Column

Nederlanders en hun schaatskoorts: daar snapt een Belg dus niets van

Een medewerker van ijsvereniging STG Rijn-IJssel, repareert de schade aan de ijsvloer van natuurijsbaan 't Kraneveld. Beeld ANP

IJskoorts hoort bij Nederland, maar oogst in het buitenland verbaasde blikken. De Vlaamse student Steven Grumiau, stagiair op de redactie van Trouw, kan zijn verbazing niet op.

Wanneer het kwik een aantal dagen fors onder de nul duikt, blijven wij Belgen graag binnen zitten. De verwarming een tikkeltje hoger. Verder doen verkoudheden hun intrede, het verkeer verloopt chaotisch, en we vragen ons allen af wanneer het nu eindelijk eens gedaan kan zijn… We gooien weleens een sneeuwbal. Meer niet.

In Nederland, echter, wordt er met overtuigd jolijt van de daken gekraaid: “Jippie! Zo dadelijk kunnen we schaatsen op écht ijs!”

Schaatswinkels lopen storm, skivakanties worden geannuleerd, overal wordt er gefluisterd en gehoopt… Schaatskoorts. Nooit van gehoord. Zelfs voetbalvelden worden omgevormd tot schaatsbanen. Erg spitsvondig, maar hoe verzinnen jullie het! En met voetbal is Nederland ook altijd al net even iets fanatieker dan ons geweest, eufemistisch uitgedrukt. De Elfstedentocht en kwalitatief Nederlands voetbal, het is al weer even geleden.

Protagonisten

Zelfs het Olympisch Stadion in Amsterdam is omgevormd in een schaatsbaan: “De Coolste baan van Nederland”. Het is nog vroeg, maar jong en oud drommen al het stadion binnen. Bezoekers worden onthaald in een donkere kamer waar een epische stem hen vertelt hoe Jaap Eden exact 125 jaar geleden het wereldkampioenschap schaatsen won. Wat verder, in een tunnel naar de schaatsbaan, brengt een onvermoeibare commentator verslag uit van een schaatswedstrijd waarin Nederlandse helden de protagonisten spelen.

In België wordt niet veel geschaatst. Het klinkt eerder als een excuus om bij een tweede date #metoo-praktijken uit te oefenen op je partner, in het geval zij wankelt of valt.

Licht aan het einde van de tunnel: een lieflijk tafereeltje. Op een funky bassline schaatsen kinderen hand in hand idyllisch rondjes, terwijl meer geoefende schaatsers links van hen voorbij zoeven. Met fonkelende ogen stoppen mensen gretig de voeten in hun schaatsen. Anderen zijn al aan een versnapering toe.

IJsmeester

Bobbie Morel, uit een dorpje in Noord-Holland, vertelt dat er al zeven van zijn buurdorpen schaatsbanen aan het voorbereiden zijn. “We gooien er wat water op, en dan hopen dat het koud genoeg wordt. ’s Avonds kijkt iedereen of er geschaatst kan worden. Dat wordt dan eerst getest door een ijsmeester.” IJsmeester, wat een stoere job. Nu mag hij eindelijk aan de bak. Wat doet die man dan voor de rest van het jaar? “Nou ja, dat weet ik niet. Ik ben geen ijsmeester”, luidt zijn antwoord.

In het Olympisch stadion wordt niet gesproken van schaatskoorts, dan wel over een schaatscultuur: Sommige bezoekers mijmeren over hoe ze als kleine jongen droomden dat ze ooit zouden kunnen schaatsen op de grachten. En ook dat als het weerbericht vier dagen vrieskou voorspelt, er een vonkje vertrouwen in hen ontspringt. Een stille droom.

Kinderlijk enthousiasme, nostalgie, liefde, hoop en plezier: is dit dan schaatskoorts? Wat mooi.

Spreken jullie ook van voetbalkoorts dan? Want die ziekte hebben jullie ongetwijfeld idem dito. Hadden wij dat in België maar wat meer. Dit ijzige geluk gunnen wij Belgen de Nederlanders wel hoor. Zeker omdat we hen niet zullen zien op het WK deze zomer. Supporteren jullie dan voor ons?  

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden