OpinieZorg

Omgaan met je man die verandert in een angstig, ontredderd mens is loodzwaar

Ze werkte in de zorg, toch had de ziekte van haar man grote impact op Arda Overbeek-Mulder. Zij pleit voor scholing.

Dank Sarah Blom, voor het eerlijke verhaal over ­omgaan met dementie (Opinie, 8 februari). Ik heb mijn man in een kleine drie jaar zien veranderen van een ­intelligent, hoogopgeleid, verbaal zeer sterk persoon in een totaal afhankelijk, onrustig, angstig en ontredderd mens. Met alle symptomen die zo herkenbaar zijn voor deze ziekte. Reeds een paar jaar had ik een steeds sterker vermoeden dat het om alzheimer ging, maar twee neurologen en een geriater dachten respectievelijk aan een herseninfarct, de ziekte van Parkinson en zelfs een depressie, waar mijn man medicatie voor kreeg. Hij kon het in het begin goed verbloemen en het is aan mijn volhardendheid en de huisarts te danken dat hij uiteindelijk toch een uitgebreid geriatrisch onderzoek kon ondergaan.

Bij de uitslag stortte ook mijn wereld even in, terwijl het voor mij geen verrassing was. Ik dacht echt dat ik wel kon omgaan met mijn man die deze ziekte als diagnose kreeg. Ruim 40 jaar heb ik in de gezondheidszorg gewerkt, waarvan 25 jaar als leidinggevende in de ouderenzorg. Ik deed onder andere cursussen geriatrie/gerontologie, en heb jaren in het management van een verpleeg-verzorgingshuis gewerkt. Dus veel meegemaakt al die jaren. Maar als partner 24-uurszorg te moeten geven, is werkelijk loodzwaar en heeft een enorme impact.

Ik was zijn anker, zijn houvast, het verstikte me regelmatig. Ik had nog het ­geluk dat anderen bereid waren bij mijn man te zijn zodat ik toch kon deelnemen aan sociale activiteiten en op een gegeven moment was ik blij dat mijn man een aantal dagen naar dagbehandeling/dagbesteding ging zodat ik van de 24 uur zo’n 7 uur rust had.

Goedbedoelde adviezen

Ook ik kreeg goedbedoelde adviezen, zoals Sarah Blom die beschrijft, en die ik zelf ook wel kende: bedenk dat het door de ziekte komt. Maar ik moest toch vaak tot tien tellen om niet kwaad te worden of handtastelijk en zei dan inderdaad hardop tegen mijzelf dat mijn man er ook niets aan kon doen. Het is afschuwelijk om mee te maken dat je man weer door de politie wordt thuisgebracht, als decorumverlies zich bijna dagelijks voordoet, als iedere keer het dag-en-nachtritme wordt verstoord, als hij steeds meer moet inleveren, als hij elke avond onrustig heen en weer loopt ondanks pogingen hem tot rust te brengen, als je bang wordt voor degene die je lief is.

En ondanks de hulp, ondanks de goedbedoelde adviezen (de casemanager dementie, de wachtlijstbegeleider van het verpleeghuis: “Als het niet meer gaat moet u echt aan de bel trekken”), ik wist ook dat mijn man in verband met zijn indicatie moest wachten op de nieuwbouw van het verpleeghuis.

Wie wel een eerlijk verhaal had, was de specialist ouderengeneeskunde die samen met de huisarts mijn man thuis bezocht; hij ging mijn man medicatie voorschrijven, ‘ook voor uw veiligheid’. Hij had heel goed door hoe te handelen.

Mijn man heeft de laatste vijf maanden van zijn leven in een woongroep psychogeriatrie geleefd, waar sommige verzorgenden redelijk empathisch ­waren, maar waar ook dingen gebeurden waarbij ik mij afvroeg hoe het ­mogelijk was en in hoeverre er echt vanuit de cliënt werd gedacht. Ik schrok van het niveau van de mensen die de bewoners verzorgden. Het gaf mij bepaald geen gevoel dat ik hem in vertrouwde handen achterliet.

Mijn is man bijna twee jaar geleden overleden, maar nog steeds komen de beelden dagelijks voorbij... Dus helemaal eens met Sarah Blom: laten we ons op hoog niveau scholen, anders komt de tsunami van dementerenden er straks nog bekaaider af.

En een boksbal kan absoluut helpen om de frustratie en het verdriet af te reageren.

Lees ook:

Hoe om te gaan met dementie? Hang een boksbal op

Rauw, keihard, soms weergaloos mooi; dat is de wereld van dementie. Hou daarom op met te simplistische tips en school in hoog tempo zorgverleners, zegt ouderenpsycholoog en gedragsconsulent Sarah Blom.

Het aantal mensen dat intensieve thuiszorg ontvangt, is flink gegroeid

Het aantal ouderen, gehandicapten en chronisch zieken dat thuis intensieve verzorging krijgt, is sinds 2015 met 23 procent toegenomen.

‘Mantelzorg verplichten is het paard achter de wagen spannen’

Geef mensen ruimte en tijd om mantelzorg te kunnen leveren, bepleit geestelijk verzorger Brigitta Scheepsma. En daar hoort een geldelijke waardering bij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden