Overheid is bij digitalisering de regie al jaren kwijt

Inloggen via een selfie tijdens demonstratie en toelichting van nieuwe elektronische identificatiemogelijkheden van de overheid, Impuls eID, op het ministerie van binnenlandse zaken, september 2016.Beeld ANP

De overheid heeft zich in de armen geworpen van IT-leveranciers en dat gaat niet goed, aldus August Hans den Boef en Rinke Smedinga.

In 2017 zou de dienstverlening van de rijksoverheid gedigitaliseerd zijn, besloot de regering vijf jaar geleden. Maar valt er wat te vieren? Stilzwijgend is de termijn verschoven naar 2020. De belangrijkste systemen zijn mislukt of nog niet af, wat wel gereed is, blijkt onveilig, grote groepen burgers kunnen er niet mee overweg en overheden ruziën met elkaar over wie de rekening moet betalen. Raymond Knops, staatssecretaris van binnenlandse zaken, staat voor de schier onmogelijke opgave om deze Augiasstal te reinigen.

Al in de jaren tachtig van de vorige eeuw besloot de politiek om de automatisering van de overheid aan de markt te laten. De overheid had moeite het hoge automatiseringstempo met eigen mensen en middelen bij te houden. Dankzij de concurrentiedruk zouden de beste leveranciers haar automatisering voor de gunstigste prijs op een hoger niveau tillen.

Geoliede informatiemachine

Ambitieuze plannen voor haar digitale equivalent maakte de overheid dan ook al in de jaren negentig. Een landelijk stelsel van basisregistraties zou de geoliede informatiemachine worden die geld bespaart en dienstverlening verbetert. Bij de IT-leveranciers was het feest. De staat had zich voor haar digitalisering in de armen geworpen van de enige actor in de samenleving die geen baat had bij een efficiënte overheid. Ook mislukte projecten zijn voor hen zeer lucratief.

Tegen de eeuwwisseling werd de overheid zich bewust van haar ongemakkelijke afhankelijkheidsrelatie van IT-bedrijven. De computersystemen moesten worden aangepast aan het millennium en de euro, maar kon dat wel? De ambtenaren die dat wisten, werkten intussen bij bedrijven. Alleen tegen zowel torenhoge tarieven als nul garanties waren zij weer in te huren.

Tot heroverweging van het uitbestedingsbeleid leidde deze ervaring echter niet. Evenmin toen de problemen zich in de jaren nadien bleven opstapelen en minister na minister uitleg moest blijven geven over falende IT van vrijwel elk departement. Liever zag het parlement de grote mislukkingen als overgangsproblemen. Net als met de banken, zouden burgers en bedrijven administratieve zaken met de overheid zelf digitaal gaan afhandelen. Wat dat wel niet ging besparen! Iedereen blij!

Lang duurde die blijdschap niet. De systemen kwamen steeds maar niet af. De diverse overheidsorganisaties verdedigden hun eigen belangen met hand en tand, ook wanneer dat strijdig was met het landelijke beleid. Binnenlandse Zaken verschafte hen namelijk niet de middelen om aan haar landelijke eisen te voldoen. Gevolg: binnen de overheid ging ieder voor zich. Het parlement keek toe en liet het gebeuren.

Inmiddels is het mes gezet in de beoogde informatiemachine. Dit jaar is de stekker uit het hart van de digitale overheid getrokken: de Basisregistratie Personen. Staatssecretaris Knops zou het hele idee van een landelijk stelsel kunnen loslaten: te duur, te ingewikkeld, niet haalbaar. Dat zou echter verregaande financiële consequenties hebben. Revenuen uit het nieuwe stelsel staan namelijk al ingeboekt.

Wat nu?

Instandhouding van de verouderde systemen gaat steeds meer geld kosten. Zeker als de leveranciers ervan geen vernieuwingsprojecten hebben waaraan hun aandeelhouders zich kunnen laven. Bovendien blijft het legioen ambtenaren dat de overheid via IT dacht weg te kunnen bezuinigen, op de loonlijst. Nog groter zijn de negatieve consequenties voor de dienstverlening van de overheid. Die zou door de digitalisering makkelijk, veilig, transparant en efficiënt worden. En nu?

Handhaaft Knops daarentegen de landelijke ambities, dan moet hij uit een ander vaatje tappen. Daarbij is haast geboden. De overheid is nog altijd gericht op 'digitaliseren, tenzij': een robot voor oma, een zuil voor de burger, een app voor de aangifte. Dat klinkt aardig, maar het politiek-bestuurlijke kader daarvoor ontbreekt ten enenmale. Ethische vragen heeft de overheid zich hierover nog niet gesteld. Dat huiswerk dient het parlement zo snel mogelijk te maken.

Afhankelijkheid van IT-bedrijven maakt de overheid chantabel. Als ze in handen dreigen te komen van hedgefondsen, moet de blauwe portemonnee opnieuw getrokken, net als voor de banken en de farmaceuten. Afbouwen dus die afhankelijkheid.

En het mensbeeld behoeft ook correctie: burgers zijn geen administratieve vrijwilligers, ambtenaren geen te automatiseren kostenpost en tech-reuzen geen duurzame altruïsten.

Een fijne bijkomstigheid voor de staatssecretaris is dat het voorwerk al voor hem is gedaan in al die adviezen die zijn voorgangers negeerden. Een belangrijke tip: laat uiterst ingewikkelde dingen vooral door mensen doen! Dan kunnen de systemen eenvoudiger.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden