Opinie Ontwikkelingshulp

Nobelprijs voor onderzoekers van armoedebestrijding is wél terecht

Miljoenen arme mensen profiteren van de onderzoeksmethodiek die de winnaars van de Nobelprijs voor economie hebben opgezet. De prijs is meer dan verdiend, stelt Mark Treurniet, onderzoeker bij de leerstoelgroep Ontwikkelingseconomie van de Wageningen Universiteit.

Econoom Irene van Staveren zet kanttekeningen bij de experimentele benadering van het bestrijden van armoede, waarvoor Banerjee, Duflo en Kremer zijn beloond met de Nobelprijs voor economie (Opinie, 5 november). Dat heeft mij zeer verbaasd, want hun onderzoeksmethodiek is een enorme stap vooruit waar miljoenen arme mensen van profiteren.

Decennialang zijn miljarden euro’s ontwikkelingshulp besteed op basis van theorieën en ideologie zonder degelijk bewijs te verzamelen over welke hulp leidt tot betere uitkomsten. Het was daarom sterk de vraag in welke mate de hulp bijdroeg aan de gestelde doelen.

Complex probleem

Armoede is een zeer complex probleem, stelt Van Staveren terecht vast. Het onderzoeken van de impact van ontwikkelingsprogramma’s is een grote uitdaging. Mensen kunnen in enquêtes of interviews meestal niet vertellen wat het precieze effect is geweest. Want wat zou er ­gebeurd zijn als een bepaald project er niet zou zijn geweest? Dat weten we gewoonlijk niet.

Banerjee, Duflo en Kremer gebruiken daarom een eenvoudige, maar zeer doelmatige methode, de zogeheten Randomized Controlled Trials (RCT’s): Als we een willekeurig geselecteerde groep hulp aanbieden en een controlegroep niet, dan kunnen we de impact van de hulp analyseren door uitkomsten voor beide groepen te vergelijken. Zo is er bijvoorbeeld onderzocht wat de meest effectieve manier is om kinderen naar school te krijgen. Voor de hand liggend is: leraren aanstellen, en schoolmaaltijden, schooluniformen of studiebeurzen aanbieden. Maar kinderen ontwormingspillen geven bleek vele malen effectiever. Daar zijn hulporganisaties vervolgens sterker op gaan inzetten.

Door steeds nieuwe ontwikkelingsprogramma’s uit te voeren, experimenteerden beleidsmakers eigenlijk al jaren. Met de inzet van RCT’s kunnen we nu ook leren wat écht werkt.

Van Staveren geeft als bezwaar dat RCT’s gemiddelde effecten analyseren. Dat is nu juist belangrijk voor beleidsmakers om te weten. Natuurlijk: sommige schoolkinderen zouden zonder ontwormingspillen niet ziek zijn ­geworden en zouden dus meer profijt hebben gehad van andere programma’s. Maar het is onmogelijk van tevoren te weten wie er niet ziek wordt, dus daarop kan je geen beleid maken.

Aan de strijkstok

Ook ingewikkelde onderwerpen zoals corruptie zijn onderzocht met behulp van RCT’s. Zo bleek er in India veel minder aan de strijkstok te blijven hangen als geld voor lokale projecten rechtstreeks aan de onderste bestuurslaag uitbetaald werd in plaats van via tussenlagen. Hoewel er vanuit deze tussenlagen veel weerstand was, kon de overheid met de resultaten van de RCT’s in handen de stelselwijziging ­uiteindelijk toch realiseren en in heel India potentieel miljarden dollars besparen.

Zeker, er zijn beperkingen. Wanneer de steekproef klein is of willekeurige toewijzing onwenselijk of onmogelijk is, kunnen er geen goede RCT’s opgezet worden. Wel vormen ze dan een belangrijk ijkpunt voor de inzet van andere evaluatiemethoden. Ook is onderzoek nodig in hoeverre uit de resultaten conclusies kunnen worden getrokken in andere situaties. Als ontwormingspillen in 1998 in Kenia zorgden voor veel minder verzuim in de klas, hoeft dat niet ook te gelden in 2019 in pakweg Malawi. De introductie van RCT’s heeft er natuurlijk niet voor gezorgd dat er universele antwoorden zijn op de grootste problemen van onze tijd.

De experimentele revolutie zorgt er wel voor dat beleidsmakers op basis van concrete resultaten steeds meer kunnen inzetten op programma’s die effectief bijdragen aan ontwikkelingsdoelen. Zo blijven we met een beetje goede wil stap voor stap leren over het effect van verschillende vormen van hulp.

Lees ook:

Is het microkrediet altijd een fiasco? Onzin, zeggen kenners

Ooit was het microkrediet de heilige graal. Inmiddels wijst Cambodjaans onderzoek anders uit. Maar altijd een fiasco? Die omschrijving gaat kenners van de sector te ver.

Waarom sekswerk voor veel Afrikaanse vrouwen onontkoombaar is

Veel arme Afrikaanse vrouwen kunnen vaak alleen het hoofd boven water houden met sekswerk. Dat ontdekten Afrikaanse onderzoeksjournalisten in zeven landen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden