null

OpinieBestuurscultuur

Minder carrièrepolitici zal een zegen zijn voor Nederlands bestuur

We moeten stoppen met politieke ervaring belangrijker te maken dan die is. Nederland is gebaat bij een meer apolitiek bestuur, landelijk en lokaal, waar deskundigheid een prominente rol krijgt, betoogt Ruben van Twillert, senioradviseur overheid bij Arlande.

Ruben van Twillert

In ons politiek systeem stromen politici met gemak door naar een functie als bestuurder. Vaak is niet expertise of bestuurservaring leidend, maar loyaliteit of een uitkomst van een politieke deal. Met het oog op de formatie en de gemeenteraadsverkiezingen staan we bij de werving van nieuwe bestuurders voor een keuze: vissen uit de vijver van carrièrepolitici, of terug naar het land op zoek naar expertise?

Nog voordat de definitie was opgeschreven, verdween de in Den Haag beloofde nieuwe bestuurscultuur. Opzijgezet door een uitgeblust kabinet dat zich door een opeenstapeling van crises worstelt en daarbij krampachtig een uitgewerkte bestuurscultuur in stand houdt.

Zo ligt er nu een verzoek tot spoedadvies van de Raad van State waarin grondwettelijk getoetst wordt of de drie recent aangestelde demissionaire staatssecretarissen tegelijkertijd hun Kamerlidmaatschap kunnen behouden. Een voor de buitenwereld ogenschijnlijk kleine kwestie, maar wel een fundamentele die ook raakt aan de huidige cultuur. Onderbelicht in de discussie is namelijk de gesloten carrousel van dezelfde Haagse poppetjes die rouleren tussen de rol van politicus en bestuurder.

Het onderscheid is vervaagd

Het zit zo ingebed in de huidige bestuurscultuur dat het onderscheid tussen beide functies vervaagd is. Terwijl het controleren van een regering of college als volksvertegenwoordiger, of besturen en leidinggeven aan een ambtelijk apparaat twee wezenlijk verschillende zaken zijn. Een bestuursfunctie hoort niet het toetje te zijn waar je recht op hebt als je in de fractie elke keer netjes je bord leeg hebt gegeten.

In dat licht moeten we kritisch zijn op het feit dat nieuwe staatssecretarissen met weinig tot geen bestuurservaring na een kort Kamerlidmaatschap doorstomen naar het landsbestuur. Het is een trend van het afgelopen decennium waarbij politieke ervaring, loyaliteit en dienstbaarheid leidend lijken te zijn.

In de lokale politiek heerst eenzelfde patroon. Een rapport van het ministerie van binnenlandse zaken uit 2020 beschrijft lokale politiek als een loopbaan: raadsleden worden wethouders, wethouders worden burgemeester. Overigens met een bittere nasmaak: veel wethouders hebben moeite na hun periode een baan te vinden, vaak juist door de ­afstand tot de arbeidsmarkt.

De opgaven waar we landelijk én lokaal voor staan, eisen autonome bestuurders die worden geselecteerd op onomstreden gerichte expertise en (bestuurs)ervaring. Dat betekent dat we moeten stoppen met politieke ervaring belangrijker te maken dan het is. Dat we de kloof met bedrijfsleven en wetenschap moeten dichten door er kennis en bestuurders vandaan te halen om de kwaliteit van dienstverlening aan burgers te verhogen. Een beduidend meer apolitiek bestuur, landelijk en lokaal, zou Nederland veel goed doen.

Tijd om afscheid te nemen van gewoonten

Dat begint bijvoorbeeld bij het ­afscheid nemen van gewoonten zoals een vereist partijlidmaatschap. Behalve voor meer politiek in het besturen, zorgt partijbelang dat bestuurskandidaten uit een steeds beperkter eigen vijver worden gevist.

Een divers bestuur betekent kunnen kiezen voor partijloze bestuurders met gewenste expertise. Partijlidmaatschap staat overigens nergens als verplicht beschreven in ons staatsrecht. Toch moeten we terug naar 1956 voor de laatste partijloze minister, J.W. Beyen. Mede doordat staatssecretaris Menno Snel (Rutte III) op de valreep nog even lid werd van D66. Ook lokaal zijn amper partijloze bestuurders te vinden.

De gemeenteraadsverkiezingen in maart worden misschien wel de belangrijkste tot nu toe. Gemeenten krijgen steeds meer mondiale en ­landelijke opgaven als wonen en ­klimaat op hun bordje, bovenop nieuwe wet- en regelgeving en de bestaande problematiek in het sociaal domein. De roep om expertise is groot en het belang van regionale ­samenwerking op bestuursniveau wordt groter.

Laat de landelijke politiek dit jaar de aftrap geven van de nieuwe open bestuurscultuur in de publieke sector. Wie wordt de opvolger van Wim Beyen?

Lees ook:

Kamerlid én staatssecretaris: kan dat wel?

Drie Kamerleden werden de afgelopen tijd benoemd tot demissionair staatssecretaris. De SP roept hen nu op af te zien van hun Kamerlidmaatschap.

Gert-Jan Segers: Als het straks weer business as usual wordt, falen we op een ongelooflijke manier

Gert-Jan Segers vreest dat er van de mooie beloftes over een nieuwe bestuurscultuur weinig terecht komt. ‘Met nog meer ergernis over de politiek tot gevolg.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden