null Beeld

ColumnMartijn Wijchers

Overal, van de klas tot op datingapps, vragen ze waar ik vandaan kom

Meneer, waar komt u vandaan?” In elke nieuwe klas krijg ik die vraag. En niet alleen leerlingen in de klas willen dit weten. Ook buren, collega’s, vage kennissen, mensen met wie ik een praatje maak in de kroeg: het is blijkbaar een interessant onderwerp en de vraag wordt vaak uit het niets gesteld. Toen ik in een grijs verleden nog op dating-apps zat, openden mannen zonder problemen een gesprek met de tekst: ‘Afkomst?’ Ik verkoos die berichtjes altijd te negeren.

In het dagelijks leven en voor de klas reageer ik altijd vriendelijk; ik ben tenslotte netjes opgevoed. “Uit Enschede”, antwoord ik steevast, want daar ben ik opgegroeid. Heel af en toe volgt dan de opmerking: “Maar je hebt helemaal geen accent!” en dat klopt, hoewel ik volgens mijn lief af en toe een Twentse tongval heb wanneer ik met familie praat.

Meestal volgt op mijn antwoord echter de vraag: “Maar waar komen je ouders vandaan?” “Uit Groningen.” Vaak verschijnt er naast interesse ook een spoortje ergernis in hun blik, omdat ik – in hun ogen – geen antwoord geef op de vraag. Om ze tegemoet te komen vertel ik dan dat ik ben geboren in Haïti en dat ik als baby ben geadopteerd.

Die informatie is een startschot voor allerlei vervolgvragen. In de klas willen leerlingen weten hoe oud ik was toen ik naar Nederland kwam, of ik Frans spreek en of ik daarna nog wel eens in Haïti ben geweest. Allemaal logische vragen, waar ik zonder problemen antwoord op geef.

‘Ken je je echte ouders?’

Het vreemde is dat voor veel volwassenen adoptie een onderwerp lijkt waarover je álles mag vragen. “Ken je je echte ouders?” Daar reageer ik gespeeld verbaasd op: “Natuurlijk ken ik die, ze hebben me toch opgevoed.” “Nee, ik bedoel je échte ouders.” “Dit zíjn mijn echte ouders!” Vaak wordt er dan met de ogen gerold. “Je biologische ouders bedoel ik, die wil je toch opzoeken?” Daarop antwoord ik altijd ‘nee’, want mijn ouders zijn hier, in Nederland.

In het gunstigste geval beginnen mensen dan over het programma Spoorloos, of over een ‘zus van een kennis van een buurvrouw’ die wél op zoek ging.

In de minder gunstige gevallen voelt degene met wie ik in gesprek ben zich geroepen om zijn kennis uit het Psychologie Magazine op me los te laten, die hij in de wachtkamer bij de tandarts heeft opgedaan. Vaak betreft dit mensen die je voor het eerst ontmoet.

“Ik denk dat je wel iets belangrijks mist als je je achtergrond niet kent. Iedereen heeft de behoefte om meer over ‘roots’ te weten. Waarom wil je je echte ouders niet leren kennen? Hoe is de band met je adoptiefouders?” Dit type gesprekspartner heeft het namelijk nog steeds over ‘echte ouders’ en ‘adoptiefouders’.

Elke keer dat het gebeurt, verbaas ik me over de vrijpostigheid van anderen als het om adoptie gaat. Blijkbaar is het normaal om geadopteerde mensen het hemd van het lijf te vragen.

Het komt niet bij me op om dergelijke persoonlijke vragen te stellen aan iemand die ik nauwelijks ken, maar misschien moet ik het eens proberen, gewoon om kijken hoe dat voelt. De eerstvolgende keer dat ik in de kroeg sta, stap ik op iemand af en vraag: “Afkomst?”

Martijn Wijchers schrijft over zijn ervaringen als zwarte, homoseksuele docent.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden