Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Nico Dijkshoorn: Ik hoef me niet meer te verstoppen

Opinie

Nico Dijkshoorn (Amsterdam, 1960) is columnist, dichter, schrijver en muzikant. Dankzij zijn internetcolumns brak hij door bij een groter publiek. Sinds 2008 is Dijkshoorn de huisdichter van 'De Wereld Draait Door'. Bij uitgeverij Contact verscheen onlangs zijn boek 'kleine dingen'.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

"Ik ben een totale ketter. De enige bijbel die ik in mijn jeugd heb gezien, lag bij mijn oma thuis. Het huis van mijn oma: de geur van poedel en mottenballen. Mijn ouders met zware tegenzin, dat voelde ik ook wel, in de voorkamer. En ik, met het enige boek dat ze voor mij geschikt achtten, de kinderbijbel, ergens in een hoekje. De superheldenverhalen van Simson en van Kaïn en Abel, die vrat ik wel - waarschijnlijk ook omdat er verder geen reet te beleven was - maar het geloof in God, nee, dat zei mij helemaal niets.

"Zo rond mijn twintigste stapte ik voor het eerst een kerk binnen. Het was in Sarajevo, tijdens een excursie van de lerarenopleiding. Ik dacht: laat ik nu maar meteen een paar van die diensten bijwonen. Ik ging naar een moskee en naar een Grieks-orthodoxe kerk. Ik snap nog steeds niet hoe op een paar vierkante kilometer verschillende geloven kunnen worden beleden. Dus je bent katholiek, je weet zeker dat je het ware geloof hebt gevonden en dan woon je naast een moslim die precies hetzelfde denkt. Dat kan toch niet? Dat hou je alleen maar vol door ervan overtuigd te zijn dat die ander knettergek is.

"Maar goed, ik ben in Sarajevo, ik stap die gebedshuizen binnen en ik word overvallen door een enorm verdrietig gevoel. Al die pracht, al die praal, al dat werk: voor niks! Ik snap de zoektocht naar troost wel - mensen zijn doodsbang, ze hebben een verhaal nodig - maar ik begrijp niet dat ze het dáár denken te vinden. Ik troost mij juist met de gedachte dat het allemaal niets te betekenen heeft. Ik leef tachtig, vijfentachtig jaar, ik probeer zoveel mogelijk liefde te voelen en te geven, en daarna is het afgelopen.

"In zekere zin is het wel ontroerend om te zien hoe gelovigen zich er maar niet bij neer kunnen leggen dat de mens een mislukt evolutionair experiment is."

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

"Verafgoding gaat te ver, maar ik ben zeker een heldenman. Soms doet de eigenaardige situatie zich voor dat iemand die ik bewonder, zich ook voor mij interesseert. Zo bleek Cees Holtkamp (patissier te Amsterdam, AV) - de man die, als een soort Leonardo da Vinci, vijfenveertig jaar lang had gezocht naar de ideale ragout - een enorme fan van mijn werk te zijn. Als wij elkaar ontmoeten, staan we er allebei met een dikke keel bij, ontroerd door het feit dat we in elkaars nabijheid mogen verkeren. Krankzinnig! Hij had me ooit eens uitgenodigd voor een workshop garnalenkroketten maken. Ik had me er drie weken lang op verheugd en toen ik kwam, moest ik Cees echt tot bedaren brengen: 'Jezus, Cees, zo bijzonder is het nou toch ook weer niet dat ik hier ben?' Ik vind het fijn als mensen mijn werk goed vinden, maar ze moeten niet overdrijven. Laat het dwepen maar aan mij over."

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

"Een paar jaar geleden schreef ik op Nu.nl een column naar aanleiding van het feit dat de SGP in Staphorst en omstreken de Dodenherdenking een dag wilde verplaatsen omdat die dat jaar op zondag viel. Ik deed me voor als iemand uit Staphorst en stelde dat Jezus áltijd voorging. Jezus, de kampioen van het lijden. Vergeleken met zijn dood aan het kruis, stelt wegkwijnen in een concentratiekamp helemaal niets voor. Het was een overdrijving die niet erg op prijs werd gesteld. Er is aangifte gedaan, maar van een rechtszaak is het nooit gekomen. Kwetsend? Zal best. Maar met een partij die er pas over gaat nadenken om vrouwen toe te laten bij hun vergaderingen als de subsidie in gevaar dreigt te komen, heb ik geen enkel medelijden."

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

"Een van de grootste genoegens van niet langer in een vast dienstverband werken, is dat ik het verlammende zondagavondgevoel kwijt ben. Hoe goed ik het ook naar mijn zin had bij de bibliotheek: de hele zondag stond in het teken van de maandag. Dan móest ik weer. Het gekke is dat ik de laatste jaren harder werk dan ooit tevoren, maar ik doe nu alleen nog maar leuke dingen. Toen ik net mijn brood met schrijven verdiende, werd ik geïnterviewd door Haarlem Digitale Stad. De journalist vroeg of ik niet bang was dat die creatieve bron ooit op zou drogen. Mijn antwoord stond levensgroot als kop boven het artikel: 'Een writer's block? Daar lach ik om!' Zo denk ik er nog altijd over."

V Eer uw vader en uw moeder

"Nu we het er toch over moeten hebben: ik ben in mijn jeugd niet met complimenten overladen. Ik weet voor honderd procent zeker dat mijn vader niet eens weet wat ik heb gestudeerd. Dat interesseerde hem gewoon geen ene hol. Mijn moeder was iemand die het gezin zo'n beetje bij elkaar hield - voornamelijk door zichzelf weg te cijferen. Alles stond in het teken van honkbal. Honkbal, honkbal, honkbal. Zes keer per week, met z'n allen, naar honkbal. Op een gegeven moment wilde ik niet meer mee. Mijn broer zei laatst: 'God, Nic, dan moet je echt hele weekenden alleen thuis hebben gezeten.' Dat was ook zo.

"Ik hield van literatuur en muziek. Ik was al vrij jong begonnen met schrijven, maar niemand zag mijn passie. Als er al iets over werd gezegd, dan ging dat op z'n Amsterdams: even snel een geintje maken en klaar.

"De klassieke confrontatie met mijn vader vond plaats tijdens een midweek, in zo'n vakantiehuisje. Mijn dochter was net geboren. Ik weet niet meer hoe het was begonnen, maar op een gegeven moment stonden we met de neuzen tegenover elkaar. 'Nee, jij', schreeuwde mijn vader, 'de intellectueel van de familie! Met z'n moeilijke woordjes!' En ik zal waarschijnlijk hebben geroepen dat hij zich voor niemand interesseerde, behalve voor zichzelf. Toen al die opgekropte ellende eruit was gegooid, spraken we af om het nooit meer over iets wezenlijks met elkaar te hebben. Dat heeft geholpen. We zagen allebei in dat het een volkomen zinloze onderneming was; hij snapte mij niet en ik begreep geen moer van hem.

"De volgende ochtend hebben we met z'n allen ontbeten en daarna is ieder zijn eigen kant op gegaan. Die hele façade, van de sterke familie die elke zondag gezellig bij elkaar komt, was na die midweek verdwenen. Ik realiseerde mij dat die fijne jeugd maar tot mijn veertiende had geduurd en dat ik, in tegenstelling tot wat ik altijd had gedacht, helemaal niet de allerleukste vader ter wereld had.

"Het rare was: iedereen was stinkjaloers op mij. Zo'n vader wilde iedereen wel hebben. Vrolijke man, altijd gekkigheid. Ik durf mijn hand ervoor in het vuur te steken dat hij nog nooit aan iemand heeft gevraagd: 'Zeg, wat doe jíj eigenlijk?' Zelfs het verplegend personeel van de gesloten afdeling waar hij nu, knetterdement, zit opgesloten, is blij met hem. 'Het is hier nog nooit zo gezellig geweest, meneer Dijkshoorn.' Hoe weerloos die man ook is, je ziet nog altijd die kern; hoe hij mensen voor zich inneemt, zonder er iets voor terug te doen.

"Ik ga een boek over hem schrijven, een eerlijk boek over de relatie met mijn vader. Het wordt geen afrekening, maar ik hoop ook niet op verlossing. Het hoeft niet ingepakt en opgeborgen te worden; ik zit er middenin. Misschien wil ik proberen uit te leggen hoe het komt dat ik zelden bij hem langsga, hoe het komt dat ik er geen zin in heb om daar te gaan zitten alsof het me werkelijk iets doet. Wat is er tussen ons gebeurd? Het schrijven van dat boek wordt in die zin ook voor mij een spannende onderneming. Ik wil het graag weten.

"Mijn moeder heeft nogal wat te verstouwen gehad. Ze heeft de man die op het laatst dacht dat hij in een pizzeria woonde, letterlijk het huis uit zien worden gedragen. Ik heb haar nog wel wat te vragen - waarom ze nooit dit had gedaan, of dat heeft gezegd - maar ze is veel te zenuwachtig en ik wil haar niet belasten met mijn verhaal. Mijn moeder is de vrouw van mijn vader; ik kan haar niet zien als een individu. Ik denk dat ik wel van haar houd en zij houdt ook van mij, maar over de liefde van mijn vader ben ik minder zeker. Hij heeft wel eens gezegd dat hij trots op me is, geloof ik. Als er liefde was, heeft hij wel verdomd goed zijn best gedaan om er niets van te laten merken."

VI Gij zult niet doodslaan

"Ik zou, als ik nu voor de keuze stond, weer militaire dienst weigeren. Ik vind de deelname aan die oorlog in Libië schandalig. Tijdens de Provinciale Statenverkiezingen van onze bananenrepubliek spitste het debat zich toe op het gelul over hoofddoekjes, in het bijzonder de hoofddoekjes die mogelijk in het openbaar vervoer te Noord-Holland worden gedragen, maar internationaal willen we ook een partijtje meeblazen! Wij sturen onze F16's! Je zag het al toen Balkenende in The Oval Office werd ontvangen: Bush wist nog net dat die nederige dwerg niet een of andere ambtenaar uit Noorwegen was! Dat is de club waar we kennelijk bij willen horen: eerst wapens verkopen en vervolgens de dictator verdrijven. Joris Luyendijk zei het laatst heel treffend in een documentaire over het Midden-Oosten. Toen de pleuris uitbrak in Egypte en Moebarak in de problemen kwam, dachten ze in het Westen: daar gaat ons mannetje! En nu juichen we mee met het volk dat eindelijk van haar onderdrukker is verlost.

"Ik hoorde iemand op de radio een interessante vraag stellen: als straks de Kadafi-aanhangers in Tripoli in het nauw gedreven worden en een slachting dreigt, zullen we dan die mensen óók te hulp schieten? Ik denk het niet. Dat is de hypocrisie van Nederland in een notedopje."

VII Gij zult niet echtbreken

"Ongeveer zeven jaar geleden merkte ik dat we 's avonds als broer en zus op de bank zaten. Orlanda, die als verpleegster op de eerste hulp van een ziekenhuis in Amsterdam werkt, kwam steeds vaker moe thuis van haar werk en ik begon mij in die tijd te verliezen in de schrijverij. Ik werd zo'n mannetje dat altijd op zolder zat te werken. Op een dag wist ik dat ik zo niet door wilde gaan met mijn leven. Dat kon ik mijn gezin ook niet aandoen.

"Na een paar maanden piekeren, heb ik de beslissing genomen om weg te gaan. Voor Orlanda kwam het als een verrassing, maar we waren het er allebei toch snel over eens: het was beter zo. Ik betrok een gemeubileerde flat, zoals je ze alleen nog in Duitse pornofilms ziet, en voelde me behoorlijk verdrietig. De kinderen waren tien en acht. Ze kwamen vaak langs, maar het was duidelijk dat ze mij heel erg misten. Ik heb een paar keer op het punt gestaan om alles terug te draaien, maar ik heb doorgezet. Het is bizar om te zien wat ik in die tijd, toen er van alles door mijn leven raasde, heb geproduceerd; het was echt de start van mijn carrière als kunstenaar.

"Het mooie is dat Orlanda en ik nu een veel intensiever contact met elkaar hebben dan tijdens ons huwelijk. We hebben veel meer oog voor elkaar, voor wat de ander beweegt. Het is niet zo belangrijk, maar toch: Orlanda kan ook goed opschieten met Tanja, mijn vriendin.

"Ik kende Tanja al langer, maar toen ik alleen ging wonen, kregen we de kans om verliefd op elkaar te worden. Ik ben er zonder reserve aan begonnen. Ik denk niet dat wij snel in zo'n broer-zusverhouding terecht zullen komen, maar ik moet wel iets anders oplossen: hoe we om moeten gaan met mijn bekendheid. Zes jaar geleden vroeg iedereen zich nog wie de grijze, kale duif was naast Tanja, maar nu komt Nico Dijkshoorn binnen met zijn vrouwtje. Bij feestjes en partijen is Tanja een tijdbom. Ze houdt niet van pretenties en gaat onmiddellijk lopen fucken. Het is voor haar heel lastig om niet als een autonoom iemand te worden gezien. Ik bedoel het echt niet arrogant, maar met haar door een stad in het buitenland te lopen, waar niemand mij kent, is voor ons allebei een verademing."

VIII Gij zult niet stelen

"Vroeger parkeerde de groenteboer 's avonds altijd zijn container vol groenten - bedoeld voor de volgende ochtend - bij ons voor de flat. Dan hielden wij, een stuk of tien van die tienjarige jochies, ons schuil in een garagebox en wachtten we tot het donker was om er iets vanaf te pikken. Op een keer holden we bij die kar vandaan en bekeken we een eindje verderop de buit. Iemand liet een bakje aardbeien zien, ik had een perzik en naast mij stond een gozer met een bloemkool. Een bloemkool! Wat moet je daar nou mee? En hoe ga je dat uitleggen thuis? Ik heb op straat een bloemkool gevonden?

"Ja, sorry, het is een verhaal van niks, maar ik vond het een volkomen surrealistische trip en ik moet er nog steeds om lachen. Maar eh... stelen, nee, dat doe ik natuurlijk niet. Ik denk dat ik de laatste man in Nederland ben die iedere keer weer vrolijk zeventien euro voor een cd betaalt. Ik vind dat artiesten beloond moeten worden voor de dingen die ze hebben gemaakt."

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

"Het klinkt zwaar, maar het verzinnen van mijn eigen geschiedenis is een van de thema's in mijn werk. Er is nu iets raars ontstaan: in mijn boek 'Kleine dingen' zit een hoofdstuk, dat heet Bakels. Bakels is een karakter uit 'NeonLetters' (satirisch tv-programma, AV), een typetje dat zwelgt in Hollandse nostalgie. Hij laat zijn moeder, zwart op wit, beloven dat ze nooit dood zal gaan. Veel mensen schijnen nu te geloven dat het autobiografisch materiaal is. Kees Jansma - over wie ik niet altijd zulke vrolijke dingen heb geschreven - twitterde hevig ontroerd te zijn door de manier waarop ik over mijn moeder schreef.

"Die verhalen hebben niets met mijn verleden te maken, maar ik geloof wel dat ik, nu het niet zo goed gaat met mijn ouders, allerlei mooie dingen uit mijn jeugd boven water probeer te halen. Ik durf steeds schaamtelozer eerlijk te zijn. Ik hoef me niet meer te verstoppen. Ik stelde mezelf vroeger in stukken altijd voor als een figuur die van alles durfde - terwijl ik zelf overal te schijterig voor was. Ik was iemand die zich extreem onzeker door het leven bewoog. Doordat niemand wist wat ik kon, kreeg ik alle kans om mij onzeker te voelen over die kop en dat lijf van mij. Door mijn bekendheid, vooral op televisie als de huisdichter in 'De Wereld Draait Door', ben ik een ander mens geworden."

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

"Het klinkt een beetje lullig, maar ik heb het gevoel dat het succes mij heel erg wordt gegund. Ik heb the time of my life, laat ik eerlijk zijn. Ik had het al fijn, in de bibliotheek, maar vijf, zes uur schrijven per dag en er nog voor betaald worden ook, daar kan natuurlijk weinig tegenop. Weet je wat mij laatst werd gevraagd? Of ik het Zomerverhaal voor Libelle wilde schrijven! Nou, dan ben je d'r, als schrijver. Echt, ik zit je niet te dollen. Vergeet niet dat ik als een dwarse stukjesschrijver bij Geen Stijl ben begonnen.

"Nee, ik heb geen toekomstplannen. Ik verheug me op projecten die ik heb afgesproken, maar ik weet niet waar ik over drie jaar ben. Ik weet zelfs niet waar ik morgen wil zijn. Ik ben hier. Op dit moment. Zeg, zullen we nog iets drinken? Doe mij maar chardonnay."

de huisdichter van 'De Wereld Draait Door'. Bij uitgeverij Contact verscheen onlangs zijn boek 'Kleine dingen'.

Deel dit artikel