null Beeld

ColumnNelleke Noordervliet

Natuur in Nederland? Herten, wolven en vossen hebben hier Google Maps nodig om de weg te vinden

‘En dan, wat is natuur nog in dit land’, verzuchtte de dichter J.C. Bloem. ‘Een stukje bos ter grootte van een krant, een heuvel met wat villaa­tjes ertegen.’

Wie zijn vakantie doorbracht in de Poolse oerbossen of een ruig deel van de Alpen en in Nederland terugkeert, stemt in met Bloem. We hebben geen ongetemde natuur. Het ideaal om dieren een aaneengesloten natuurgebied van de Oostvaardersplassen tot diep in Duitsland te geven, is in het volgebouwde Nederland een utopie. Herten, wolven en vossen hebben Google Maps nodig om de weg te vinden over alle smalle wildviaducten waaronder snel­wegen razen.

Alles is omheind en gereguleerd, alles is park. Dat schept problemen. De in de duinen opgesloten damherten vreten de boel kaal en laten alleen giftige planten staan. Hoezo, biodiversiteit? De wens om de natuur te beschermen en zo veel mogelijk ­terug te brengen naar een oorspronkelijke staat is een loffelijk streven.

Maar wat is ‘oorspronkelijke’ staat, en kan de natuur dat helemaal zelf? Botst ze niet radeloos tegen grenzen aan? Moeten we haar helpen? Zo ja, hoe? En wat doen we dan met woningbouw en economische activiteiten? Dat was altijd al een moeilijke vraag en nu is daar het stikstofprobleem bijgekomen.

De agrarische activiteiten moeten weg

De provincie Noord-Holland wil in Kennemerland iets aan het duingebied doen. Het is een bijzonder stuk natuur voor waterwinning en recreatie. Aan de rand ervan wordt ook gewoond. En sinds eeuwen zijn er wat agrarische activiteiten. Dat maakt het landschap daar aantrekkelijk. Gevarieerd duin en bos, stukjes moeras, afgegeeste grond waarop een bollenboer een paar rijen tulpen kweekt, een handvol koeien op een wei, een prachtig landgoed, schapen hier en daar, paarden, wandelgebied, de villaatjes van Bloem. De provincie wil meer natuur, dat wil zeggen: de agrarische activiteiten moeten weg.

Het stikstofprobleem kan niet de reden zijn voor het afvoeren van de luttele koeien die er weiden, want het plan is om in het nieuwe natuurgebied grote grazers te plaatsen. Ik denk niet dat je die kunt trainen om hun behoefte te doen in een speciale grotegrazersbeerput. Bovendien komt het grootste deel van de aanwezige stikstof in het duin­gebied uit het buitenland, van zee en van Tata, niet van de activiteiten in het gebied zelf.

Het argument voor nieuwe ­natuur ontgaat me enigszins. Wat voor soort natuur dan precies? Recreatie wordt niet beperkt. De damherten- en vossenstand wordt niet aan banden gelegd. Maar om de plannen door te zetten, zullen degenen die er een – veelal bescheiden – agrarisch bedrijf hebben hoogstwaarschijnlijk worden onteigend. De verhoudingen lijken zoek.

Natuur verandert, landschap verandert

Nederland heeft misschien weinig echte natuur, maar Nederland heeft wel veel landschap. Landschap en natuur zijn niet hetzelfde. Beide kunnen waardevol zijn. Natuur verandert. Landschap verandert.

Ruysdaels zicht op Haarlem vanaf het hoge duin in Bloemendaal is niet meer hetzelfde, al staat de Bavo nog ­altijd prominent aan de horizon. Wie op het Belvedère in Leyduin staat, ziet statige bomen om zich heen en niet meer de zandverstuiving die men zag toen het ­torentje werd gebouwd, toen de blik tot aan de zee reikte en tot aan de Haarlemmermeer. Landschap verandert met de geschiedenis van het gebied en met de natuur, en vertoont er de sporen van.

Het grensgebied tussen duin en veen vertegenwoordigt een cultuurhistorische waarde. Zelfs het Noordzeekanaal – wat een enorme ingreep was in de prachtige doorlopende duinenrij – wil ik beschouwen als een historisch feit, een litteken dat een fraai ­lichaam interessant maakt. Ik zou er niet voor pleiten het ­kanaal te dempen, al wil ik best een petitie tekenen om Tata Steel af te breken.

Het is een precair evenwicht, de verhouding tussen landschap en natuur. Natuur is lang niet ­altijd moreel of esthetisch ‘goed’. Landschap is lang niet altijd ‘fraai’.

In Kennemerland zeg ik: behoud het historische cultuurlandschap, behoud de landgoederen en de weiden en de bollen. Op een vroege herfstmorgen drie paarden roerloos in de grondmist zien staan tegen de donkere duinrand: niets is mooier.

Nelleke Noordervliet (Rotterdam, 1945) schreef meerdere romans, novelles en theaterstukken. In 2018 won ze de Constantijn Huygens-prijs voor haar gehele oeuvre. In haar column in Trouw bespiegelt ze tweewekelijks op de actualiteit. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden