadelen, aldus Bovens. Met hem acht ik één van de nadelen de instrumentele benadering van het recht door beleidsmakers, ten koste van de waarborgfunctie van het recht.

Meer oog voor de noden en belangen van de burger

Dus, in de richting van het bestuur kunnen overheidsjuristen wat mij betreft niet assertief genoeg zijn. Zij worden immers dragers van de rechtsstaat genoemd. Dat is niet voor niets. Zo’n opstelling zou juist weleens kunnen bijdragen aan de bestuurbaarheid van het land.

Als het gaat om de rol van overheidsjuristen in de richting van de burger, heeft Bert de Vries wel een punt. Nog te vaak zien juristen de burger ten onrechte als tegenpartij. Zij zouden, bij het behandelen van een aanvraag om een vergunning of een uitkering of bij het behandelen van een bezwaarschrift, meer oog moeten hebben voor de noden en belangen van de burger.

In die gevallen zouden zij zich meer bewust moeten zijn van de ­sociaal-maatschappelijke gevolgen van hun besluit en de bereidheid moeten tonen zonodig maatwerk te bieden. Met andere woorden, een meer responsieve beroepshouding. Dit met het oog op een rechtvaardige uitvoeringspraktijk. Hier ligt een schone taak voor het (beroeps)onderwijs aan juristen.

Zo kunnen juristen aan gezag winnen. Niet als anonieme moeilijkdoener, maar als kritische vriend.

Lees ook:

Het leger juristen in overheidsdienst maakt Nederland onbestuurbaar

Juristen zien de burger als tegenpartij en ruimhartigheid is niet hun stiel, stelt Bert de Vries, nu gepensioneerd maar 22 jaar werkzaam bij de rijksoverheid. Maar juist die juristen hebben de broek aan binnen de overheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden