null Beeld
Beeld

ColumnJames Kennedy

Moet Hugo de Jonge aangifte doen of niet?

James Kennedy

Twitteren dat de galg voor Hugo de Jonge klaarstaat, het tekenen van een galg waaraan Sharon Dijksma hangt, het laat zien dat er ook in Nederland zieke geesten zijn die zich niet goed kunnen bedwingen. Beide politici zullen aangifte doen omdat ze deze acties zien als bedreigend.

Dat zou een Amerikaanse politicus niet zo snel kunnen doen. Kentucky-gouverneur Andy Beshear moest vorig jaar met lede ogen toezien hoe een kleine groep demonstranten een figuur naar zijn beeltenis aan de strop hing in de boom voor zijn huis. Deze vurige aanhangers van vrij wapenbezit hadden zich luidkeels verzet tegen de coronamaatregelen van Beshear en wilden hiermee hun gram halen. Aangifte doen was niet mogelijk, want er waren geen wetten overtreden. Wel werd één van de demonstranten direct door zijn werkgever ontslagen toen die hem herkende in de media.

Dit zijn natuurlijk Amerikaanse toestanden. Eerst via eigenrichting de gouverneur veroordelen; vervolgens is het een werkgever – en niet de overheid – die een demonstrant bestraft en de publieke moraal hoog houdt. Maar is het juist om in deze gevallen aangifte te doen of over te gaan tot vervolging? Als Amerikaan heb ik lang gedacht: als politicus moet je het maar leren slikken. Laat anderen het voor je opnemen.

Ruiten aan diggelen

Dat heeft deels te maken met de geschiedenis van mijn eigen land. Je zou kunnen zeggen dat de Amerikaanse onafhankelijkheid is begonnen met de ophanging van een beeltenis. De gegoede burgers van Boston waren in 1765 boos over een nieuwe belastingheffing en lieten dit de man die verantwoordelijk was voor de belastinginning, Andrew Oliver, duidelijk weten. Eerst paradeerden ze met zijn beeltenis door de stad en toen ze bij zijn huis kwamen onthoofdden ze die. Daarna gingen zijn ruiten aan diggelen en werd zijn wijnkelder geplunderd. Hier kwam het volk in opstand tegen tirannie, volgens de betogers. En dat beeld werd onderdeel van de romantiek van de Amerikaanse revolutie.

Met het uitroepen van de onafhankelijkheid werden dit soort demonstraties nog altijd ervaren als noodzakelijk. Beeltenissen van de eerste vier presidenten van de nieuwe republiek werden allemaal verbrand. Het werd menens in 1841, toen aanhangers van John Tyler zich door hem verraden voelden toen hij zijn veto uitsprak over de door hen gewenste nationale bankwet. Zij marcheerden naar het Witte Huis, losten schoten in de lucht, gooiden stenen naar de ruiten en onthoofdden zijn beeltenis voordat ze die in brand staken. Deze keer werd deze actie niet gewaardeerd; de stad Washington kreeg zijn eigen politiemacht.

Ook recente presidenten hebben het moeten ontgelden. Een groot beeld van George Bush junior met brandende broek werd rondgereden door een van de oprichters van Ben & Jerry’s, wat in Amerika betekent dat je hem ontmaskert als leugenaar. Beeltenissen van Barack Obama werden meermaals verbrand en opgehangen. De eerste zwarte president, symbolisch gelyncht. Onvoorstelbaar, maar ook weer niet.

Het verbranden, onthoofden of ophangen van beeltenissen van politici wordt in de laatste decennia door alle partijen veroordeeld als onkies. Toch genieten deze acties bescherming als vrijheid van meningsuiting, als dissent. Je mag in Amerika een foto van de president op een schietschijf zetten, als het blijft bij het uiten van je mening en je in werkelijkheid geen gevaar vormt.

Dunne grens

Ik ben lange tijd voorstander geweest van een zo breed mogelijke definitie van dissent. Maar de Amerikaanse geschiedenis toont dat de grens tussen protest en geweld klein is, en dat in ongenade gevallen personen ook vaak het slachtoffer zijn geworden van grof geweld. Die grens is wellicht nog dunner geworden in de huidige tijd.

In dezelfde maand dat Beshear symbolisch werd opgehangen, werden militieleden in Michigan opgepakt omdat zij plannen hadden gemaakt om hun gouverneur te ontvoeren en te berechten. De bestormers van het Capitool leken ook niet goed te weten wat de grenzen waren tussen dissent en geweld. Daarom lijkt het me goed, ook in Nederland, om die grenzen te verhelderen – door aangifte te doen.

James Kennedy is een Amerikaanse historicus en decaan van het University College Utrecht. In Trouw geeft hij om de week zijn visie op de Nederlandse samenleving. Lees hier meer columns van James Kennedy.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden