null

OpinieOnderwereld

Nederland is nog geen narcostaat, maar daadkracht tegen drugscriminelen is nodig

Drugsoverlast beheersbaar houden wordt steeds moeilijker, aldus Toine Spapens. Ook met 500 miljoen euro extra verandert dat niet snel.

Toine Spapens

De Nederlandse drugsonderwereld lijkt steeds schaamtelozer te werk te gaan. De recente moord op Peter R. de Vries en die in 2019 op advocaat Derk Wiersum laten zien dat het geweld zich niet langer beperkt tot collega-criminelen, maar zich ook richt op relatieve buitenstaanders.

Liever luisteren? Onze collega's van Blendle spraken dit artikel voor u in.

Eerder al werden moordaanslagen gepleegd op familieleden van het eigenlijke doelwit, of werden burgers slachtoffer van vergismoorden. Ook andere onschuldigen, zoals medewerkers van een fruitbedrijf in Hedel waar in 2019 een partij cocaïne werd ontdekt, werden slachtoffer van aanslagen.

Dergelijke gebeurtenissen schokken de samenleving en de vraag is of Nederland aan het veranderen is in een narcostaat waar criminelen de dienst uitmaken. Zover is het nog niet, maar zorgen zijn er wel.

Draaischijf voor verdovende middelen

Nederland staat al lang te boek als draaischijf voor verdovende middelen. We zijn een productieland van synthetische drugs en cannabis, terwijl grote partijen cocaïne via Nederlandse en Belgische havens Europa binnenkomen. Het overgrote deel wordt geëxporteerd of doorgevoerd.

Het wekt geen verbazing dat daarop vanuit het buitenland forse kritiek is, hoewel die doorgaans niet in het openbaar wordt geuit. Tegelijkertijd komt het de buitenlandse autoriteiten goed uit dat ‘hun’ drugsdealers gemakkelijker in Nederland terechtkunnen dan de productie of import uit de bronlanden in eigen land te moeten opzetten. Een kleine dealer op het Europese continent kan eenvoudiger een wekelijkse boodschappenlijst van verschillende soorten verdovende middelen bestellen bij een Nederlandse tussenpersoon, die vervolgens per koerier wordt bezorgd. Met smokkel via postpakketten kan de rest van de wereld worden bediend.

Ongestraft geweld gebruiken

Het begrip ‘narcostaat’ wordt doorgaans gereserveerd voor situaties waarin de overheid niet meer in staat is effectief gezag uit te oefenen, vaak vanwege corruptie, maar ook omdat de bevolking geen vertrouwen meer heeft in de rechtshandhaving. In zulke omstandigheden kunnen criminelen vrijwel ongestraft geweld gebruiken.

In Nederland verloopt in normale omstandigheden de drugshandel in relatieve stilte. Er breekt weleens een ‘zakelijk’ conflict uit over de kwaliteit van de waar, vanwege diefstal of het simpelweg niet leveren, maar dat leidt meestal niet meteen tot moord en doodslag. De handel is immers niet gebaat bij al te veel aandacht van de overheid en geweld is juist dé manier om die aandacht te trekken.

Is er in dat licht wat veranderd? De kopstukken uit de ‘traditionele’ drugsonderwereld hadden vaak een achtergrond in de (schimmige) handel, bijvoorbeeld in tweedehands auto’s of, zoals wijlen Charles Zwolsman, in bloemen. Zij waren eraan gewend zakelijke conflicten zoveel mogelijk in der minne te schikken, of het verlies te nemen en een onbetrouwbare zakenpartner voortaan te mijden.

Doorgegroeid vanuit de kleinhandel

De leden van wat we de laatste jaren de mocro-maffia zijn gaan noemen, feitelijk een crimineel netwerk waarin allerlei nationaliteiten en etniciteiten te vinden zijn, hebben een andere achtergrond. Zij zijn veelal doorgegroeid vanuit de kleinhandel, zijn begonnen als drugsrunner of waren eerder doende met het plegen van diefstallen of overvallen. Zij brengen een straatmentaliteit mee waarin elke vorm van ‘disrespect’, ook door ondergeschikten, moet worden afgestraft om de eigen reputatie te beschermen.

Voor een groothandelaar in drugs is het op deze manier omgaan met conflicten op lange termijn echter niet handig. Een aantal jaren geleden waren er bijvoorbeeld al signalen dat cocaïne-inkopers van de Italiaanse ’ndrangheta niet meer met de mocro-maffia wilden samenwerken, vanwege het ongecontroleerde geweld en hun onbetrouwbaarheid.

Ook een Brabantse drugshandelaar had er zijn bekomst van om met de ‘sprinkhanen’, zoals hij ze noemde, zaken te doen. Liquidaties komen vaak in golven en zijn vaak terug te voeren op een beperkt aantal onderwereldfiguren die zichzelf niet meer in de hand hebben, of op een ruzie tussen groepen die leidt tot wraak over en weer. Of het extreme geweld tijdelijk is, of te maken heeft met blijvende veranderingen in de drugsonderwereld, valt dus nog niet te voorspellen.

Beheersbaar houden

De Nederlandse overheid heeft nooit de illusie gehad dat drugsgebruik en de bijbehorende handel volledig uit te bannen zijn. Het beleid richtte zich dan ook op het beheersbaar houden van de negatieve gevolgen wat betreft volksgezondheid, criminaliteit en overlast. Uit een recent onderzoek dat ik samen met collega’s van DSP-groep heb uitgevoerd, blijkt dat professionals uit de opsporingswereld er inmiddels aan twijfelen of het doel van beheersing nog wordt gehaald.

De zorgen gaan vooral over het geweld in de onderwereld en het geld dat met drugs-criminaliteit wordt verdiend, dat merkbaar zijn weg vindt in de samenleving. Maar ook het gemak waarmee jongeren uit bepaalde wijken lijken te kiezen voor een drugscarrière krijgt steeds meer aandacht.

‘Muren van stilzwijgen’

De overheid kan die problemen niet oplossen met enkel ‘oprollen, afpakken en voorkomen van instroom’, zoals demissionair minister Grapperhaus het uitdrukte. Er zal ook moeten worden gewerkt aan het vergroten van de maatschappelijke weerbaarheid. De Siciliaanse maffia kon pas effectief worden ingedamd toen de Italiaanse overheid zichtbaar begon in te grijpen en er een einde kwam aan de, in de woorden van collega-hoogleraar Henk van de Bunt, ‘muren van stilzwijgen.’ Kortom, burgers verwachten dat de autoriteiten hun tanden laten zien.

In de laatste 25 jaar heeft de Nederlandse overheid meer met woorden dan met daden geprobeerd de drugscriminaliteit te bestrijden. Pas vanaf 2019 is substantieel financieel geïnvesteerd in de aanpak van het probleem. Het demissionaire kabinet heeft voor het komend jaar nog eens 500 miljoen euro extra vrijgemaakt. Dat geld is hard nodig, maar er moet niet worden verwacht dat er op korte termijn al een omslag mee kan worden bereikt. Wat in vijftig jaar is gegroeid valt helaas niet in vijf jaar om te draaien.

Lees ook:

Is Nederland echt een narcostaat? ‘Men heeft het veel te ver laten komen’

Steeds vaker valt de term ‘narcostaat’in relatie tot de ontwikkeling van drugscriminaliteit in Nederland. Wat wil dat zeggen?

Peter R. de Vries (1956-2021): De onderste steen boven, researchen, blijven zoeken

Misdaadverslaggever Peter R. de Vries is donderdag overleden. Dat laat zijn zoon weten. Hij is 64 jaar geworden en gold decennialang als een onverschrokken icoon van de Nederlandse misdaadjournalistiek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden