De vraag

Moet Nederland een eigen wildernis hebben?

De Oostvaardersplassen in Flevoland Beeld anp

Wie zich de wildernis voorstelt, krijgt óf angstzweet, óf glanzende ogen. Het staat voor iets dat groter is dan wijzelf, voor een puur gebied zonder menselijke sporen. Voor schoonheid dus, als een wilde tuin, en tegelijk voor gevaar zoals van slangen, beren, of boze heckrundstieren die menen dat toeristen het met hun camera's op de kalfjes gemunt hebben.

Met de Oostvaardersplassen heeft Nederland ook zoiets als een wildernis. Ondanks alle schoonheid toch een zorgenkind. Want hoewel wildernis suggereert dat mensen zich er niet veel mee bemoeien, vraagt het beheer van dat natuurgebied in de Flevopolder toch om forse besluiten. Moeten er heckrunderen afgeschoten worden omdat ze de vlakte kaalvreten?

Moeten er wolven losgelaten worden voor meer natuurlijk evenwicht, zoals Jelle Reumer vandaag voorstelt in zijn rubriek in de Verdieping? Moet er in een strenge winter bijgevoerd worden? Of moeten wij er genoegen mee nemen dat het gebied met de dieren die er nu zijn nu eenmaal een kale vlakte is, een 'oorlogsgebied', zoals lezer Wim Vos uit Westeremden vorige week somber vaststelde.

De vraag van Monic Slingerland
Iedere week stelt Monic Slingerland, chef opinie, een vraag aan de lezers van Trouw.

De Oostvaardersplassen zijn geen oergebied zoals de steppen in Mongolië of het regenwoud op Papoea-Nieuw-Guinea. Het is nieuwe wildernis van nog lang geen eeuw oud. Eerder een wilde tuin, die toch ook onderhoud vergt. Net als een wilde tuin die in een woonwijk een oase van ongereptheid kan zijn, gelden ook voor de Oostvaarderplassen andere wetten en richtlijnen dan voor échte oerwildernis, waar mensen nauwelijks komen en waar mensen gevaar lopen.

Een van die richtlijnen kan zijn, zo legde Trouw-redacteur Leonie Breebaart uit, dat het geen morele wildernis hoeft te zijn (Verdieping, 6 januari). Dat diep in het regenwoud dieren kreperen, daar moeten we nu eenmaal mee leven, maar toekijken hoe in de winter heckrunderen verhongeren, dat gaat misschien te ver. Zo wild hoeft de wildernis in Nederland nu ook weer niet te zijn. Daarom moeten we niet moeilijk doen over menselijk ingrijpen.

Ondanks ons verlangen naar het pure van de wildernis hangt in Nederland het bestaan ervan toch vooral af van menselijke beslissingen. Waar het bij de Oostvaardersplassen om gaat is de vraag of die nieuwe wildernis er vooral is ten gerieve van de mens of dat wij er zijn om dat oergebied zo schoon en zo wild mogelijk te houden, al dan niet met heckrunderen en eventueel de roedel wolven die Jelle Reumer er in gedachten ziet.

Leuk idee, maar dan denk ik niet dat er dan tegelijk ook huisjes moeten komen vanwaaruit families gezellig samen de natuur intrekken. Want dat was het andere idee voor de Oostvaardersplassen: er een natuurpark van maken waar toeristen van kunnen genieten zodat er genoeg geld binnenkomt om die natuur toch te kunnen onderhouden.

Staan de Oostvaardersplassen voor ons menselijke verlangen naar de schoonheid van het rauwe bestaan waar je kippenvel van krijgt?

Moet Nederland een eigen wildernis willen hebben?

Stuur uw reactie van circa 150 woorden uiterlijk dinsdag 12 uur naar lezers@trouw.nl, voorzien van naam en adres. Een keuze uit de antwoorden verschijnt woensdag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden