Commentaar Luchtaanval

Niet zwijgen over luchtaanval op Hawija

Dat er in de nacht van 3 juni 2015 een westerse luchtaanval werd uitgevoerd boven het Iraakse stadje Hawija, waarbij een explosievenfabriek van IS werd vernietigd, was geen geheim voor wie de bombardementen van de anti-IS-coalitie destijds volgde. Dat de betreffende bom, die veel burgerslachtoffers maakte, werd afgeworpen door een Nederlands F-16 gevechtsvliegtuig, is pas afgelopen week duidelijk geworden.

Volgens lokale bronnen in de Iraakse plaats waar destijds IS de baas was, werd door dit bombardement een belangrijk depot van de terreurgroep vernietigd waarin de bomauto’s klaarstonden om hun vernietigende werk te doen. De klap was zo groot dat volgens getuigen zeker 150 doden vielen, onder wie 52 burgers. De IS-explosievenfabriek was in een woonwijk gevestigd. Omwonenden, ook familieleden van de IS-strijders, dachten dat die geen doelwit zou worden vanwege het grote aantal burgers in de directe omgeving. Maar de Nederlandse bom werd wel geworpen. De enorme explosie werd vervolgens ook veroorzaakt door de bommenfabriek zelf. De betrokkenheid van uitgerekend de Nederlandse luchtmacht bleek eind vorige week uit journalistiek onderzoek van NRC en de NOS.

Riskante operatie

De Tweede Kamer ging in 2014 akkoord met de inzet van zes Nederlandse F-16’s om in coalitieverband luchtaanvallen uit te voeren boven IS-gebied. Sindsdien vloog de Nederlandse luchtmacht er honderden missies, waar Defensie nooit veel details over bekendmaakte. Het valt te billijken dat een krijgsmacht de kaarten tegen de borst houdt tijdens zo’n riskante operatie; uit strategisch oogpunt en omdat vliegers te maken kunnen krijgen met wraakacties. Tegelijkertijd blijven krijgsmachten, ook de Nederlandse, vaak jarenlang hardnekkig verzwijgen wat zich precies op een slagveld heeft afgespeeld, ook als de strijd al gestreden is.

Defensie heeft de luchtaanval op Hawija na afloop wel voorgelegd aan het Openbaar Ministerie, wat een standaardprocedure is wanneer Nederlandse militairen ergens op missie geweld moeten gebruiken. Het OM zag geen aanleiding voor een vervolgonderzoek.

Transparantie niet schuwt

Minister van defensie Ank Bijleveld, aangetreden in 2017, hield na afloop van het kabinetsberaad vrijdag de boot af toen haar werd gevraagd om openheid over het Hawija-bombardement. De minister wijst op het – vertrouwelijke – oordeel van het OM en zegt dat ze ‘op dit moment’ niet verder op de kwestie wil ingaan.

Deze minister van defensie, die nu zwijgt, staat tot dusver bekend als een politicus die de transparantie niet schuwt. Ook in dit geval dient zij te kiezen voor openbaarheid over de overwegingen op Defensie die vier jaar geleden bij deze zware luchtaanval zijn gemaakt.

Het commentaar is de mening van Trouw, verwoord door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren.

Lees ook:
De Nederlandse bom op de bomfabriek in Hawija trof IS hard

De Nederlandse bom die in 2015 een bomfabriek van de terreurgroep Islamitische Staat vernielde, doodde volgens ooggetuigen naast 52 burgers zo’n honderd familieleden, strijders en leiders van IS. Dat dacht dat de fabriek hun juist bescherming bood: de aanwezigheid van burgers zou de coalitie ervan weerhouden te bombarderen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden