OpinieReligie in Nederland

Niet ieder moreel debat is een uiting van ‘onstuitbare’ religiositeit

Jasper van den Bovenkamp en Taede Smedes stellen vast dat wij Nederlanders, ondanks onszelf, hartstikke religieus zijn. Lector theologie André Mulder zet flink wat vraagtekens bij hun essay. 

Jasper van den Bovenkamp en Taede Smedes harken in hun ­essay ‘Onstuitbaar religieus’ (Trouw, 6 juli) een hele hoop verschijnselen bij elkaar om te beweren dat mensen onstuitbaar religieus blijven. Ook beweren zij dat dat pas lukt als mensen inzien dat heil niet maakbaar is door onszelf, maar dat het mensen wordt aangereikt. Het artikel is een rommelig geheel van suggesties over… ja, wat eigenlijk? Dat mensen moeite hebben met gevoelens van schuld? Dat ze gevoelig zijn voor ­hedendaagse helden als Maarten van der Weijden, de zwemmer, die dat doet voor een groter goed? Dat mensen ritualiserend gedrag vertonen? Dat er ieder jaar dezelfde discussies ontstaan over Zwarte Piet, het slachten van dieren en besnijdenis? Dat we met alle rijkdom die we hebben toch zoeken naar de zin van het leven? Dat we onzeker zijn en de toekomst willen bedwingen, in de hand houden of controleren? Dat zou allemaal duiden op onstuitbare religie.

In het betoog zelf zitten nogal wat kieren en dat komt vooral doordat religie niet wordt gedefinieerd. Klassieke religie wordt tegenover nieuwe vormen van religie gezet, zonder overeenkomsten te benoemen of verschillen te duiden. Dan komen allerlei religie-achtige fenomenen in beeld die de stelling moeten onderstrepen. Morele debatten die ook nog herhaald worden (ritueel, dus religie?).

Morele verontwaardiging is niet voorbehouden aan religies, aan religieus gedrag of een religieuze levensoriëntatie. Verering van de heilandsfiguur Maarten? Ik kan als theoloog eenvoudig ­allerlei metaforen op zijn zwemactie plakken die een religieus narratief tot stand brengen, maar maakt het de kijkers naar zijn topprestatie religieus? Ik zie ook een overlevende van kanker die in zijn extra levenstijd zijn eigen schuldgevoel wegzwemt. Of: een topsporter bezig voor het goede doel. Naar de Oranjevrouwen keken ook 5,5 miljoen mensen… allemaal religieus? Wat bedoelen Van den Bovenkamp en Smedes nu eigenlijk? De auteurs die ze aanhalen (Paas, Van Zeil) wijzen op mogelijke parallellen met of seculiere varianten van religieus gedrag, terwijl de ­auteurs ze allemaal religieuze uitingen van hoop en verlossing noemen.

Wie zijn die mensen?

Ook het begrip ‘traditionele religies’ wordt niet nader aangeduid. Zij worden in het slotbetoog samengenomen met begrippen als ‘openbaring’ en ‘overgave’. Maar zit in allerlei vormen van ­hedendaagse zingeving niet heel veel overgave aan iets wat groter is dan de mens, aan iets wat mensen als heilig ­ervaren? Denk aan de zorg om de ­natuur en het klimaat. Er zijn zaken die mensen raken in hun geweten, hun hart, hun verantwoordelijkheid, zaken die mensen haast letterlijk aanspreken. De auteurs trekken zaken uiteen die wellicht dichter bijeen liggen.

Ten slotte: wie zijn de mensen over wie de auteurs schrijven? Het zijn heel verschillende groepen die in totaal verschillende situaties met elkaar worden vergeleken: fans van Maarten van der Weijden en ‘digitariërs’. Hebben die ­allemaal dezelfde ‘hedendaagse religiositeit’? Ik kan het me niet voorstellen.

In debatten over wat religie is, zie ik voorzichtigheid om onder allerlei verschillende verschijnselen één vorm van religie te willen ontwaren. Die voorzichtigheid lijkt me verstandig. In de voorbeelden die genoemd worden (alles hebben, toch niet gelukkig zijn; ­omgaan met schuldgevoelens) echoën auteurs als rabbijn Harold Kushner en Viktor Frankl, die zingeving in voor- en tegenspoed thematiseren. Menszijn in tegenspoed en menszijn in voorspoed kan beide een opgave zijn als je als mens betekenisvol wil leven. Die opgave is, om in hun termen en die van Dirk De Wachter te blijven, een antwoord geven op wat het leven je aanreikt. Soms is dat een religieus antwoord, wellicht, vaak ook niet.

Lees ook: 

We blijven onstuitbaar religieus

Anders dan statistici beweren en ondanks onszelf, zijn we hartstikke religieus. Maar dan moet je wel voorbij het clichédebat over God en zijn gevolg willen kijken.

Religieuze Nederlanders zijn nu in de minderheid

Voor het eerst noemt meer dan de helft van de Nederlanders zichzelf in onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek niet-religieus. Net iets minder dan vijftig procent rekent zichzelf tot een religieuze of levensbeschouwelijke groepering, zo schrijft het CBS in een studie die het vandaag publiceert.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden