Rodaan al Galidi Beeld Reyer Boxem

Column Rodaan Al Galidi

Ook in de coupé waar je wel mag praten is het stil

De grootste en beste gids naar de Nederlandse literatuur en cultuur toen ik net in Nederland was komen wonen, was de trein. Die was toen, naast de eerste en tweede klas, onderverdeeld in rook- en niet-rookcoupés.

Als ik door de eersteklaswagons liep, zag ik er welke kranten door de Nederlanders gelezen werden. In de niet-rookcoupés zag ik welke boeken er op dat moment gelezen werden en in de coupé voor rokers verbeterde ik mijn Nederlands. De Nederlandse rokers van toen praatten makkelijk, en vaak begon het gesprek als ze beleefd vroegen of ik er last van had als ze rookten. Dat, terwijl ze in de rookcoupé zaten. Wellicht zat ik er omdat de niet-rookcoupé vol zat? Wat een beschaafdheid. Dankzij de tabak had ik eindeloze, leuke gesprekken.

In de niet-rookcoupé zag ik nauwelijks een Nederlander zonder boek. Vaak vroeg ik welk boek ze lazen en wat ze ervan vonden. Altijd reageerden ze open en als ze wisten dat ik nog in het asielzoekerscentrum woonde en niet mocht werken, vroegen ze soms mijn adres en stuurden het boek op als ze het uit hadden. Nog steeds heb ik vier boeken die ik kreeg van een treinreiziger.

Tegenwoordig zijn de sigaretten uit de trein verdwenen en ook de boeken zijn er niet meer. Naast de onderverdeling eerste en tweede klas, zijn er stiltecoupés en wagons waar je niet stil hoeft te zijn. Omdat Nederlanders in het algemeen op hun hoede zijn voor wat verboden is, en niet letten op wat wel mag, is het meestal in de coupé waar je wel mag praten ook stil. Als er gepraat wordt, kijken mensen eerst schichtig naar het raam om te checken in welke coupé ze zitten en dat maakt het in plaats van gezellig angstaanjagend om een gesprek te beginnen.

Laatst liep ik in de trein door de eerste klas naar de tweede en zag dat er vooral werd gevingerd op apparaten. In plaats van op nieuwe literaire titels te jagen, leerde ik dat de iPhone 4 al niet meer te vinden is en dat Huawei ook aan het verdwijnen is. Ik weet ook dat sommige reizigers een beetje rijk zijn. Niet doordat ze in de eerste klas zitten, maar door hun iPhone XS.

Ach, het verdwijnen van de tabak uit de trein is niet erg, ondanks dat ik liever hoest tussen de steden bij een gezellig gesprek dan dat ik me stil zit te vervelen. Het is erg om een volk te zien veranderen: van lezen naar vingeren.

Ja, ja, soms lezen ze op hun apparaten. Maar dat betekent dat er tegenwoordig niet met de ogen wordt gelezen, maar met de vingers. En dat is net zo erg.

De Iraaks-Nederlandse schrijver, dichter en zelfverklaard ‘Asielzoeker des Vaderlands’ Rodaan Al Galidi is onze Zomertijd-columnist. Hij woont hier sinds 1998. Volgend jaar is de voorstelling ‘Hoe ik talent voor het leven kreeg’ in heel Nederland te zien, gebaseerd op zijn gelijknamige boekLees zijn columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden