null Beeld

ColumnJamal Ouariachi

Niks mis met ‘zwanger mens’, maar waarom moet ‘zwangere vrouw’ daarvoor wijken?

Het is makkelijk lacherig te doen over de niet-aflatende stroom nieuwsberichten rond diversiteit en inclusie op het gebied van genderidentiteit. Recent hadden we nog de Harvard-professor die van transfobie werd beschuldigd, omdat zij weigerde van ‘zwangere mensen’ te spreken in plaats van ‘zwangere vrouwen’, en eerder was er het Britse ziekenhuis waar men juist heel progressief had besloten het woord moedermelk te vervangen door mensenmelk.

Er is niets affreus aan het begrip ‘(zwangere) vrouw’

Maar behalve lacherigheid oogsten zulke berichten ook woede: zowel bij activisten die voor méér inclusieve taal pleiten, als bij mensen die het nu weleens welletjes vinden met al die taalvernieuwing.

Taal is van iedereen, maar in de neiging om mee te gaan in de wensen van een kleine minderheid, wordt een nieuwe norm opgelegd aan een meerderheid die daar misschien wel bezwaar tegen heeft. Niks mis mee om iemand met een interseksuele genderidentiteit zwanger mens te noemen, maar waarom moet zwangere vrouw dan meteen wijken voor iederéén? Waarom zou kritiek daarop meteen moreel verwerpelijk zijn?

Er is niets affreus aan het begrip ‘(zwangere) vrouw’, en het voorvoegsel moeder- is geen ontkenning van het bestaansrecht van ouders met een interseksuele genderidentiteit.

In de Volkskrant schreef Marte Hoogenboom, hoofdredacteur van Hard//hoofd, over de gevaren van al te mooie taal in opiniestukken over transgenders, taal die in feite transfobie verhult, waarbij zij als voorbeelden teksten van J.K. Rowling en Chimamanda Ngozi Adichie aanhaalde. Het achtervoegsel -fobie impliceert angst, maar tegenwoordig ook vaak haat. Zo definieert Hoogenboom het in haar stuk zelfs expliciet: ‘Transfobie (haat jegens transgender personen)’.

Vrouw, man, moeder, vader, ze zijn van ons allemaal

Het is weer die vermaledijde trukendoos van het postmoderne activisme: ieder die een kritische kanttekening plaatst, krijgt als achterliggend motief haat, fobie en liefst ook nog racisme en seksisme toegebeten.

De begrippen vrouw en man zijn van ons allemaal, net als moeder en vader. Eicel en zaadcel: wie is er niet groot mee geworden? Dat er bovenop de menselijke biologie nog een heel bouwwerk van culturele rolpatronen is opgetuigd, mag evident heten.

Dat er op dat bouwwerk het een en ander aan te merken valt, ook. Dit betekent niet dat het bouwwerk maar helemaal gesloopt moet worden. Daar zouden transgenderactivisten zelf ook huiverig voor moeten zijn: wie een transitie doormaakt van vrouw naar man of andersom, heeft ideeën, opvattingen en gevoelens over wat dat dan is, ‘man’ of ‘vrouw’. Zoals we die allemaal hebben – en doorgaans ook koesteren.

Iemand die kritiek heeft op taalvernieuwingen uit de hoek van het activisme rond genderidentiteiten, is niet per definitie fobisch of haatdragend. Je hoeft datgene wat een meerderheid van de mensen normaal vindt, niet af te schaffen om de ideeën en gevoelens­­ van minderheden te accepteren.

Jamal Ouariachi is schrijver. Behalve­­ romans en verhalen schrijft hij onder meer recensies en columns. Lees hier eerdere columns van Ouariachi terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden