Column Lex Oomkes

Minder hulp kan heilzaam werken voor Kamerleden met kippendrift

De Tweede Kamer onderzoekt de mogelijkheid om op Prinsjesdag een of meer volksvertegenwoordigers niet te laten participeren in alle officiële en minder officiële bijeenkomsten. Het zou niet verbazen als Netflix parlementariërs op dat idee heeft gebracht. Daar loopt een maar niet eindigende serie over een nietsvermoedende minister van huisvesting die als enige niet op het Capitool is tijdens een aanslag die de complete Amerikaanse politieke top het leven kost. Kennelijk moet dit scenario ook hier tot vergaande stappen leiden. Niet ­alleen het kabinet wil ervoor zorgen dat ten minste één minister nog tot regeren in staat is, het parlement neemt zichzelf serieus genoeg om te overwegen hetzelfde te doen.

Het initiatief heeft iets lachwekkends, zeker afgezet tegen de slotwoorden die Kamervoorzitter Khadija Arib haar collega’s bij het begin van het reces meegaf. In minder omfloerste taal kwam het erop neer dat ze haar collega’s verweet hun taak als volksvertegenwoordiger, als medewetgever en als controleur van de uitvoerende macht niet serieus te nemen. Alles draait om die ene goede interventie op Twitter, het juiste filmpje op de ­eigen Facebookpagina, dan wel het citaat in een krant, op radio en/of televisie. Die ene motie of die ene scherpe schriftelijke vraag die aandacht krijgt.

Meer moties = minder effectiviteit

We zijn als Kamerleden bezig elkaar gek te maken, aldus Arib bij haar oproep aan collega’s zich aan een ­kritische zelfreflectie te onderwerpen. Hoe komt het gemiddelde Kamerlid af van de overtuiging politiek alleen te zijn geslaagd als hij breeduit in de media voorkomt? Hier geldt de uit de economie bekende wet van de afnemende meeropbrengst: naarmate het aantal ­moties toeneemt (het afgelopen parlementaire seizoen meer dan vierduizend) neemt de effectiviteit af. Door minder aandacht en door afnemende politieke noodzaak voor bijvoorbeeld een minister om iets met de ­Kameruitspraak te doen.

Het fundamentele probleem is dat het gemiddelde ­Kamerlid van lieverlee is gaan denken dat de samen­leving van hem of haar eist op elk incident te reageren, de minister ter verantwoording te roepen, dan wel een krachtig citaat aan een journalist te geven. De echte controlerende taak, veel minder aansprekend en wellicht niet onmiddellijk leidend tot grote koppen, komt ermee in het gedrang. Het levert de schijnbare tegenstelling op dat een Kamerlid erbovenop zit, maar dat een kabinet vrijwel ongecontroleerd het land bestuurt.

Opwinden over meer incidenten

Meer budget voor ondersteuning, waar de Kamer onlangs per motie (alweer een) om vroeg, lijkt een voor de hand liggende oplossing, maar is dat in deze tijd waarin het gaat om het krijgen van media-aandacht niet. De kans is wellicht groter dat een Kamerlid zich gaat opwinden over nog meer incidenten tegelijkertijd, en dat we uiteindelijk zullen terugverlangen naar de tijd dat er ‘maar’ vierduizend moties werden ingediend. ­Kippendrift wordt niet ingetoomd door meer budget.

De oplossing zit misschien juist in minder ondersteuning. De politiek is meer en meer een technocratisch debat geworden, gericht op mogelijke fouten in het bestuur, en minder een debat over de verdeling van een uit principe schaars budget over met elkaar conflicterende doelen. Kamerleden dwingen zich alleen met die hoofdvragen bezig te houden, zou weleens kunnen betekenen dat het budget nu aan de te hoge kant is.

Lex Oomkes is politiek commentator van Trouw en schrijft wekelijks een column.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden