Brief van de hoofdredactie

Ons verhaal over abortus leidde niet tot ferme standpunten, wel tot emotionele reacties van lezers

Beeld Maartje Geels

De telefoontjes naar de ­redactie en brieven aan de opinieredactie druppelden deze week nog na. Niet met ferme standpunten, maar met persoonlijke verhalen over verlies of die emotionele beslissing van destijds. 

Een man meldde dat hij het abortusverhaal vanwege de ­foto’s had weggehouden van zijn vrouw. Opvallend ook in de reacties was het ontbreken van stevige meningen, zelfs in het opinie-artikel van CU-Kamerlid Carla Dik-Faber, terwijl ik denk te weten waar zij staat. Zij pleitte voor dialoog en debat.

Maar de aanleiding was wel een in beton gegoten opvatting. Een opvatting die activisten van de anti-abortusorganisatie Schreeuw om Leven bij abortusklinieken nadrukkelijk ­uiten en die bezoekers van deze klinieken als intimiderend kunnen ervaren. De recent publiek geventileerde ergernis hierover bij abortusklinieken was voor de krant aanleiding een ­reportage te maken over de mensen achter Schreeuw om Leven. Redacteur Stijn Fens zocht ze op in Hilversum, waar hun hoofdkwartier is ­gevestigd in een ‘onopvallend kantoorpand’. Het artikel, ruim voorzien van foto’s van fotografe Fleur Wiersma, verscheen over vier pagina’s in de Verdieping van donderdag 18 april.

Confronterend

Zowel de reportage als de foto’s riepen emoties op bij lezers. Sommige ­lezers vonden het verhaal te positief over de ‘kruistocht’ van Schreeuw om Leven. Ook op de redactie was dit daags na publicatie van dit artikel een punt van discussie. Daarnaast ervoeren lezers vooral één foto als zeer confronterend: namelijk de foto op de voorpagina en op de cover van de Verdieping, waarop plastic poppetjes van circa 5 centimeter te zien waren die een foetus moesten voorstellen.

Zelf denk ik dat de verslaggever goed de balans heeft weten te bewaren tussen observatie en nieuwsgierigheid naar de mensen achter deze anti-abortusorganisatie. Die bewuste foto kon inderdaad confronterend overkomen, maar raakte ook de kern van het activisme van deze club. Dat verhaal en foto’s emoties oproepen kan ik me overigens goed voorstellen. Abortus is voor alle vrouwen die hiermee geconfronteerd worden een ­ingrijpende beslissing die de meesten waarschijnlijk de rest van hun leven met zich meedragen. En dat geldt ook voor de vrouwen die uiteindelijk ­besluiten van een abortus af te zien.

Verlies

Hoe diep dit ingrijpt, bleek recent ook uit het nieuws dat er ouders zijn die hun geaborteerde kind inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie. Sinds de recente wijziging van de Wet basisregistratie kunnen ouders hun levenloos geboren kind aanmelden als een persoon met een naam. Dit kan voor ouders belangrijk zijn bij de verwerking van dit verlies en is niet gebonden aan een bepaalde lengte van zwangerschap of dat er sprake was van abortus. Er kunnen namelijk goede ­redenen zijn om een leven af te breken, maar dit ook als een groot verlies te ervaren.

CU-Kamerlid Carla Dik-Faber wijst terecht op de discrepantie tussen enerzijds de mogelijkheid om tot 24 weken een zwangerschap af te breken en anderzijds bijvoorbeeld ‘een 12 weken oude foetus erkend te krijgen als een levenloos geboren kind met een naam’. In de commentaargroep van deze krant was dit aanleiding uitgebreid stil te staan bij deze kwestie. Dik-Faber wil opnieuw een debat over wanneer het prille begin van een mensenleven begint en de CU kennende zal dat zo vroeg mogelijk zijn, in het beginstadium. Deze krant denkt er anders over en dat kunt u ­lezen in het hoofdredactionele commentaar van dinsdag.

Cees van der Laan schrijft wekelijks over de discussies op de redactie en de keuzes van de krant.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden