Beeld Herman Engebers

Opinie

Ook in een zaak als Thijs H. is er alle reden om zuinig te zijn op het medisch beroepsgeheim

Het verwijt dat hulpverleners van Thijs H. te laat contact met de politie gezocht hebben is onterecht, schrijft Martin Buijsen, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

De ophef was groot, toen afgelopen weekeinde het nieuws naar buiten kwam dat de Maastrichtse ggz -instelling niet meteen de politie verwittigde toen Thijs H. zich daar op de dag van de moorden op de Brunssummerheide meldde met bloed op zijn kleding. Binnen de kliniek waren er al snel vermoedens dat H. was betrokken bij de dubbele moord. Toch werd de politie niet geïnformeerd. Dat gebeurde wel toen hij na een nacht op de gesloten afdeling te hebben doorgebracht wist te ontkomen. Daarna zwierf H. een halve dag rond in Zuid-Limburg, totdat hij door de politie werd opgepakt.

Het medisch beroepsgeheim zou hebben verhinderd dat de kliniek in een eerder stadium met de politie contact zocht. Dat hulpverleners zijn gebonden aan een beroepsgeheim is geen nieuws. Dat hun geheimhoudingsplicht verhindert om vermoedens en kennis van door patiënten begane strafbare feiten met politie en justitie te delen, is van alle tijden. Wél nieuws was de mate van ophef die ontstond, ophef die door de berichtgeving zélf in de hand werd gewerkt.

Mensen die medische hulp zoeken, moeten deze zonder schroom kunnen inroepen. De hulpverlener moet zijn patiënt om alle informatie kunnen vragen die hij nodig heeft om die hulp te kunnen bieden. Daarbij is het blootgeven van vertrouwelijke mededelingen vaak onvermijdelijk. Zou een patiënt aarzelen over de mate waarin zijn gegevens bij een hulpverlener veilig zijn, dan zou dit tot gevolg kunnen hebben dat hij geen hulp zoekt. Of te laat.

Om gezondheidsschade te voorkomen hebben hulpverleners een geheimhoudingsplicht. De wetgever acht het belang van onbelemmerde toegang tot gezondheidszorg zwaarwegender dan het belang van de opsporing en vervolging van strafbare feiten. Om deze reden hebben hulpverleners een verschoningsrecht. Dat belang is zelfs zo zwaarwegend dat de opzettelijke schending van deze geheimhoudingsplicht geldt als een misdrijf.

Doorbroken

De zwijgplicht van de hulpverlener is niet absoluut. Met toestemming van de patiënt kan deze worden doorbroken. Ook kan daartoe een wettelijke verplichting bestaan. En soms doen zich omstandigheden voor waarin een hulpverlener door het handhaven van zijn zwijgplicht in een noodtoestand in de zin van conflict van plichten komt te verkeren. Hij kan zich dan gedwongen voelen voorrang te geven aan een hoger belang dan het belang dat door de zwijgplicht wordt beschermd. Doorbreking van het beroepsgeheim wordt dan gerechtvaardigd als hij alles heeft gedaan om toestemming daarvoor te verkrijgen en als hij weet dat handhaven van de zwijgplicht voor een ander ernstige schade oplevert. Voorwaarde is ook dat hij door het handhaven van die zwijgplicht in gewetensnood verkeert en hij geen andere oplossing van het probleem ziet. Ook moet het vrijwel zeker zijn dat door de doorbreking van het beroepsgeheim de schade voor de ander kan worden beperkt of voorkomen en moet het geheim zo min mogelijk worden geschonden.

Het medisch beroepsgeheim is niet aan hulpverleners gegeven om gehandhaafd te worden ten koste van nog grotere gezondheidsschade aan derden of voor de betrokken hulpverlener zelf. Als een hulpverlener kennis heeft omtrent een door zijn patiënt beraamde moord, dan is doorbreking van het beroepsgeheim gerechtvaardigd indien aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Maar heeft hij weet van een reeds gepleegde moord of moorden, dan is dat echt een ander verhaal. Voor een hulpverlener is een patiënt geen dader of verdachte maar een mens die zijn hulp behoeft. Het lijkt er helaas op dat dit eenvoudige maar o, zo beschaafde uitgangspunt steeds minder weerklank vindt.

Lees ook:

Hadden ggz-medewerkers hun beroepsgeheim moeten schenden bij Thijs H.?

Mede­werkers van de ggz stapten niet naar de politie met hun vermoedens over Thijs H. Had dat wel gemoeten?

Politie zinspeelt op psychische problemen van drievoudig moordverdachte Thijs 

H.

Thijs H., die wordt verdacht van het doden van drie mensen in Den Haag en Zuid-Limburg, is of was in behandeling bij de psychiatrische instelling Mondriaan in Maastricht, zegt het OM. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden