null Beeld

ColumnStijn Fens

Niet-noodzakelijke reizen naar Vaticaanstad zijn toegestaan, zolang ze zich maar in je hoofd afspelen

Kom vooral langs wanneer je in de buurt bent”, had paus Franciscus tegen mij gezegd, toen we elkaar – in mijn hoofd – in mijn Utrechtse appartement voor het laatst zagen. Dat is nu een halfjaar geleden. Toen deze week door de lockdown de muren op mij afkwamen, besloot ik dan ook gebruik te maken van zijn aanbod en een virtuele reis naar Vaticaanstad te maken. Ook niet-noodzakelijke reizen naar het buitenland zijn toegestaan, zolang ze zich maar in je hoofd afspelen.

En dus liep ik door Rome naar het Vaticaan en meldde mij bij een van de toegangspoorten. Ik noemde mijn naam tegen een Zwitserse gardist en ik bleek op een lijst te staan. Ik werd verwacht en mocht doorlopen. Steeds wanneer ik mijn naam noemde, ging er weer een andere deur in het Vaticaan voor mij open, en voor ik het wist was ik in de bibliotheek van het Apostolisch Paleis beland.

Daar stonden onder meer een microfoon klaar en een eenvoudige lessenaar. Er was een kerstgroep te zien en een weinig fraaie kerstboom. Even was ik alleen in wat aanvoelde als de controlekamer van de rooms-katholieke kerk. Toen hoorde ik: “Stijn, fijn dat je er bent”. De paus kwam de ruimte binnen in het gezelschap van twee priesters. Zij droegen een mondkapje, Franciscus niet. Hij liep opvallend moeizaam.

Iedereen moet het vaccin krijgen

“Ik heb niet veel tijd, want over een kwartier moet ik mijn wekelijkse angelustoespraak houden”, zei de paus. “Laten we daar gaan zitten.” Hij wees naar zijn bureau. “Ben jij al ingeënt?”, vroeg hij toen we zaten. Ik antwoordde dat dit nog wel even kon duren aangezien ik niet direct tot een risicogroep behoorde. “Deze week krijg ik als het goed is mijn eerste prik”, vertelde Franciscus. “Er schijnt een pastoor te zijn geweest in jouw land, in Druten als ik me niet vergis, die in een preek de kerkgangers heeft geadviseerd om zich niet te laten vaccineren. Gezonde mensen zouden dat vaccin niet nodig hebben. Ik vind dat onverstandig van deze pastoor. Ikzelf heb geen moment geaarzeld. Iedereen moet het vaccin krijgen. Wie zich niet laat vaccineren, zet niet alleen zijn eigen leven op het spel, maar ook dat van anderen.”

Hij keek op zijn horloge. Dat gaf mij de vrijheid dit ook te doen. Het was kwart voor twaalf. We hadden nog een kwartier. “Ik hoop dat Vaticaanstad de eerste staat zal zijn waarvan alle inwoners gevaccineerd zijn. Bij jullie kwam de vaccinatiecampagne langzaam op gang, begrijp ik. Dat valt me tegen, Stijn. In Nederland gaat alles toch zo ordelijk en weloverwogen? Wij spreken hier vaak van Nederlandse toestanden en dat bedoelen we dan als een compliment.”

Ik vroeg hem hoe het nu met zijn gezondheid ging. “U loopt moeizaam.” Franciscus haalde zijn schouders op. “Ik heb al jaren last van die ischias. Onlangs heb ik twee vieringen overgeslagen, omdat de pijn te erg was. Ik krijg veel tips van mensen om er iets tegen te doen. ‘Blijf bewegen’, zeggen ze dan. Of: ‘Neem pijnstillers en vermijd stress.’ Dat laatste valt nog niet mee als paus.” Weer keek Franciscus op zijn horloge. En ik dus ook weer. Het leek wel ingestudeerd. “Gelukkig kan ik bidden. Naarmate ik ouder word – 84 ben ik nu – worden mijn gebeden intenser. Bidden is als zuurstof voor mij. Ook al stel ik God teleur, hij wacht op mij en begeleidt me. Zijn liefde is oneindig.”

Een gouden kooi

Hij stond op, weer moeizaam. Het was tijd. “Weet je Stijn, ik mis het contact met de gelovigen zo. Normaal hou ik mijn angelustoespraak vanuit het raam van het pauselijk appartement en zie ik de mensen op het Sint-Pietersplein staan, maar dat kan nu niet. Meer dan ooit voelt het alsof ik in een gouden kooi leef. Laatst maakte ik een kleine wandeling in de tuinen hier. Plotseling stond er een vos voor mijn neus. Een vos, midden in Vaticaanstad! We keken elkaar even aan en vervolgens verdween hij weer. Ik benijdde die vos. Hij kon gaan en staan waar hij wilde.”

Daarna liep hij naar de lessenaar met de microfoon, wachtte even op de twaalf klokslagen van de Sint-Pieter en begon: “Cari fratelli e sorelle, buongiorno!” In gedachten stond hij voor dat raam aan het plein vol gelovigen. “Lieve broeders en zusters, goedemorgen.” Zijn woorden galmden hol uit de luidsprekers over het lege Sint-Pietersplein.

Trouw-redacteur Stijn Fens volgt de katholieke kerk al decennia op de voet en schrijft columns over het geloof en zijn persoonlijk leven. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden