ColumnNelleke Noordervliet

O, mijn geliefd Rotterdam, denk om je geschiedenis

Ik hou van Rotterdam. Omdat ik er ben geboren en getogen, heb ik altijd banden gehouden met de stad en volg ik met belangstelling het Rotterdamse nieuws. Ook in mijn romans ga ik er vaak naar terug. Het begin van ‘Vrij Man’ speelt in zeventiende-eeuws Rotterdam. Ik heb me dus uitgebreid beziggehouden met het verleden van de stad. 750 jaar bestaat ze dit jaar. Gefeliciteerd!

Iedere zichzelf respecterende stad heeft een stadsmuseum, dat wordt gekoesterd door het stadsbestuur. Zo ook Rotterdam. Heeft? Tegenwoordige tijd? Ja, nog wel. En gekoesterd? Nee.

De Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur heeft besloten dat het dicht moet. De collectie kan wel zo’n beetje worden beheerd door andere instellingen die zich ook weleens met het verleden bezighouden. De kennis en de ervaring aanwezig in het huidige museum mogen bij het oud vuil.

De plannen beantwoorden niet voldoende aan de eisen die de Raad stelt, eisen die zoals we weten van dat soort instellingen vaak beïnvloed zijn door de waan van de dag en de behoefte aan verandering omwille van het veranderen. Bestaande instellingen die continuïteit garanderen, krijgen het moeilijk onder zo’n regime.

Op zichzelf is het goed dat iedere subsidie ontvangende instelling zich rekenschap geeft van de noodzaak tot kritische beschouwing van het beleid. Vernieuwing en continuïteit verkeren daarbij in precair evenwicht.

Hoe heeft Rotterdam zich van zijn taak gekweten? Matig

Hoe heeft de gemeente Rotterdam zich tot nu toe gekweten van haar taak het verleden van de stad te koesteren? Matig. Het Museum Rotterdam was gevestigd in het schitterende Schielandshuis, een van de weinige historische gebouwen in het centrum die overeind bleven bij het bombardement.

Typisch een huis voor een stadsmuseum. Daar moest het museum uit. Het Schielandshuis werd geschikt gemaakt voor andere huurders en gebruikers, waaronder de Raad voor Kunst en Cultuur.

Het dakloze Museum Rotterdam richtte pop-up tentoonstellingen elders in, zoals de indrukwekkende tentoonstelling ‘De Aanval’ in de onderzeebootloods van de RDM. In het Timmerhuis werd een voorlopig onderdak gevonden. Niet ideaal en zeker niet bedoeld als definitief onderkomen. Het stadsmuseum bleef een probleem voor de stad.

Het gemeentebestuur heeft een ambivalente houding ten opzichte van de geschiedenis. De stad is zeker sinds de Tweede Wereldoorlog sterk gericht op de toekomst. Er wordt liever niet omgekeken en in het verleden gepeuterd. Wat voorbij is, is voorbij. We richten de blik op de toekomst.

Wie het verleden verwaarloost, komt er ooit oog in oog mee te staan

Innovatie. Prachtig. Begrijpelijk. Energiek. Maar naar mijn overtuiging kan die toekomst alleen gestalte krijgen als het verleden gekend en erkend wordt. Wie het verleden verwaarloost komt er ooit oog in oog mee te staan. De geschiedenis van migratie, bijvoorbeeld, en dus van discriminatie is een belangrijk verhaal dat niet begint bij de intocht van de zogenoemde ‘gastarbeiders’ in de jaren zestig van de twintigste eeuw maar vele eeuwen eerder.

Als voorzitter van de jury van de J. Dutilhprijs voor het beste historische boek over Rotterdam heb ik de afgelopen jaren een hele reeks studies langs zien trekken, waaruit blijkt hoe divers en interessant de geschiedenis van de stad is. Geschiedenis is misschien een beetje in de mode – zie ook de discussie over de canon en het slavernijverleden – maar de geschiedenis zelf is geen mode, een verschijnsel dat betrekkelijk oppervlakkig is en weer snel verdwijnt.

Geschiedenis wortelt diep en het beheer van het verleden vereist een besef van complexiteit, continuïteit, samenhang en diepte. Dat bewijst een stad door een huis te bouwen, een stabiele organisatie erin te zetten, die de collectie beheert, tentoonstelt, uitbreidt, die kennis bezit en verwerft. Zeker hoort daar een ambitieus plan bij.

Maar een gemeente die al sinds jaar en dag haar eigen geschiedenis beschouwt als een hinderlijke bijkomstigheid, die het verleden behandelt als een lastig verhaal in de marge, is een onbetrouwbare partner, een gemeente die de weg naar de toekomst kwijt is.

Nelleke Noordervliet (Rotterdam, 1945) schreef meerdere romans, novelles en theaterstukken. In 2018 won ze de Constantijn Huygens-prijs voor haar gehele oeuvre. In haar column in Trouw bespiegelt ze tweewekelijks op de actualiteit. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden