ColumnHans Goslinga

Nederland is nog niet ‘het land waar vrouwen willen wonen’

Nederland wacht nog altijd op de eerste vrouwelijke minister-president. De verovering van het Torentje door een vrouw zou het ‘glazen plafond’ definitief kunnen verbrijzelen en het testbeeld van politiek Den Haag als wereld waarin mannen toch nog altijd het laatste woord hebben, voorgoed kunnen veranderen.

Ondenkbaar is het niet meer, nu in omringende landen een vrouw op de hoogste machtspositie normaal is geworden. Maar Nederland loopt op dit vlak achter en is met de keuze voor Jan van Zanen als burgemeester van Den Haag misschien zelfs weer wat teruggeworpen. Joke Smit, na de culturele revolutie in de jaren zestig een van de voorgangsters in de tweede emancipatiegolf, zei destijds dat voor vrouwen in Nederland alles 77 jaar later gebeurt. Dat was geen overdrijving.

In de Tweede Kamer is het aantal vrouwen nooit veel verder gekomen dan een derde, sinds de socialistische onderwijzeres Suze Groeneweg in 1918 als eerste representant van haar sekse binnenkwam. Al veelzeggend is dat dit feit in de grote parlementaire geschiedwerken onvermeld blijft, niet alleen in ‘Het jongste verleden’ van Pieter Oud, maar ook in ‘De eerste honderdvijftig jaar’ van Joop van den Berg en Jan Vis.

Vrouwen waren decoratief of hellevegen

Oud, destijds vrijzinnig Kamerlid, na de oorlog mede-oprichter van de VVD, omschreef Groeneweg later als ‘geen katje om zonder handschoenen aan te pakken’. Het was het type cliché dat vrouwen in de politiek lang is blijven achtervolgen. Zij werden ofwel gezien als moederlijk of decoratief, ofwel als pinnen en hellevegen. Een PvdA-Kamerlid omschreef ten tijde van de culturele revolutie een vrouwelijke collega als ‘een haaibaai’, eraan toevoegend: “Maar ze kan wel wat”. Oud verwelkomde als VVD-fractieleider in 1956 de eerste vrouwelijke minister, de katholieke Marga Klompé, als ‘een fleurige bloem’.

In weerwil van het beeld hebben vrouwen in hun strijd voor gelijkheid minstens zoveel te danken aan de christelijke politici als aan degenen die zich als progressief beschouwden of borstkloppend als ‘kinderen van de Verlichting’. De rooms-rode kabinetten-Drees hieven voor gehuwde vrouwen de juridische handelingsonbekwaamheid op, alsmede het verbod op werken als ambtenaar. Onder het christelijk-liberale kabinet-De Jong werd echtscheiden gemakkelijker en kwam een eind aan de wetsbepaling dat de man ‘het hoofd der echtvereniging’ is. Het kabinet-Van Agt/Wiegel van CDA en VVD maakte abortus mogelijk.

Met die bevoogding, de christelijke politiek dikwijls in de schoenen geschoven, viel het nogal mee. Het kabinet-Den Uyl, dat bekendstaat als ‘het meest progressieve kabinet van de eeuw’ telde met Irene Vorrink één bewindsvrouw. Het daarop volgende kabinet-Van Agt/Wiegel, dat als een conservatieve reactie gold, telde vijf vrouwen en de eerste staatssecretaris voor emancipatie. Maar hard gaan veranderingen hier niet. Nederland mag een liberaal land zijn, zoals VVD-fractieleider Dijkhoff twee jaar terug uitriep, het is nog altijd niet ‘het land waar vrouwen willen wonen’, zoals de titel van een befaamd gedicht van Joke Smit luidde.

Een opzichtige correctie op de misgreep met Krikke

Het gaat hier om een cultuurkwestie en cultuur is een afspiegeling van de machtsverhoudingen. Het veroveren van macht gaat dus niet van een leien dakje, omdat de keerzijde machtsverlies is. Dat verklaart voor een deel de weerstand die vrouwen op hoge posten ondervinden, zoals Femke Halsema als burgemeester van Amsterdam kan getuigen. Als het hen niet lukt met adequaat optreden gezag op te bouwen, is het vroeg of laat gedaan en zijn fluistercampagnes de voorbode van een onvermijdelijke val, zoals het geval was bij Anouchka van Miltenburg (Kamervoorzitter) en Pauline Krikke (burgemeester van Den Haag).

Het zegt iets over de stille machtsstrijd tussen de seksen, dat in Den Haag twee oudere en wijzer geachte mannen, Johan Remkes en Jan van Zanen, zijn ingezet als opzichtige correctie op de misgreep met Krikke. Je hoorde in de afgelopen weken dat de stad een ‘stevige’ burgemeester nodig had. Dat had natuurlijk ook een vrouw kunnen zijn (Hennis, Spies, Van Bijsterveldt), maar het werd een man. Slag verloren voor de vrouwen.

Welbeschouwd is die (terug)slag ernstiger indien deze keuze uit een reflex is voortgekomen. In dat geval geldt de man kennelijk nog altijd, diep in de culturele genen, als laatste robuuste ankerplaats. Hoe dan ook is dat het beeld. In Duitsland is een vrouw op het hoogste ambt een zekerheid, in Nederland een risico. De eerste, behoedzame conclusie moet zijn dat het vooruitzicht van een vrouw in het Torentje niet is verbeterd. De tweede conclusie is dat de VVD ver is afgedreven van haar liberale voorvader Sam van Houten, de man van het Kinderwetje, die al meer dan een eeuw geleden wilde afrekenen met de wet en de geest ‘die de man overal en in alles laat overheersen’.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden