OpinieDemocratie

Ook de Eerste Kamer rechtstreeks moeten we rechtstreeks kunnen kiezen

Nergens in Europa heeft een Senaat zoveel macht als hier. Bert van den Braak, hoogleraar parlementaire geschiedenis en parlementair stelsel, komt met suggesties voor democratische verbetering.

Een langere zittingsduur van de Eerste Kamer en vernieuwing van de helft om de drie jaar, is niet de oplossing voor de weeffout in ons parlementaire stelsel. Die weeffout zit in de positie van de Eerste Kamer.

De door minister Ollongren voorgestelde verandering, waarbij wordt teruggekeerd naar het kiesstelsel van vóór 1983, zorgt mogelijk voor wat minder grote machtsverschuivingen in de ­Senaat dan recentelijk het geval was. Omdat de Provinciale Staten evenwel kiescolleges voor de Eerste Kamer blijven, zal de landelijke invloed op de Statenverkiezingen groot blijven. Die invloed was er al vóór 1983, toen de Eerste Kamer nog een zesjarige zittingsduur had. In 1978 maakten de linkse partijen de Statenverkiezingen bijvoorbeeld tot een peiling over het kabinet-Van Agt/Wiegel (CDA/VVD), dat een half jaar eerder was aangetreden.

De cruciale fout in ons stelsel is dat op wetgevend gebied de indirect gekozen Eerste Kamer feitelijk meer macht heeft dan de direct gekozen Tweede ­Kamer. De Eerste Kamer kan immers met haar absolute vetorecht ieder wetsvoorstel tegenhouden. En dat kan zij ook op politieke gronden doen. Zo’n grote macht voor een Senaat komt in geen enkel ander Europees land voor. Dat fracties in de Eerste Kamer zich bij hun stemgedrag terughoudend zouden moeten opstellen en dat ook doen, is een onjuiste aanname. Het is een wensgedachte, maar de praktijk is anders.

Een drievijfde meerderheid zou noodzakelijk moeten zijn

Het getrapte kiesstelsel wordt nodig ­gevonden, omdat de Kamers in politiek opzicht anders te veel op elkaar lijken. Twee concurrerende Kamers zijn inderdaad niet wenselijk. Dat is echter simpel op te lossen door rechtstreekse verkiezing van de Eerste Kamer te combineren met enige inperking van haar macht. Van verwerping van een wetsvoorstel zou alleen sprake moeten zijn als in de Eerste Kamer drie vijfde, ofwel 45 van de 75 leden, tegen is.

Voor ‘slechte’ wetgeving blijft er zo een vetorecht. Is dat aantal tegenstemmers er niet, maar wel een gewone meerderheid van 38, dient het voorstel, met suggesties voor verbetering, te worden teruggestuurd naar de Tweede Kamer. Die moet dan het laatste woord hebben.

Zo wordt enerzijds recht gedaan aan het primaat van de Tweede Kamer en kan anderzijds de Eerste Kamer een nuttige rol blijven spelen als bewaker van de kwaliteit van de wetgeving. En de Statenverkiezingen worden bevrijd van landelijke invloeden. Twee democratische verbeteringen dus.

Lees ook:

Wijziging Grondwet moet Eerste Kamer op afstand ‘dagelijkse politiek’ zetten

Het kabinet wil de verkiezing van de Eerste Kamer ingrijpend wijzigen, met senatoren die zes jaar dienen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden