Opinie Duurzaamheid

Ook ‘echte prijs‘ dekt de lading niet

Laten we het debat over duurzame productie van voedsel niet verengen tot een kosten-batenanalyse, aldus Gustaaf Haan, wetenschappelijk directeur stichting Questionmark.

Goedkoop voedsel heeft een hoge prijs. Hazelnoten worden nog altijd geplukt door kinderen in Turkije. Nog altijd bestaan er legbatterijen waar kippen hun kont niet kunnen keren. Of neem het voer dat die kippen krijgen: vaak soja, geteeld op land waar kort geleden nog regenwoud stond. Deze drie problemen kunnen zomaar samenkomen in één pak koekjes dat voor anderhalve euro in de supermarkt ligt.

In het publieke debat duiken regelmatig voorstellen op om de ‘echte prijs’ of ‘echte kosten’ van voedsel te berekenen. Uiteenlopende problemen worden dan onder de noemer gebracht waarmee iedereen vertrouwd is: geld. Die ‘echte prijs’ is in de meeste voorstellen fictief: het is niet de bedoeling consumenten meer te laten betalen, maar alleen om inzicht te geven in de verborgen problemen. Een betere term is daarom wellicht: schaduwprijs. Ook minister Schouten (LNV) wil dit idee nu laten onderzoeken.

Voordeel van zo’n schaduwprijs is dat hij uiteenlopende problemen in één getal uitdrukt. Het risico daarvan is echter dat we het debat over duurzaam voedsel reduceren tot een kosten-batenanalyse. Dat begint al met woorden als prijs en kosten, terwijl het in feite over maatschappelijke problemen gaat. Vaak is er niets of niemand die in letterlijke zin betaalt. De werkelijke ‘echte kosten’ namelijk, dat zijn bijvoorbeeld het uitsterven van de Californische bruinvis door bijvangst, het miserabele leven van varkens in de bio-industrie of de gemiste schooltijd van cacaoplukkers in Ivoorkust. Daar komt geen geld aan te pas en geen geld ter wereld kan dat leed ongedaan maken. Dat woorden als ‘kosten’ en ‘prijs’ hier slechts metaforen zijn, gaat in het debat echter nogal eens verloren.

Schuldhorigheidssysteem

Een recent voorbeeld daarvan vinden we buiten de voedselindustrie, waar ABN Amro de schaduwprijs van spijkerbroeken berekende. Rekenaars stuitten daarbij op het verschijnsel ‘sumangali’, een schuldhorigheidssysteem in Zuid-India dat honderdduizenden jonge vrouwen dwingt om onze spijkerbroeken te maken. Volgens de bank is dit in de productieketen van spijkerbroeken de belangrijkste van alle misstanden, waarvan de totale ‘waarde’ uitkomt op zo’n 33 euro per spijkerbroek. Nieuwssite nu.nl schreef een bericht over het onderzoek van ABN Amro. Daarin geen woord over het lot van de Indiase vrouwen behalve de verhullende zin ‘de negatieve impact op de lokale bevolking in India bedraagt (…) 15,30 euro per spijkerbroek’. De kop boven het stuk: ‘Spijkerbroek zou met milieu- en sociale kosten 33 euro duurder zijn’.

Zo lijkt duurzaamheid een kwestie van kosten optimaliseren, in plaats van een kwestie van fatsoen. Allicht zijn er consumenten die zich in zulke cijfers verdiepen en producten met een hoge ‘echte prijs’ vermijden. Groter dan de huidige vraag naar fairtrade-producten zal die niche echter niet zijn.

Door maatschappelijke vraagstukken onder een financiële noemer te brengen, ontdoen we ze van hun morele dimensie. Wie de verborgen problemen van voedsel zichtbaar wil maken moet ze bij de naam noemen. Dwangarbeid is geen kostenpost, dwangarbeid is dwangarbeid. Ontbossing is ontbossing. Uitsterven is uitsterven.

Nog effectiever is het als die problemen voor ieder voedselmerk apart zichtbaar worden. Uit onderzoek blijkt dat het hebben van een goede reputatie voor bedrijven een belangrijke drijfveer is om te verduurzamen, belangrijker dan de nichemarkt voor ‘duurzame’ producten. Wat we van een bedrijf vinden is belangrijker dan wat we kopen.

Laat consumenten, bedrijven, burgers of aandeelhouders dus zelf een moreel oordeel vormen, in plaats van te calculeren met schijnbaar eenduidige cijfers. Kosten kun je bij elkaar optellen en betalen, maar maatschappelijke problemen moeten we oplossen, één voor één.

Dit stuk is een sterke ingekorte en aangepaste versie van een langer artikel dat in september verschijnt in het tijdschrift De Helling.

Lees ook 
Duurzaam je dorst lessen? Neem een glaasje kraanwater

IJsfabrikanten, bierbrouwers en handelaren in fris of sapjes; ze profiteren allemaal van het warme weer. Maar ho! Hoe verantwoord is dat eigenlijk? Milieu Centraal zocht het uit. Want dranken zijn goed voor bijna een kwart van de klimaatbelasting van onze voeding.

Ik kan nog bezuinigen op de kaas, zie ik

De auto weg, koud douchen en vlees van tafel, en nóg is zijn ecologische voetafdruk te groot. Milieubewuste dominee Sam Janse vraagt zich af hoe ver hij zal gaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden