OpinieBestuurscultuur

Niet ‘de polder’ is in gevaar, dat gevaar voor onze democratie komt juist van het polderen

null Beeld Trouw
Beeld Trouw

Bij de kritische beschouwing van de Nederlandse bestuurscultuur mag een belangrijk onderdeel niet ontbreken. En dat is het gemankeerde poldermodel, meent hoogleraar Joop van Holsteyn, verbonden aan de Universiteit Leiden.

De Nederlandse bestuurscultuur staat op de publieke en politieke agenda. Vooral de ondoorzichtigheid ervan wordt als serieus probleem gezien, evenals de geringe inbreng van gewone burgers in het politiek-bestuurlijke proces en de uitkomsten ervan. Premier Rutte heeft een voorschotje gegeven op mogelijke veranderingen in die cultuur. Zijn suggesties zijn, meent Doekle Terpstra (Opinie, 17 mei), radicaal en zelfs riskant: het poldermodel is in gevaar!

In dat poldermodel staat breed overleg met vele betrokkenen centraal. Veelal buiten het bereik van microfoons of zicht van camera’s, vaak stroef en stroperig en meestal leidend tot beleidsmatige compromissen met niet zelden een hoog vlees-noch-visgehalte. Niet toevallig zijn dat nu net de aspecten die ook de huidige bestuurscultuur kenmerken, die volgens velen dringend tegen het licht moet worden gehouden. En ja, er zijn goede redenen om die cultuur, en het polderen in het bijzonder, kritisch te bezien.

Primaat van de politiek

Enigszins snerend merkt Terpstra op dat de vitaliteit van de Nederlandse democratie niet uitsluitend het resultaat is van ‘politieke besluitvorming op de vierkante kilometer in Den Haag’. Dat is waar, maar een heel veel grotere waarheid is dat voor de representatieve democratie die Nederland is, die ene vierkante kilometer van cruciaal belang is.

Daar manifesteert zich, althans voor vele zaken en tot op zekere hoogte, het primaat van de politiek – als het goed is. Daar zijn de democratisch gekozen volksvertegenwoordigers te vinden die voor en namens ons allen gezaghebbende besluiten nemen, en mogen nemen. Waar tevens de uitvoerende macht in beginsel in alle openbaarheid aan democratische controle kan worden onderworpen door verkozenen aan wie die voorname taak is opgedragen. Verkozenen die ook bepalen wat met welke prioriteit na te streven maatschappelijke doelen zijn, en de kaders geven voor nadere besluitvorming en uitvoering.

Terpstra blijkt opmerkelijk bang voor dergelijke democratische politiek, voor eerst het handelen van democratische gelegitimeerde politieke actoren en pas daarna van het maatschappelijke middenveld.

Het poldermodel miskent de wezenskenmerken van democratische politiek en besluitvorming. Niet duidelijk is wie aan tafel zitten, wat hun democratische mandaat is en hoe en aan wie zij zich verantwoorden. Dat er besluiten worden genomen waar Nederland eventueel beter van wordt, het kan zijn. Maar democratie is meer en in wezen allicht anders dan een participatie- en besluitvormingsmechanisme dat uitsluitend op resultaten dient te worden beoordeeld. Een dergelijke zogenoemde legitimering van besluitvorming enkel of primair op basis van output is vanuit democratische optiek erg eenzijdig en gemankeerd.

Bleek mandaat

Democratische politiek en besluitvorming veronderstelt zeker ook dat aan het begin van het proces inbreng is van betrokkenen, en dat zijn dan vaak veel of zelfs alle burgers. We kennen die vorm van inbreng en inspraak: algemene verkiezingen. Het democratische mandaat dat de vele actoren, de roemruchte sociale partners of het maatschappelijk middenveld hebben of claimen te hebben, steekt hoe dan ook buitengewoon bleek af bij het mandaat van gekozen volksvertegenwoordiging. De transparantie in de polder en de controle op de vele polderaars van Nederland is vervolgens buitengewoon zwak ontwikkeld, zo al aanwezig. Door een democratische bril bezien vertoont het poldermodel de trekken van een wangedrocht.

Nog eens heel goed kijken naar de Nederlandse bestuurscultuur kan bepaald geen kwaad. En dat bij die kritische beschouwing het poldermodel als belangrijk onderdeel van het probleem wordt meegenomen, lijkt aanbevelingswaardig. Het vermeend radicale denken van Rutte is vanuit democratisch oogpunt minder een gevaar dan het poldermodel zelf is.

Lees ook:

Rutte ondermijnt het Nederlandse poldermodel

Rutte’s voorstellen voor een nieuwe bestuurscultuur zijn wel radicaal, vindt Doekle Terpstra, voorzitter van Techniek Nederland. Hij zet de aloude dialoog met het maatschappelijk middenveld buitenspel.

Rutte komt niet met radicale nieuwe ideeën, maar omarmt eindelijk kleine veranderingen

Is Mark Rutte erin geslaagd zichzelf te herscheppen? Na het interview bij Nieuwsuur maandagavond moet de conclusie luiden: nog niet echt. De wijzigingen die Rutte voorstelde zijn eerder correcties van politieke gewoontes die langzamerhand uitgroeiden tot politieke problemen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden