Column

Nieuwjaar is de illusie van de hoop

Turkse politieagenten bij de plek van de aanslag in Istanbul, een vrouw is op zoek naar vrienden.Beeld anp

Of er rond de jaarwisseling een aanslag zou plaatsvinden, was eigenlijk geen vraag meer. De onzekerheid betrof alleen de vraag: waar? Het is Istanbul geworden: zeker 39 doden volgens de laatste tellingen op deze nieuwjaarsochtend.

Een paar uur daarvoor was het raak in Bagdad, met minstens 25 dodelijke slachtoffers. Aan bommen in het Midden Oosten zijn we gewend geraakt. Istanbul ligt net op de rand daarvan, maar ook daar zijn aanslagen treurig vertrouwd geworden. Een nachtclub met veel buitenlanders maakt zo'n aanslag toch weer iets 'van ons'.

Zo begint het nieuwe jaar onder een cynisch gesternte. Hoopvolle verwachting is angstig voorgevoelen geworden, met als voornaamste zorg hoe dichtbij het onheil zal toeslaan en of het ons persoonlijk zal treffen. Voor alle zekerheid durven we al niet meer te vertrouwen op zonnige voorspoed.

Noem het de emotionele zelfcensuur van het schichtig geworden hart. Teveel blijheid vráágt bijna om een tik op de neus. Wie het nog waagt op iets goeds te hopen moet wel een naïeve fierefluiter zijn die zal merken hoe het er in de wereld écht aan toegaat.

Niets is zo beschamend als ontgoochelde opgewektheid. Ootmoedig staat ze te kijk tegenover het sjacherijn dat altijd al beter geweten heeft en zichzelf daarom eens te meer 'realistisch' mag noemen. Hoop, zo moet ze mèt de dichter Gerrit Achterberg erkennen, 'is een krijtwit kind dat lacht / tegen de rover, die het slacht.' Een schuldig kind, bovendien, dat had moeten beseffen waaraan het begon.

Zwartkijker

Zo heeft de zwartkijker altijd gelijk. Alle optimistische bespiegelingen waarmee commentaren en columnisten de afgelopen dagen het oude jaar uit en het nieuwe in hebben geluid veranderen daar niets aan. Ze glijden als water af langs de mismoedige overtuiging dat er ooit ergens iets fout zal gaan. Bij voorbaat zoekt ze daarom de slagschaduw daarvan op, terdege voorbereid op wat komen gaat en alle zonnigheid zal beschamen.

Aan dat illusieloze realisme ontleent de pessimist zijn morele superioriteit. Als een held ziet hij onverschrokken de horreur in de ogen. Te midden van zijn medeburgers is hij de enige wiens filosofie - meent hij - serieus te nemen is, al was het maar om pragmatische redenen. 'Je kunt maar beter pessimist zijn,' zo citeert Paul Brill in de Volkskrant de Amerikaanse columnist George Will, 'dan krijg je meestal gelijk en word je af en toe aangenaam verrast.'

Dat legt de vinger op de zere plek: de morele tekortkoming van het pessimisme dat zichzelf als heroïsch toppunt van gezond verstand beschouwt, kiest in werkelijkheid de gemakkelijkste weg. Om nooit te worden beschaamd, verloochent het bij voorbaat alle goeds. Het weigert zichzelf op het spel te zetten, en speelt daartoe va-banque met iedere hoop. Noem het wat mij betreft de zonde tegen de Heilige Geest. Niet uit naam van het hiernamaals, maar uit die van het leven zelf. Het bestaan vereist nu eenmaal een zekere mate van dwaasheid of risico. De hoop is weerloos tegen haar beschaming.

Niet uit dapperheid maar uit angst dáárvoor trekt het pessimisme zich terug in gemelijke wereldwijsheid. Het kan door niets meer geraakt worden, maar raakt ook zelf niets meer. Het gezelschap van de mopperaar is onverdraaglijk - en meisjes krijg je er ook al niet mee. Was ik een evolutiefundamentalist, dan zou ik vrolijk optimisme het smeermiddel noemen van het voortbestaan van de soort. Al was het maar als redding van elk oudejaarsfeest.

Daarom is pessimisme zelden werkelijk gemeend. Als pose kan het heel vermakelijk zijn. Dan spot de levenslust met zichzelf en onderstreept eens te meer zijn eigen bestaansgretigheid. Bijna alle zwartkijkers doen alleen maar alsof zij vergeten dat de mens de optimistische diersoort bij uitstek is. Soms uit speelzucht, soms uit lafheid; soms uit ironie en soms uit hypocrisie. Het eerste kan geestig zijn, het tweede niet.

Allerbeste wensen

Zelfs deze ontgoochelde nieuwjaarsochtend heeft daarom recht op de allerbeste wensen van voorspoed, geluk en hoop. Op de dwaasheid daarvan - en het besef dat dwaze illusie het spul is waaruit het leven en de toekomst zijn gevormd. Het houdt de ontgoocheling daarvan niet tegen - maar weigert haar het laatste terroristische woord dat het liefst achter alles een punt zou zetten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden