OpinieNiet-letale steun
Minister Blok, stop echt met steun aan gewapende strijdgroepen
Als het aan minister Stef Blok van buitenlandse zaken ligt, behoudt Nederland zich het recht voor steun te leveren aan gewapende, niet-statelijke groepen in burgeroorlogen. Foute boel, meent SP-Kamerlid Sadet Karabulut.
Het kabinet leverde van 2015 tot 2018 voor meer dan 25 miljoen euro naar eigen zeggen ‘niet-letale steun’ aan gewapende groepen in Syrië. Die bestond onder meer uit honderden voertuigen, waaronder pick-uptrucks waarop wapentuig gemonteerd kon worden – het favoriete militaire voertuig in de Syrische burgeroorlog. Ook ander geleverd materieel, zoals uniformen, warmte-apparatuur, satelliettelefoons en laptops, werd gebruikt op het strijdtoneel. Dit Nederlandse NLA-programma maakte deel uit van een internationale aanpak. Vanaf 2011, toen de oorlog in Syrië uitbrak, hebben de VS, maar ook een aantal Golfstaten, Turkije en enkele EU-landen voor miljarden euro’s gewapende groepen gesteund, met wapens en ander materieel.
Het is een publiek geheim dat hierbij ook van alles is geleverd aan Al-Qaida en andere jihadisten, vooral door de Golfstaten en Turkije. In deze poging tot omverwerping van het Assad-regime in Syrië gold kennelijk het aloude motto dat de vijand van onze vijand onze vriend is.
Oorlogsmisdaden
De Nederlandse NLA kwam deels ook terecht bij uitermate dubieuze strijdgroepen, zoals Jabhat al-Shamiya en de Sultan Murad Brigade. Beide werden door ngo’s in verband gebracht met mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden. Even bizar als veelzeggend is dat het Openbaar Ministerie Jabhat al-Shamiya omschrijft als een criminele organisatie met terroristisch oogmerk.
Deze, maar ook andere groepen – Nederland steunde er meer dan twintig – maakten zich schuldig aan allerlei misdaden. Zij trokken ook nauw samen op met Al-Qaida en andere jihadistische organisaties, zoals Ahrar al-Sham, die al vroeg na het uitbreken van de Syrische burgeroorlog de dienst uitmaakten op het slagveld en in veroverd gebied.
Onderzoeksjournalistiek
De hier opgesomde informatie – volgens verschillende juristen heel stevige aanwijzingen voor schendingen van fundamentele volkenrechtelijke beginselen – hebben wij nadrukkelijk niet tot onze beschikking dankzij het kabinet. Dat heeft de Tweede Kamer en daarmee de bevolking nooit hierover geïnformeerd. We weten dit alles enkel vanwege doortastend onderzoeksjournalistiek werk van deze krant, in samenwerking met ‘Nieuwsuur’. Was dit werk niet verricht, dan was het NLA-programma waarschijnlijk nog altijd goeddeels geheim.
Het leidt weinig twijfel dat de reden voor deze geheimhouding is dat eerlijke communicatie over het NLA-programma uitvoering ervan simpelweg onmogelijk zou hebben gemaakt. Welke partij zou immers goedkeuring hebben verleend aan een programma ter ondersteuning van oorlogsmisdadigers, mensenrechtenschenders, jihadisten en bondgenoten van Al-Qaida?
Het is vanwege de genoemde journalistieke inspanningen dat we ook weten dat beloften die herhaaldelijk aan het parlement werden gedaan – bijvoorbeeld dat partijen die steun ontvingen geen mensenrechten mochten schenden en niet mochten samenwerken met jihadisten – niet werden nagekomen. Gebroken beloften bleken jarenlang geen enkel bezwaar voor voortzetting van het NLA-programma.
Twee stevige debatten zijn er eind 2018, begin 2019 reeds gevoerd over de leugens, misleiding en bedrog van het kabinet over de Nederlandse inmenging in de Syrische burgeroorlog, beide resulterend in een helaas weggestemde motie van wantrouwen tegen minister Blok.
Muizegaatje
Met een deze zomer gepubliceerd rapport van twee adviesorganen, dat een gretig door de minister omarmd muizegaatje openlaat voor toekomstige NLA-programma’s, hoopt Blok dit hoofdstuk nu achter zich te kunnen laten.
Dat dient de Tweede Kamer niet te laten passeren. De ervaring met het NLA-programma en de leugens daarover richting het parlement zouden aanleiding moeten zijn om dergelijke praktijken in de toekomst niet opnieuw te tolereren.
Daarnaast noopt de soms stevige kritiek op het NLA-programma in Syrië van geleerden met expertise in internationaal recht tot onafhankelijk onderzoek. Dat moet aan het licht brengen in welke mate het volkenrecht in de praktijk is geschonden. Een land als Nederland, dat nota bene in de eigen Grondwet heeft opgenomen dat de regering de ontwikkeling van de internationale rechtsorde bevordert, zou dit tot op de bodem moeten uitzoeken.
Lees ook:
Regering wist tot in detail over de misdaden van Syrische rebellen
De Nederlandse regering was tot in detail op de hoogte van de misdaden die werden begaan door de Syrische rebellenbeweging Jabhat al-Shamiya. Dat blijkt uit een mailwisseling uit 2016 tussen Amnesty International en Buitenlandse Zaken, die is ingezien door Trouw en Nieuwsuur.
De Nederlandse hulp aan Syrië was wel militair van aard
Nederlandse hulpgoederen aan Syrische rebellen zijn wel degelijk militair ingezet. Minister Blok weersprak dit eerder.
Staatsgeheimen over Nederlandse steun aan Syrische rebellen zijn per ongeluk onthuld
Trouw en ‘Nieuwsuur’ onderzochten de afgelopen twee weken alle van de in totaal 1866 pagina’s aan wob-documenten minutieus, en troffen daar opmerkelijke feiten aan. Hoewel de meeste documenten over het steunprogramma in Syrië zijn geweigerd, en het vrijgegeven deel ook nog eens veel zwartgelakte passages bevat, bleken de stukken per ongeluk staatsgeheime informatie te bevatten.