Natuurlijk wel een nertsenfokverbod

Deze nertsenkooien zijn niet 30 maar 60 centimeter breed. (ANP)

Dat de vleesindustrie een groot probleem is, hoeft niet te betekenen dat je de bontindustrie maar laat zitten.

De ethicus Alexander von Schmid betoogde vorige week in Trouw dat er in Nederland geen nertsenfokverbod hoeft te komen. De reden? De productie van dieren voor vlees is een veel groter probleem. Dat dient éérst opgelost te worden.

We zouden dit het ’er-is-nog-iets-veel-belangrijkers-argument’ kunnen noemen. Het wordt vaak gehanteerd om mensen die pleiten voor het opheffen van een maatschappelijke misstand in de wielen te rijden. Diegenen die het hanteren, gaan overigens aan die andere misstanden ook niets doen. Het feitelijke gevolg van het gebruik van het argument is daarom dat er helemaal niets hoeft te gebeuren. De wantoestanden kunnen gewoon voortwoekeren. Maar afgezien van de morele verlamming die het argument in de hand werkt is er nog iets anders. Von Schmid geeft ook de feiten niet goed weer. Wat is er wel aan de hand?

In Nederland zitten op dit moment 4,5 miljoen nertsen opgesloten in kleine, draadgazen kooitjes van 85 bij 30 bij 45 centimeter. Het gaat hier om van nature solitaire, niet-gedomesticeerde roofdiertjes die in het wild een waterrijk territorium hebben van 1 tot 5 vierkante kilometer. Volgende maand worden zij, op een leeftijd van zeven tot acht maanden, gedood. Tegelijkertijd is in de Nederlandse wet de ’intrinsieke waarde’ van het dier vastgelegd. Dat betekent dat je het welzijn van een dier niet mag aantasten, tenzij je daar goede reden toe hebt. Bij de nertsen ontbreekt die goede reden. In de eenentwintigste eeuw kunnen we uitstekend zonder bont. Hiervoor geldt hetzelfde als voor dierproeven ten behoeve van cosmetica. Onnodig en het dient te worden beëindigd.

Tot zover is overigens Von Schmid het met ons eens. Maar dan slaat hij twee merkwaardige wegen in. Ervan uitgaand dat idealiter wereldwijd alle nertsenfokkerijen gesloten moeten worden betoogt hij vervolgens dat het sluiten van de nertsenfokkerijen in Nederland die situatie niet dichterbij brengt. Dat is een rare gedachte. Ze gaat uit van de naïeve norm dat we alleen een misstand in Nederland kunnen opheffen als daarmee tegelijkertijd die misstand in de rest van de wereld zou worden opgeheven. Vrouwenkiesrecht in Nederland? Hoeft niet, want de vrouwen hebben dat recht ook nog niet in Saoedi-Arabië. Pleiten voor de afschaffing van de slavernij? Niet nodig, want dat helpt niet wereldwijd. IJveren voor een goede gezondheidszorg in dit land? Zinloos zolang nog mensen sterven in Afrika.

Bovendien zullen Nederlandse Kamerleden geen schijn van kans maken wanneer zij pleiten voor een wereldwijd verbod. Zij gaan niet over de wereld, maar over Nederland. Wie ’werkelijk iets voor de nertsen’ wil doen moet het zo dus niet aanpakken. Willen we van dit dierenleed af, dan zullen we dat stap voor stap moeten doen. In Engeland, Oostenrijk en Kroatië is al een nertsenfokverbod tot stand gekomen, net als in sommige Duitse deelstaten. In andere landen wordt er druk aan gewerkt. Von Schmid spreekt over een ’paar productiebedrijven’ maar juist Nederland, als derde grootste producent van nertsenbont ter wereld, kan aan die beweging een enorme impuls geven. Je kunt het ook omgekeerd bekijken. Hoe kan het openhouden van Nederlandse nertsenfokkerijen wereldwijde sluiting van nertsenfokkerijen ook maar een millimeter dichterbij brengen?

De tweede fout die Von Schmid maakt is zijn constatering dat de vleesindustrie een veel groter probleem is dan de bontindustrie. Hij pleit daarom voor een grote anti-vleescampagne. Nu is de vleesindustrie inderdaad een groot probleem en wereldwijd bestaan er allerlei anti-vleescampagnes. Maar je kunt het ene doen zonder het andere te laten. Dat het ene een numeriek kleiner probleem is dan het ander, wil niet zeggen dat het achter in de rij moet aansluiten om op te lossen. Op die manier kan er nooit een probleem worden aangepakt, omdat er altijd wel een ander probleem te vinden is dat nog groter en belangrijker is. Dat is het gemakkelijkste excuus om maar helemaal niets te doen.

In werkelijkheid is er niets op tegen verschillende problemen tegelijkertijd aan te pakken. Sterker, in de praktijk blijkt er meer dan eens iets voor te zeggen om relatief kleine problemen eerst aan te pakken omdat die relatief eenvoudig op te lossen zijn. In Nederland is de bontindustrie zo’n relatief eenvoudig probleem. Bont wordt in Nederland door slechts 1,5 procent van de bevolking gedragen. Opinieonderzoek van een stoet onafhankelijke onderzoeksbureaus wijst uit dat de laatste decennia driekwart van de Nederlandse bevolking voor een nertsenfokverbod is.

De Nederlandse volksvertegenwoordigers zijn reëel genoeg om tot een redelijke regeling voor de nertsenfokkers te komen zodat zij op een alternatieve wijze in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Zodra Nederland de nertsenfokkerij heeft verboden heeft het bovendien recht van spreken in internationale gremia ook een verbod te bepleiten. Laten we het daarom doen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden