Column

Ook Van Bommel weet nu dat hij zijn eigen rol niet moet overschatten

Beeld Maartje Geels

Als je de speler Mark van Bommel iets voorlegde waarvan je wist dat hij het ermee eens moest zijn, maar wat hij in zijn positie niet zo kon zeggen, zei hij met een knipoog: “Schrijf het maar in je eigen woorden.” Het spel van uitdagen en prikken, hij heeft en zal het, ook met ons, altijd willen spelen.

Dat PSV tegen Ajax met grofweg drie werkertjes op het middenveld speelde, kon ik wel begrijpen. Je kon, met overduidelijke winstkansen, ook moeilijk zeggen dat PSV dáárdoor het beslissende gat niet sloeg, nog geen kampioen is, en misschien helemaal geen kampioen zal worden.

Ik moest, toen ik de opstelling zag, wel denken aan het begin van dit seizoen. Daar dacht ik al vaker aan. Mark van Bommel zou het als nieuwe trainer van PSV anders doen. Aanvallender, leuker, PSV zou de tegenstander vastzetten – die nieuwe mode: ­iedereen wil de ander maar onder druk zetten, voortdurend het mes op de keel, alsof zoiets kan.

Ik dacht er het mijne van, en niet alleen vanwege scepsis over dat irrealistische jargon (‘druk zetten’). Het klonk niet lekker voor zijn voorganger Phillip Cocu, die toch alles bij PSV eruit had ­gehaald, en die het niet in zijn hoofd had gehaald om druk te zetten. De flegmatieke Zuid-Amerikaan Pereiro, die bij Cocu tussen bank en veld pendelde, was voor Van Bommel zijn ‘nummer 10’, de offensieve middenvelder. Met het vertrouwen van de trainer (hoorde je het, Phillip?) zou deze balartiest het spel vorm gaan geven.

Gewoon beter

Had PSV ineens spelers om druk te zetten en vorig seizoen niet? Natuurlijk niet, het waren grosso modo dezelfde spelers. Ze wonnen in Nederland voor de winterstop niet door druk te zetten. Welnee, PSV en Ajax zijn in negen van de tien gevallen gewoon beter – zo’n kunst is het dan niet om de bal snel weer te hebben. Al heel lang hoor je in Eindhoven niemand meer over druk zetten. Pereiro werd reserve. Van Bommel vond hem niet goed genoeg om tegen Ajax te spelen, vandaar die werkertjes.

Ja, donderdag mocht Pereiro weer eens meedoen, tegen PEC Zwolle. Je zag hem soms, en dan ook weer niet. Hij gaat weer pendelen tussen bank en veld. In meer opzichten is al langer alles bij PSV weer bij het oude. Het spel is even hoekig, ronduit ­onhandig soms, als vorig seizoen onder Cocu, de grondlegger – ik herinner er toch graag even aan – van het teamgevoel dat ook nu de doorslag zou kunnen geven.

Mark van Bommel heeft veel om een goede trainer te worden, daar verandert niets aan: zijn spelersachtergrond, de verbale lenigheid. Maar dat ook hij de typische trainersbeginnersfout maakte, denken dat het jou wel op een ­andere manier gaat lukken, dat het jou met een speler wel gaat lukken, dat viel me tegen, juist van hem, met zijn achtergrond.

Ajax-denken

Van Bommel en Cocu, ze zijn breed gevormd, door de winnaarsmentaliteit in het buitenland en in Nederland door een pragmaticus als Guus Hiddink. Cocu was vrij van het Ajax-denken, dat het op één manier moet kunnen, hun manier, dat zij het ánders kunnen. In zekere zin bezondigde Van Bommel zich in zijn eerste maanden juist daaraan.

Ja, Cocu werd kampioen, Van Bommel kan dat in die stijl ook worden. Het magere spel? “Wat maakt het uit als je met 4-0 wint?”, zei hij donderdag, in lijn – nu wel – met zijn spelersachtergrond, en die van zijn voorganger.

Wordt hij kampioen, dan zou ik hem graag vragen of hij heeft geleerd dat geen trainer zijn rol moet overschatten en dat hij niet had moeten doen alsof Cocu op zijn achterhoofd was gevallen. Ik heb het alvast maar in mijn eigen woorden opgeschreven.

Chef sport Henk Hoijtink bespreekt in zijn columns de voetbalwereld. U leest alle columns in zijn dossier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden