Beeld Maartje Geels

ColumnNaema Tahir

Onbewezen micro-agressie, is geen micro-agressie

In het ochtendprogramma ‘Good Morning Britain’ deelde Ranvir Singh, Brits journaliste met Zuid-Aziatische achtergrond, vorige week een voorval uit haar jeugd dat ze haar eerste racistische ervaring noemt. Ze is zes jaar oud en met haar beste vriendin Natalie op schooluitje. Tijdens de pauze gaan beide meisjes naar een winkeltje om snoep te kopen. Natalie geeft de verkoopster een pond. In ruil daarvoor krijgt ze snoep en 50 pence wisselgeld terug. Singh geeft ook een pond, krijgt snoep en slechts 10 pence wisselgeld terug.

Singh kijkt naar de verkoopster, een witte vrouw die haar, een klein bruin meisje, een koude blik teruggeeft. Singh kent het woord racisme op dat moment niet, maar voor het eerst ervaart ze dat ze anders wordt behandeld dan haar vriendin, kennelijk omdat zij anders is.

Singh vertelt erbij dat ze niet kan zeggen of het per ongeluk was dat de verkoopster haar minder geld teruggaf, of opzettelijk omdat zij bruin is. Maar waar Singh wel van overtuigd is, is dat deze ongelijke behandeling micro-agressie is – of ze het nu kan bewijzen of niet.

Vergelijkbare ervaring

De ervaring van Singh lijkt verdacht veel op een ervaring die ook ik heb in het Engeland uit mijn jeugd. Ik was ongeveer acht jaar oud en op schooluitje naar het Commonwealth Institute, een inmiddels opgeheven culturele instelling die kennis verspreidde over de landen die vroeger tot het Britse rijk hoorden, zoals de voormalige koloniën India en Pakistan.

Tijdens de pauze ging ik naar het winkeltje van het instituut. Ik zag een rekje met kleine vlaggenstickers. Het waren allemaal vlaggen van de landen van de Gemenebest. “Ik wil graag een vlaggensticker”, zei ik tegen de verkoper en gaf hem het geld ervoor. De verkoper vroeg me: “Welke vlag wil je?”

Daar had ik niet over nagedacht. Daarmee bedoel ik dit: ik wilde gewoon een vlag, en voor mij was de Union Jack, de Britse vlag, mijn vlag. Wat anders kon ik willen? De verkoper wachtte niet totdat ik antwoord gaf, maar pakte van het rek een vlag en gaf die aan me. Ik kende de vlag niet. Maar ik nam hem aan, wijdde er verder geen gedachte aan en plakte hem op mijn trui. Bij thuiskomst vroeg mijn moeder nogal verbaasd: “Waarom heb je de Indiase vlag op je trui?”

Oerstom

De Indiase vlag? Ik haalde hem eraf, want ik ben niet Indiaas. Ik voelde me stom en ik weet nog dat ik de verkoper oerstom vond. Hij had me iets gegeven wat niet bij me hoorde.

Ik ben dit voorval niet vergeten. Sterker nog, ik heb het in mijn roman ‘Eenzaam heden’ verwerkt, dat gaat over een ontworteld Brits-Pakistaans meisje. Ik heb het willen opschrijven, omdat ik er niet over uit ben wat de verkoper van me dacht.

Feit is dit: ik kreeg geen Britse vlag van hem. Zag hij me niet als Brits, omdat ik bruin ben? Of meende hij oprecht dat ik als bruin kind juist iets wilde wat hoorde bij mijn exotische achtergrond, zeker nu ik in het Commonwealth Institute was?

Ik zal het nooit weten. En omdat dat zo is, zal ik het nooit micro-agressie noemen. Wat je niet kunt bewijzen, kun je niet afkeuren.

Naema Tahir is jurist en schrijver. Voor Trouw schrijft ze om de week een column. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden