null Beeld

ColumnHans Goslinga

Moeilijke formatie? Op dat gebied kan België ons gidsland zijn

Jaap Burger, een robuuste PvdA-politicus in het naoorlogse Nederland, brak als informateur in 1973 bij de gereformeerde ARP in om twee ministers te schaken voor het kabinet-Den Uyl. De ­vorming van dat kabinet ging, vooral dankzij de vermetelheid van Burger, de geschiedenis in als ‘een formatie van een macabere schoonheid’.

Misschien gaan we zo’n inbraak nog eens meemaken, als de formatie niet vlot, bijvoorbeeld om de PvdA te paaien aan een nieuwe coalitie mee te doen en aldus los te wrikken van Groen­Links. Die kans is niet zo groot, maar toch. De linkse partijen bevinden zich in dezelfde deplorabele toestand als destijds de drie christelijke partijen in het midden.

Burger, de man van het adagium ‘Regering regeer’, wist daar voluit van te profiteren. Met zijn inbraak bracht hij zijn voornaamste doel, de vorming van een progressief kabinet-Den Uyl, dichterbij, maar ook zijn tweede doel. Dat was de christelijke partijen uit elkaar te spelen en zo hun streven naar samengaan in een nieuwe machtspartij te breken. Dat doel paste in de linkse strategie de kiezers in het midden tot een keus te dwingen en aldus een tweedeling tot stand te brengen, progressief versus conservatief.

Bolkestein veranderde op slag van een vrijmoedige dualist in een angstige monist

Achteraf is het succes van Burger een pyrrusoverwinning gebleken, al lag dat vooral aan de groeiende overmoed van de PvdA, die katholieken en protestanten naar elkaar dreef en in 1980 resulteerde in het CDA. Het kabinet-Den Uyl was derhalve niet het verhoopte keerpunt in de verhoudingen, maar een bevestiging van het polderkarakter van deze samenleving.

De verbeelding leek in 1973 even aan de macht gekomen, maar verkeerde in de vertrouwde verhoudingen van het driestromenland, waarin het behoudende element vrijwel altijd net wat groter is geweest dan het hervormende. Toen in 1998 sprake was van een volmaakt evenwicht, een uniek moment, transformeerde de liberaal Bolkestein op slag van een vrijmoedige dualist in een angstige monist met de eis in Paars II alles tot ver achter de komma in een regeerakkoord vast te leggen. Een dam tegen de link­se springvloed.

De gedachte aan de formatie van het kabinet-Den Uyl komt niet toevallig op. Het was een kabinet van vijf partijen, waarvan er drie voor een lossere (extraparlementaire) band kozen. Met deze constructie was het mogelijk de dreigende patstelling na de verkiezingen te doorbreken. Dat is de overeenkomst met de huidige situatie, het latente pat. VVD en CDA willen vanuit de constructieve partijen een zo rechts mogelijk coalitie, D66 een zo links mogelijke combinatie, met PvdA en GroenLinks er samen bij.

Er is wel een groot verschil met 1973, het ontbreken van een politiek bezielde dynamiek, voortkomend uit de culturele revolutie in de jaren zestig. In het christelijke midden brak een evangelisch radicalisme door, dat het pessimistische beeld van de mens ­(‘onbekwaam tot enig goed, geneigd tot alle kwaad’) verving door een een optimistisch mensbeeld en een geloof in de maakbaarheid der dingen.

Smalend werd het afgedaan als ‘Buma en de zeven dwergen’

De conservatieve liberaal Bolkestein kon achteraf niet begrijpen waarom uitgerekend in de ARP de Heidelbergse catechismus met een focus op de menselijke ellende ineens had afgedaan. Zo is nu niet goed te begrijpen waarom met de dominantie van de liberalen met hun positieve mensbeeld het wantrouwen aan de macht is ge­komen. Je kunt wel constateren dat de slinger zich van het ene naar het andere uiterste heeft bewogen.

Een halve eeuw terug deed niet de verbeelding een intrede in de ­politiek. Het kabinet-Den Uyl was een vechtkabinet, dat rollend over straat tot de altijd onvermijdelijke compromissen kwam, die overigens niet altijd lelijk waren – het wonder van de Oosterscheldedam bewees het tegendeel. De kabinetten-Rutte trokken zich ver terug in de binnenkamer om de lelijke kanten van het vrije spel der maatschappelijke krachten in ‘dit gave land’ met beeldvorming te bemantelen.

Tekent zich een begaanbare middenweg tussen deze uitersten af? ­Misschien is België deze keer gidsland. Daar kwam vorig jaar een kabinet onder de liberaal De Croo tot stand, dat steunt op een coalitie van zeven partijen. De christendemocraat Buma deed de mogelijkheid van zo’n brede coalitie hier in 2017 smalend af als ‘Buma en de zeven dwergen’. Bij onze zuiderburen is een kabinet op zo’n brede basis (liberaal, christelijk, rood en groen) nu een politieke realiteit, met een glimlach gedoopt als Vivaldi-coalitie vanwege de kleuren van alle vier de jaargetijden. De formatie van dat kabinet duurde 500 dagen. Dat kan korter, als ook hier de vernieuwing wordt gezocht in stijl (openheid, menselijke maat) en samenstelling (evenveel vrouwen als mannen, migrantenkinderen). Het lijkt een beter alternatief dan een ­inbraak of doorgestikt monisme, die al­lebei averechts werkten.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden