Column

Misschien is het de leeftijd, maar ik geloof steeds minder in het fictionele van fictie

Ger Groot.Beeld Trouw

Hoogstens een minuut of vijftien heb ik het uitgehouden bij de film ‘The Death of Stalin’. Genoeg om de bizarre scène te hebben gezien waarmee de film opent.

Stalin hoort op de radio een uitzending van een pianoconcert van Mozart en belt de studio om hem de opname zo snel mogelijk te laten bezorgen. Niemand heeft eraan gedacht de opnameapparatuur aan te zetten. Midden in de nacht wordt het concert daarom overgedaan. De volgende ochtend vindt Stalin de plaatopname, in een oplage van één enkele persing, op zijn bureau.

Niet iedere bespreker van de film lijkt begrepen te hebben dat die scene geen komische overdrijving is. De details mogen extra zijn aangezet, het voorval is historisch. Ik hoorde er jaren geleden van, misschien in een getuigenis van de componist Dmitri Sjostakovitsj. De pianiste van het concert, Maria Yudina, was een medestudente van hem geweest op het conservatorium. Het voorval onderstreept de wrange waarheid dat de geschiedenis een bron kan zijn van anekdotes die geen scenarioschrijver ooit zou hebben durven bedenken.

Dat was niet de reden waarom ik in mijn vliegtuigstoel boven de Atlantische Oceaan besloot ‘The Death of Stalin’ te laten voor wat hij was. De angstcultuur die die achter die tragikomische episode schuil gaat wordt erin wel voelbaar, maar houdt de diabolische werkelijkheid van het stalinisme nog even achter de hand en je kunt er zowaar een beetje om grijnzen.

Kinderspel

Die lach vergaat je snel. In een volgende scene zit Stalin tekent arrestatiebevelen voor wie uit de gratie zijn geraakt. Doodseskaders staan klaar, voorzien van precieze instructies. ‘Schiet eerst haar dood, en zorgt dat hij het ziet,’ zegt een sinistere bureaucraat tegen een van zijn ondergeschikten in het politieke beulsvak. ‘Schiet dan ook hem dood.’

Ook daaraan is geen schrijversfantasie te pas gekomen. In een radio-interview over zijn boek ‘Alles voor het moederland’ vertelde de journalist Michel Krielaars, voormalig correspondent in Rusland, met welk een gedetailleerd sadisme Stalin opdracht gaf voor het liquideren van al dan niet imaginaire tegenstanders. Doodtrappen, eerst martelen dan fusilleren: dat soort glossen van zijn hand werden op de executielijsten teruggevonden. Daarnaast is wat de film laat zien nog kinderspel.

Of niet? Hoeveel diaboliek moet eraan te pas komen om een tegenstander niet alleen uit de weg te laten ruimen, maar hem ook in zijn allerlaatste seconde nog meticuleus het grootste verdriet aan te doen: de opzettelijk getoonde dood van de geliefde? In deze kille opdracht zit alle perversie van het systeem al verborgen. Meer hoef je als kijker niet te weten.

Ik geloof dat ‘The Death of Stalin’ een soort zwarte komedie wil zijn. Aan het slot ervan wordt de kijker met een wrange wending ontnuchterd, zo begreep ik uit deze krant. Ik heb geen idee wat die mag inhouden; de korte scene aan het begin was mij al wrang genoeg. Dat er daarna nog zoiets als een komedie zou kunnen volgen, ging er bij mij niet meer in.

Wrange werkelijkheid

Misschien ben ik overgevoelig geworden. Zelfs om de ergste dingen in de mensengeschiedenis moet je op zijn tijd kunnen lachen, al is het maar om je te bevrijden van de zwarte slagschaduw daarvan. Dat is althans de theorie – en daar zal best wat van aan zijn. Maar ik merk dat ik steeds meer voorbehouden maak. De lach om het heel erge raakt gesmoord in het besef dat alles waarover verhaald kan worden werkelijk zo kan gebeuren en waarschijnlijk al gebeurd is. Ik geloof steeds minder in het fictionele van fictie.

Is dat een aanslag op, of zelfs verraad aan, de verbeeldingskracht zonder welke wij het nu eenmaal niet redden? Dat verwijt ligt voor de hand, maar eerder denk ik dat mijn groeiend onvermogen juist voortkomt uit toenemende verbeeldingskracht: het vlijmende besef dat alles wat bedacht kan worden echt kan zijn, en meestal ís. Dat de wrange werkelijkheid met geen mogelijkheid in fantasie valt te evenaren.

Misschien is het de vorderende leeftijd die een einde maakt aan de illusie dat er zoiets als pure fantasie zou bestaan: een frivoliteit waarmee de levenservaring gaandeweg afrekent. Anders dan het cliché wil vraagt cynisme om de frisse en enigszins naïeve jeugdigheid waarin ook het radicalisme zich thuis voelt - wonderlijk genoeg om dezelfde reden.

Ik ben er geen somberman door geworden; mijn gevoel voor humor ben ik niet kwijt. Maar in mijn vliegtuigstoel zocht ik schielijk een ander soort vermaak. Ik vond het in de nieuwe versie van ‘Blade runner’. Ik was er uren mee zoet – al heb ik er weinig van begrepen.

Ger Groot doceerde filosofie aan de universiteiten van Rotterdam en Nijmegen. Voor Trouw bekijkt hij de actualiteit door een filosofische bril. Lees al zijn columns terug in dit dossier.

Lees ook: Het is ongemakkelijk lachen om 'The death of Stalin'

Er zit humor genoeg in de eigenaardige komedie 'The Death of Stalin', maar vanwege de feitelijke achtergrond twijfel je als kijker of je wel moet lachen. Regisseur Armando Iannucci heeft daar een slimme oplossing voor bedacht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden