Column

'Nou eh, woef, zo’n snoepje lijkt me heerlijk!'

Beeld Jörgen Caris

Behalve voor de kinderen, hebben mijn ex en ik ook voor de hond een omgangsregeling. Ze is heel lief (mijn hond), vanmorgen wandelde ik met haar door het park. 

Park is een groot woord voor een smal groen strookje langs een woonwijk, waarop alle honden van het dorp al decennialang hun behoefte doen. Het is eerder een met gras begroeide mesthoop.

Als het mooi weer is, zitten mensen op hun terrassen aan de overkant van de sloot te niksen. Ze dragen zonnebrillen, dus ik kan niet zien of ze wakker zijn of slapen (of misschien al zijn overleden). Zwijgend kijken ze toe als Pleun en ik langslopen. Door sommigen worden we helemaal nagekeken, blijkbaar zijn we een bezienswaardigheid. Soms heb ik zin om mijn broek naar beneden te trekken, zodat als iemand vraagt of ze nog iets hebben meegemaakt ze daar bevestigend op kunnen antwoorden.

Soms steekt iemand vanaf zijn zitje een hand op, dan doe ik dat ook. Soms steek ik een hand op en doet de ander dat niet, dat vind ik gênant, want dan sta ik daar met die hand.

Soms zeg ik goeiemorgen tegen iemand die me tegemoet loopt en kijkt die zwijgend door me heen alsof ik lucht ben. De volgende groet ik dan niet, maar die zegt mij juist wel weer vriendelijk gedag. Dat beantwoord ik dan ook wel, maar pas als de ander al voorbij is, dus groet ik zijn rug. Soms zegt iemand als het nog ochtend is ‘goeiemiddag!’ en moet ik me bedwingen om ’m niet te corrigeren.

Voor de show

Officieel geldt in het park een opruimplicht, maar niemand doet dat en niemand wijst je op het hoopje nadat je hond in hurkzit krampachtige bewegingen heeft staan maken. Op andere plekken in mijn dorp zeggen ze er wel wat van, maar helaas heb ik een kleine hond met dito uitwerpselen. Vaak kan ik haar keuteltjes niet terugvinden in het hoge gras. Om toch mijn burgerplicht te tonen, grijp ik als ze klaar is met mijn in boterhamzakje gewikkelde hand maar wat in het luchtledige. Ik leg er zelfs een knoopje in voor ik het in een vuilnisbak werp, maar dat is dus allemaal voor de show.

Soms vragen mensen aan mijn hond: ‘Wil jij misschien een lekker snoepje?’ Als de stilte die daarop volgt te lang aanhoudt, kijken ze met een schuin oog mijn kant op. In haar plaats antwoord ik dan, met hoge stem: ‘Nou eh, woef, zo’n snoepje lijkt me heerlijk!’

Schrijver en dichter Erik Jan Harmens over de prikkels die het druk maken in zijn hoofd. Lees hier meer columns. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden