OpinieTurnschandaal

Ook de topsport heeft baat bij een focus op plezier

De georganiseerde sportwereld is enkel gericht op presteren. Juist andere waarden zouden leidend moeten zijn, stelt Gea Groenendijk.

Hoe komt het toch dat misstanden in de georganiseerde sport zo lang verborgen blijven? Ruim tien jaar geleden kwamen turnsters al naar buiten met verhalen over het zware regime waarmee zij op zeer jonge leeftijd te maken kregen en over de opgelopen trauma’s. 

Destijds werd er binnen de geledingen van turnbond KNGU niet veel mee gedaan; het systeem bleef intact. En het is niet de enige sportorganisatie waarin misstanden plaatsvinden. Hoe komt dat?

Grensoverschrijdend gedrag vindt in alle sectoren plaats, maar juist de focus van de georganiseerde sport op wedstrijd- en topsport zorgt ervoor dat ­iedereen, van sporter, trainer, coach tot bestuurder, in een stand staat van winnen en presteren. En om een toppres­tatie te behalen, is binnen dat systeem vrijwel alles geoorloofd.

Dat geldt voor de hele keten, van sportverenigingen tot sportbonden en NOC-NSF. Het prestatiegerichte zit in hun genen, terwijl samenwerking niet tot een van de sterke kerncompetenties behoort. En daar zit nu net het probleem: samenwerking is essentieel voor de ontwikkeling van de gehele sportsector.

Vaak wordt gesproken over de sportdriehoek: topsport, wedstrijdsport en breedtesport/recreatiesport. Deze driehoek bestaat voor slechts 10 procent uit top- en wedstrijdsport en voor 90 uit recreatiesport. De echte topsporters zijn op een hand te tellen. De gehele organisatie staat echter in het teken van de wedstrijd- en topsport terwijl de recreatiesporters in aantallen veel belangrijker zijn. Voor deze grote groep zijn andere waarden en competenties belangrijker. Het gaat daar vooral om samen sporten, plezier met elkaar hebben en gezondheid. Maar geldt dat in feite ook niet voor de topsport?

Altijd zo gedaan

Als de sportorganisaties alle sporters binnen hun geledingen even belangrijk gaan vinden en herwaarderen, kan de sport zich breder ontwikkelen. Er zou dan meer aandacht komen voor diversiteit, waarmee de bestaande monocultuur doorbroken wordt. Die monocultuur houdt nu juist vernieuwing tegen. Het bekende adagium binnen de sport die uit deze cultuur voortkomt, ‘we hebben het altijd zo gedaan’ kan daarmee ook naar het rijk der fabelen verdwijnen. Bij diversiteit hoort een aanpak die ieders verschillen erkent, die hieraan recht doet en iedereen binnen de organisatie laat bloeien. Bij een kwetsbare doelgroep zoals de jonge turnsters geldt dat in het bijzonder. Geen tucht maar plezier als basisvoorwaarde.

Grensoverschrijdend gedrag heeft in een monocultuur een goede voedingsbodem. Daarin passen geen tegengeluiden zoals die nu binnen de turnwereld naar voren komen. Want je gaat toch niet je eigen club ‘bevuilen’? Klokkenluiders worden genegeerd of zelfs ge­excommuniceerd. Je gaat het als eenling in een dergelijke omgeving nooit winnen. In de wetenschap wordt dat

‘de positie van de eenling genoemd’. Als je je als eenling of groepje kritisch uit over je eigen organisatie, word je niet geloofd of serieus genomen, want ‘je preekt tenslotte voor eigen parochie’.

Ongelijkwaardig en onveilig

Het is vanuit deze psychologische invalshoeken dat de turnsters als groep destijds niet geloofd werden. Maar als zoals nu de beklaagde zelf, de trainer, aangeeft dat zijn of haar gedrag naar de pupillen inderdaad grensoverschrijdend was, wordt deze wel geloofd. Dat is dan wel al jaren ten koste gegaan van een grote groep jonge meisjes, die geen verweer hadden en in een ongelijkwaar­dige en onveilige positie verkeerden.

Om meer ellende te voorkomen, is het noodzakelijk dat verborgen mechanismen in de sport zichtbaar en erkend worden in de hele keten. Daar begint het proces van noodzakelijke ontwikkeling en vernieuwing. Meer ‘diversiteit’ leidt tot ‘anders denken’, tot een andere kijk op je organisatie en het ­levert nieuwe inzichten op. In een dergelijk sportklimaat kan zelfreinigend vermogen ontstaan waarbinnen alle spelers in het veld, van sporters, bestuurders tot trainers, coaches en ook ouders, transparant en met onderling vertrouwen met elkaar kunnen omgaan en geluiden van sporters beter gehoord worden. En dat is zeker nu bij de KNGU van essentieel belang.

De weg naar vernieuwing en ontwikkeling van de georganiseerde sport en van de sportbonden en sportverenigingen daarbinnen, zit in het zorgen voor voldoende expertise van buiten het eigen systeem. Dat is ook de weg die de KNGU zal moeten inslaan. Zelfreflectie en zelfreinigend vermogen kunnen, in combinatie met de kritische externe massa, uiteindelijk leiden tot een gezonde en veilige sportomgeving voor ­iedereen.

Als de gehele keten van de georganiseerde sport gebaseerd wordt op waarden als vertrouwen, intrinsieke motivatie en positieve stimulering, en wanneer plezier en passie de basis vormen, zal de topsport daarbinnen ook kunnen bloeien.

Lees ook:

Turnouder en documentairemaker Esther Pardijs: ‘Ouders, trainers, kinderen, praat met elkaar’

‘Turnouder’ en documentairemaker Esther Pardijs doet een appèl: er is veel meer dialoog nodig tussen ouders, kinderen en trainers.

Turnbond grijpt hard in en stopt vrouwentopsportprogramma

Twee trainers op non-actief gesteld, het topsportprogramma voor vrouwen stopgezet, met alle gevolgen voor olympische ambities. De turnbond grijpt na getuigenissen over mishandeling hard in.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden